Het beste uit de internationale pers

Kunnen we binnenkort nog wel met de hand schrijven?

Diep in de kantoren van het Amerikaanse Capitool, het ministerie van defensie en het Witte Huis staat overal hetzelfde apparaat te zoemen, een reflectie van de pragmatiek, de efficiëntie en de onsentimentele aard van de Amerikaanse bureaucratie: de autopen. Het is een instrument waarin een handtekening geprogrammeerd kan worden, zodat het mechanische armpje hem met een echte pen kan nabootsen. 

Zoals veel andere technologieën roept deze rudimentaire handtekeningrobot allerlei gevoelens op. We hechten veel waarde aan een handtekening, zeker als deze van een bekend persoon is. Tijdens de ambtstermijn van president George W. Bush was er enige kritiek op de toenmalige minister van defensie Donald Rumsfeld toen bleek dat hij condoleancebrieven aan de nabestaanden van gesneuvelde soldaten met een autopen ondertekende. 

Fans van Bob Dylan waren boos toen ze erachter kwamen dat hij bij de gesigneerde exemplaren van zijn boek The Philosophy of Modern Song veelvuldig gebruik had gemaakt van een autopen. Deze exemplaren kostten meer dan vijfhonderd euro en waren voorzien van een certificaat dat ‘verklaart dat dit boek individueel door Bob Dylan is gesigneerd.’ Dylan deed hierover een zeldzame uitspraak op zijn facebookpagina: ‘De deadlines voor de contracten kwamen steeds dichter bij’, schreef hij. ‘Iemand stelde voor om een autopen te gebruiken, en verzekerde mij ervan dat dit “constant” wordt gebruikt in de kunst- en literatuurwereld.’ Hij erkende ook: ‘Het gebruik van een machine was een inschattingsfout en ik wil dit dan ook meteen goedmaken.’ 

Al deze gemengde gevoelens leggen onze band met handschrift bloot: het is een stukje individualiteit

Al deze gemengde gevoelens over automatische handtekeningen leggen onze band met handschrift bloot: het is een stukje individualiteit. Bij archiefonderzoek kom je er snel genoeg achter hoeveel moeite en schoonheid er schuilgaat in het ontcijferen van het geschreven woord. Je leert historische figuren herkennen aan trekjes in hun handschrift: de een zijn schrift is klein en hoekig als hij over zijn emoties schrijft, terwijl je in een ander zijn pagina’s vol schoonschrift het geduld van een monnik herkent. Kalligrafist Bernard Maisner stelt dat handschrift en kalligrafie ‘niet bedoeld zijn om iets keer op keer te reproduceren. Ze horen juist hun eigen menselijkheid, responsiviteit en diversiteit te tonen.’ 

Maar het handschrift verdwijnt. Een scholier die een universitair toelatingsexamen deed in de VS vertelde aan de Wall Street Journal dat er ‘hoorbaar naar adem werd gesnakt’ toen de studenten een van de opdrachten lazen. Er stond dat ze in één zin een verklaring moesten schrijven dat de toets hun eigen werk was, in een verbonden handschrift. ‘Aan elkaar schrijven? De meeste leerlingen van mijn leeftijd kennen dat vreemde schrift enkel nog uit oma’s brieven.’

Essentiële vaardigheden

Volgens educatierichtlijnen in de VS hoeven kinderen niet meer aan elkaar te leren schrijven. In Finland hoeft het sinds 2016 al niet meer en in onder andere Zwitserland komt het minder aan bod. Naar schatting heeft meer dan 33 procent van de leerlingen moeite met basishandschrift, dus met het leesbaar opschrijven van alle letters van het alfabet (in kleine letters en hoofdletters). ‘We proberen realistisch te zijn over de essentiële vaardigheden van de leerlingen,’ zegt een schoolbestuurslid in Greenville, South Carolina. ‘Je kan niet alles doen. We moeten iets weglaten.’ 

Maar scholieren zijn niet de enigen die niet meer aan elkaar kunnen schrijven. We pakken er steeds minder vaak een pen bij om onze gedachten te ordenen, met vrienden bij te praten of zelfs een boodschappenlijstje te maken. We smeken beroemdheden niet meer om een handtekening, maar vragen om een selfie. Veel mensen kunnen nog maar net hun naam in een onleesbaar verbonden schrift opschrijven, en als ze dat al kunnen verliezen ze die vaardigheid snel door hun smartphone of computer. Een patisseriedocent in Toronto vertelde aan de lokale krant dat zijn leerlingen nauwelijks meer een tekst op een taart konden spuiten – hun handschrift was te bibberig en niet te onderscheiden. 

In de digitale wereld lijkt handschrift weinig nut te hebben. Het Chinees kent een term, tibiwangzi, dat ‘pak een pen, vergeet het karakter’ betekent. Het beschrijft hoe computers en smartphones het gebruik van traditioneel Chinees handschrift ontmoedigen, en daarmee ook de kennis van traditionele karakters. Chinese kinderen willen iets opschrijven (‘pak een pen’) maar hebben vervolgens een soort ‘karaktergeheugenverlies’ bij het daadwerkelijke schrijven (‘vergeet het karakter’). Volgens het onderzoekscentrum van China Youth Daily leeft vier procent van de Chinese jongeren ‘al zonder handschrift’.

