Wat ging er aan het geweld vooraf?
‘In grote delen van het land verslechtert de veiligheid. Illegale gewapende groeperingen breiden zich uit en de veiligheidstroepen zijn zwakker dan tien jaar geleden. Wat dit nog schrijnender maakt, is dat het er nog niet zo lang geleden goed uitzag voor het land’, schrijft Michael Reid, een Engelse commentator op het gebied van Latijns-Amerika, in Americas Quarterly.
Tijdens het presidentschap van Álvaro Uribe van 2002 tot 2010 versterkte Colombia zijn veiligheidstroepen. Uribe veranderde een dienstplichtleger in een semiprofessioneel leger en breidde de helikoptervloot flink uit. Hij stationeerde politiekorpsen in alle 1100 gemeenten en het lukte hem om 30.000 rechtse paramilitairen over te halen hun wapens in te leveren. In die periode daalde het aantal moorden van 69 per 100.000 inwoners in 2002 tot 26 in 2016.
‘Plattelandsbewoners keken vol hoop en ongeloof toe hoe de politie, in plaats van guerrillastrijders, in hun dorpen patrouilleerde’
‘Maar er waren ook kanttekeningen’, schrijft Reid. Meer dan 6400 burgers, voornamelijk jongeren, werden bestempeld als guerrillastrijders en door het leger gedood. Uribe werd later door links beschuldigd van banden met paramilitaire groeperingen en in juli van dit jaar veroordeeld vanwege het beïnvloeden van getuigen in een gerelateerd onderzoek. Kort daarna draaiden magistraten een deel van de uitspraak terug, omdat de rechter Uribe onterecht huisarrest had opgelegd, aldus El País. Hij mag het hoger beroep nu in vrijheid afwachten.
De strategie van Uribe stelde zijn opvolger, Juan Manuel Santos, destijds in staat om in 2016 een akkoord te sluiten waarbij de sterk verzwakte Revolutionary Armed Forces of Colombia (FARC) werd gedemobiliseerd en ontwapend. Het stelde de regering in staat het laatste deel van het land onder controle te krijgen en deze gebieden economisch te ontwikkelen. ‘Plattelandsbewoners keken vol hoop en ongeloof toe hoe de politie, in plaats van guerrillastrijders, in hun dorpen patrouilleerde. De vrede leek eindelijk te zijn aangebroken’, schrijft Elizabeth Dickinson, expert op het gebied van gewapende groeperingen en georganiseerde misdaad in Colombia en Latijns-Amerika, in The New York Times.

De daaropvolgende president, Iván Duque, een protegé van Uribe, voerde het akkoord door en politiseerde tegelijkertijd de strijdkrachten. En toen kwam in 2022 Gustavo Petro, een linkse politicus die zijn politieke ervaring had opgedaan als clandestiene politiek organisator voor M-19, een nationalistische guerrillabeweging. Petro zou het land gaan hervormen. Hij veegde de overeenkomst van 2016 van tafel en beloofde het volk ‘totale vrede’. Hij bood aan te onderhandelen met overgebleven gewapende groeperingen, zoals de ELN, twee FARC-afsplitsingen, de Clan del Golfo en enkele kleinere groepen. Maar nu, drie jaar later, zijn de illegale gewapende groeperingen gegroeid.
Wat speelt er nu?
Deze zomer kwamen de spanningen tot een kookpunt, toen presidentskandidaat Miguel Uribe (geen familie van) in april werd neergeschoten. ‘Mijn gedachten gingen, net als die van veel Colombianen, meteen terug naar 1989, toen drie presidentskandidaten en verschillende hoge ambtenaren tijdens hun campagne werden vermoord op bevel van Escobar of zijn handlangers’, schrijft Reid. ‘Toen in augustus narcoguerrillastrijders van de Estado Mayor Central een vrachtwagenbom tot ontploffing brachten buiten een luchtmachtbasis en een Blackhawk-helikopter met een drone neerhaalden, waarbij in totaal negentien mensen omkwamen, deed dat denken aan de periode rond de eeuwwisseling, toen FARC-guerrillastrijders grootschalige aanvallen uitvoerden op steden en militaire garnizoenen. Gelukkig is Colombia nu niet meer zo slecht als toen, en ook niet zoals in 1989. Maar de recente gebeurtenissen zijn een waarschuwing dat het snel achteruitgaat.’
‘Hoewel het geweld tegenwoordig minder dodelijk is, treft het meer mensen op een groter aantal locaties’
Het niveau en de impact van politiek en georganiseerd geweld liggen vandaag de dag ver onder de historische pieken van eind jaren negentig en begin jaren 2000. In 2002, op het hoogtepunt van het gewapende conflict in Colombia, kwamen 16.342 mensen om het leven. Ter vergelijking: in 2024 bedroeg het aantal dodelijke slachtoffers 307. Maar volgens een rapport van de militaire inlichtingendienst, geciteerd door een van de grootste kranten van het land, El Tiempo, zijn illegale groeperingen in de eerste helft van 2025 met meer dan duizend leden gegroeid, tot een totaal van bijna 22.000 leden in het hele land. Deze groeperingen zijn nu mogelijk aanwezig in 562 gemeenten in 29 van de 32 departementen van Colombia.
‘Hoewel het geweld tegenwoordig minder dodelijk is, treft het meer mensen op een groter aantal locaties,’ legt Laura Lizarazo, adjunct-directeur voor het Andesgebied bij Control Risks’ Global Risk Analysis Practice, gevestigd in Bogotá, uit in Americas Quarterly.