We verliezen het gevoel van inkt op papier en de schoonheid van handgeschreven woorden

Maar wat betekent het om zonder handschrift te leven? De vaardigheid zwakt langzaam af, en we hebben het nauwelijks door tot we opeens iets moeten opschrijven en dreutelend maar wat neer proberen te pennen. Sommige mensen schrijven nog iets op voor speciale gelegenheden— een condoleancebrief of een mooi gekalligrafeerde uitnodiging voor een bruiloft –– of ze kalken een verbasterd verbonden schrift neer als ze eens een cheque uitschrijven, maar verder maken weinig mensen in het dagelijks leven nog de ruimte voor handschrift.

Maar als het handschrift verdwijnt raken we iets kwijt. We lopen niet alleen cognitieve vaardigheden mis, maar ook het genot om de handen te gebruiken voor iets waarmee de mens al duizenden jaren gedachten uitwisselt. We verliezen het gevoel van inkt op papier en de schoonheid van handgeschreven woorden. We kunnen de woorden van de doden niet meer lezen. 

In plaats daarvan gebruiken onze handen steeds meer om te typen of te swipen. We communiceren meer, maar doen er minder moeite voor. We vergeten dat we geëvolueerd zijn om de wereld te begrijpen door middel van beweging en uitdrukking. 

Digitalisering

In 2000 deden dokters in het Cedars-Sinaiziekenhuis in Los Angeles een cursus om hun handschrift bij te spijkeren. ‘Veel van onze dokters kunnen niet leesbaar schrijven,’ legde het hoofd medische staf uit aan Science Daily. Maar in tegenstelling tot andere beroepen kan het slechte handschrift van een dokter ernstige gevolgen hebben, van medische fouten tot de dood. Zo kreeg een vrouw uit Texas $450.000 uitgekeerd omdat haar man het verkeerde medicijn had genomen en was komen te overlijden; de apotheker kon het handschrift van de dokter niet lezen. Hoewel er vandaag de dag veel medische informatie op computers wordt opgeslagen maken dokters nog steeds veel aantekeningen op grafieken en worden veel recepten nog met pen en papier uitgeschreven.

Een duidelijk handschrift bevordert niet alleen communicatie. In tegenstelling tot typen of overtrekken, bereidt handschrift het brein erop voor om te leren lezen. Psychologen Pam Mueller en Daniel Oppenheimer vergeleken studenten die hun aantekeningen met de hand maakten met studenten die dit op een computer deden, om te onderzoeken of dit van invloed was op hun prestatie. Eerdere onderzoeken naar laptopgebruik in het klaslokaal richtten zich vooral op hoe afleidend een computer was voor studenten. Zoals verwacht zijn ze heel afleidend, niet alleen voor de gebruiker maar ook voor medeleerlingen.   

Mueller en Oppenheimer deden echter onderzoek naar de effecten van laptopgebruik op het leerproces. ‘Zelfs als laptops enkel voor aantekeningen worden gebruikt, kunnen zij het leerproces hinderen omdat het gebruik leidt tot oppervlakkigere verwerking’, concluderen ze. Mueller en Oppenheimer hebben in hun onderzoek met drie verschillende experimenten aangetoond dat studenten die laptops gebruiken slechter presteren bij conceptuele vragen vergeleken met studenten die met de hand aantekeningen maken. ‘De neiging van laptopgebruikers om een college woord voor woord over te schrijven in plaats van het in eigen woorden samen te vatten doet af aan het leerproces,’ schrijven ze. Met andere woorden: je behoudt meer informatie als je met de hand schrijft omdat het langzame tempo je forceert om samen te vatten terwijl je schrijft, terwijl dat bij een toetsenbord niet hoeft. 

Op een laptop typen terwijl de woorden op een scherm verschijnen is ‘abstracter en afstandelijker’

De wetenschappers die onderzoeken hoe technologie ons schrijven en leren beïnvloedt, hebben wat weg van ecologen die waarschuwen voor bedreigde diersoorten of milieuvervuiling. We komen een toekomst zonder schrijven tegemoet. Onderzoekers vrezen dat als we de pen met een toetsenbord vervangen, dit allerlei onvoorziene gevolgen zal hebben. ‘Digitalisering betekent een radicale verandering van het schrijven op een sensomotorisch vlak. We weten nog niet wat de (mogelijk verreikende) gevolgen van zulke veranderingen zullen zijn,’ vertelt Anne Mangen. Zij doet onderzoek naar de invloed van technologie op geletterdheid. Op een laptop typen terwijl de woorden op een scherm verschijnen is volgens haar ‘abstracter en afstandelijker,’ en ze vermoed dat dit ‘ernstige educatieve en praktische gevolgen’ zal hebben. Vaardigheden sterven, net als diersoorten, langzaam uit. 