In eerdere fasen van het gewapende conflict bleef het extreme geweld relatief beperkt tot een paar gebieden, waar niet-statelijke gewapende groeperingen en veiligheidstroepen direct en voortdurend met elkaar in conflict waren als onderdeel van een burgeroorlog van nationale omvang.
Tegenwoordig verspreiden vormen van niet-dodelijk geweld zich over steeds meer gebieden. Gewapende en criminele groeperingen gebruiken ze om het dagelijks leven en de economie te controleren. Dodelijk geweld is volgens Lizaroza minder noodzakelijk geworden nu deze groeperingen volledige territoriale controle hebben verkregen. En waar ze hun inkomsten aanvankelijk voornamelijk uit drugshandel haalden, is dat lang niet altijd meer het geval. ‘Afpersing, ontvoering voor losgeld, illegale mijnbouw, smokkel, brandstofdiefstal, migrantensmokkel, wapenhandel en het witwassen van geld zijn enkele van de tegenwoordige inkomstenbronnen,’ aldus Lizarazo. Naarmate de winst groeit, verhevendigen de territoriumoorlogen om belangrijke activa die deze soorten handel ondersteunen – routes, informanten, productie, informatie en opslagplaatsen.
Ten slotte is het georganiseerde en politieke geweld in Colombia vandaag de dag, in tegenstelling tot in de jaren negentig en 2000, grotendeels verstoken van ideologie. Illegale groeperingen streven er niet langer naar om de fundamenten van een democratisch politiek regime te ondermijnen of de regering omver te werpen om het staats- of sociaaleconomische model te veranderen – wat ooit het doel was van guerrillabewegingen. Ze proberen ook niet langer het bestuur en de staat te saboteren om de cocaïnehandel winstgevender en dynamischer te maken, zoals het geval was bij grote drugskartels en drugsbaronnen. In plaats daarvan dient politiek geweld tegenwoordig als een aanvullende tactiek om de lokale territoriale controle en illegale inkomsten van illegale groeperingen te versterken, te beschermen of uit te breiden. ‘Het huidige geweld is versnipperd, onvoorspelbaar en geworteld in criminele organisaties, maar de impact ervan op de politiek is net zo destabiliserend’, schrijft Lizarazo.
‘Ze hebben geleerd dat het intimideren en coöpteren van de burgerbevolking goedkoop en effectief is’
Dat bevestigt ook Dickinson. In tegenstelling tot de FARC, die de macht in Bogotá wilde grijpen, richten de huidige gewapende organisaties zich op het controleren van een illegale economie die veel verder gaat dan de drugshandel. ‘Ze hebben geleerd dat het bestrijden van de staat kostbaar is, maar het intimideren en coöpteren van de burgerbevolking goedkoop en effectief. Het meeste geweld in Colombia vindt nu plaats tussen gewapende groeperingen om territorium en inkomsten, of tegen burgers die de moed hadden zich te verzetten tegen hun criminele heerschappij.’
‘Er is een enorme toename van geweld in Catatumbo – moorden en ontheemding, toename van rekrutering van kinderen en zeer duidelijke wraakacties, waar de gewone burger vaak slachtoffer van is,’ bevestigt Juanita Goebertus, directeur van de afdeling Amerika bij Human Rights Watch, geciteerd door The Guardian.

De crisis kreeg deze week een internationale dimensie toen de VS officieel verklaarden dat Colombia is gefaald in de strijd tegen drugshandel. De regering-Trump zei maandag dat Colombia ‘aantoonbaar tekortgeschoten’ is in zijn verplichtingen om drugshandel te bestrijden, maar dat ze het land financieel zullen blijven steunen, zo schrijft CNN. De VS wijten de mislukking expliciet aan president Petro, een uitgesproken criticus van Trump.
Wat staat Colombia nu te wachten?
Dit scenario speelt zich af in de aanloop naar de verkiezingen van 2026. ‘Hoewel het geweld waarschijnlijk geconcentreerd zal blijven in de door gewapende groeperingen gecontroleerde plattelandsgebieden, kunnen bijkomende incidenten in stedelijke centra niet worden uitgesloten’, schrijft Lizarozo.
‘Omgekeerd zullen rechtse en centrumrechtse presidentskandidaten steeds meer de nadruk leggen op het toenemende geweld, waarbij ze vaak alarmerende verhalen verspreiden.’ Ondertussen zal de regerende linkervleugel – die zich in de voorverkiezingen van oktober achter één kandidaat wil scharen – politieke verantwoordelijkheid voor de verslechterende veiligheids- en humanitaire crises in meerdere regio’s uit de weg gaan en in plaats daarvan alle schuld toeschuiven aan illegale actoren.
‘Geen enkele militaire strategie kan deze diepgaande sociale infiltratie van criminele organisaties op eigen kracht ontmantelen’
Het land heeft behoefte aan een goed geïnformeerd, evenwichtig debat en serieuze beleidsvoorstellen om de nieuwe dynamiek van het geweld aan te pakken. Helaas is er juist steeds meer sprake van polarisatie. ‘De veroordeling van Álvaro Uribe in de zaak rond getuigenbeïnvloeding tot twaalf jaar gevangenisstraf, waartegen hij in beroep is gegaan, heeft de campagne voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar verder gepolariseerd,’ licht journalist Michael Reid toe in Americas Quarterly.
Volgens Dickinson is er nog een mogelijkheid om het tij te keren en moet met name worden gekeken naar belangrijke lessen uit het verleden. ‘Geen enkele militaire strategie kan deze diepgaande sociale infiltratie van criminele organisaties op eigen kracht ontmantelen. Met een voortdurende dialoog, sociale initiatieven en een gerichte veiligheidsstrategie, kan Petro het akkoord van 2016 nog steeds nieuw leven inblazen en werken aan de “totale vrede” die hij heeft beloofd.’