Men gaat er soms vanuit dat we een ouderwets, inefficiënt hulpmiddel hebben vervangen door een handiger en sneller alternatief, zoals in dit geval een pen door een toetsenbord. Maar net als bij de daling in menselijk contact houden we geen rekening met wat we in deze zoektocht naar efficiëntie verliezen, of hoe leermethodes en vormen van kennis onherstelbare schade kunnen oplopen. Als iemand als kind met een toetsenbord overweg kan, maar als volwassene nauwelijks zijn naam kan schrijven, is dat geen teken van vooruitgang. 

Schrijven is langzaam

Schrijven is een fysieke handeling, en vereist dus goede coördinatie van de handen, vingers en onderarmen. Het is zwaar werk, maar dat is volgens romanschrijver Mary Gordon ook deel van het genot: ‘Ik geloof dat dat harde werk heel deugdzaam is, omdat het zo fysiek is,’ schrijft ze. ‘Je hebt vlees, bloed, en materiaal nodig: ankers die ons eraan herinneren dat wij, hoewel we steeds meer door de draaikolk van onze vooruitgang worden verzwolgen, nog steeds in een fysieke wereld leven.’

Handgeschreven tekst roept ook heel andere gevoelens op dan afgedrukte tekst. De literatuur barst van de wendingen waarbij er opeens een handgeschreven brief of handtekening opduikt. In Het Verlaten Huis van Charles Dickens herkent Lady Dedlock op een wettelijk document het eigenaardige handschrift van haar verloofde, waarvan ze dacht dat hij overleden was. Dit leidt er uiteindelijk toe dat zij haar grootste geheim moet onthullen. 

Ons eigen handschrift kan ook uitstekend herinneringen oproepen. Toen de Amerikaanse chef-kok en kookboekenschrijver Deborah Madison op haar oude handgeschreven recepten uit de jaren zeventig stuitte, ging ze opeens terug in de tijd. In de bruine notitieboekjes stonden naast aantekeningen, tekeningetjes, etensvlekken en lijsten met leveranciers allerlei recepten gekrabbeld: ‘het resultaat van alle tijd die ik heb besteed aan het ordenen van mijn gedachten,’ schrijft ze. ‘Soms ziet het er keurig en doordacht uit. Soms raakt mijn hand juist afgeleid en gaat hij alle kanten op, waardoor het er slordig en vermoeid uitziet. Maar het riep vooral een diep gevoel van ontdekking op en als ik er doorheen blader wordt meteen weer dat obsessieve enthousiasme in mij aangewakkerd.’ Ze denkt niet dat een lijst op een computer datzelfde gevoel zou oproepen: ‘Er schuilt zo veel achter het handschrift.’

Kalligraaf Paul Antonio merkt op dat als hij kinderen leert schrijven, hij ze eigenlijk leert om het rustig aan te nemen

Romanschrijver Mohsin Hamid maakt zijn aantekeningen met de hand in een notitieboekje en probeert zich als hij bezig is aan een roman zoveel mogelijk van de digitale wereld af te zonderen. Hij schrijft zijn boeken echter wel op de computer. ‘De technologie vormt me en configureert me’ als hij het gebruikt, vertelt hij aan de BBC. Volgens hem is het gevaarlijk om de computer-manier almaar te omarmen. De menselijke manier legt, afhankelijk van het medium, grenzen op. Tien vingers kunnen over een toetsenbord heen zoeven, maar een pen of potlood vereist geduld. De gemiddelde Amerikaan kan per minuut veertig woorden typen, maar slechts dertien woorden met de hand schrijven. Kalligraaf Paul Antonio merkt op dat als hij kinderen leert schrijven, hij ze eigenlijk leert om het rustig aan te nemen.

De IT-wereld vervangt veel andere kennisvormen en het handschrift is niet de enige vaardigheid die we actief verliezen. Andere waardevolle lichaamsvaardigheden staan ook onder druk.

Handarbeid

‘Als je een fysiek object maakt, of een muziekinstrument bespeelt, is de aandacht vooral op jezelf gericht,’ merkt socioloog Richard Sennett op. Als je gereedschap gebruikt of met een strijkstok over een snaar gaat, voel je iets terwijl je iets doet. Hoe beter je hierin wordt, hoe minder je erover hoeft na te denken. Het duurt lang voordat dit soort ‘plaatselijke cognitie’, zoals Sennett het noemt, tot stand komt. Zoals bij veel vormen van handarbeid moet je er langzaam voor werken. ‘Vakmanschap speelt een verankerende rol omdat het langzaam gaat,’ vertelt Sennett aan het tijdschrift American Craft. ‘Maken is denken.’

Schoenmaker Lee Miller uit Texas doet er veertig uur over om een paar laarzen te maken, met gereedschap dat meer dan honderd jaar oud is. De tijd die het hem kost is onlosmakelijk verbonden met zijn vak. ‘Een geautomatiseerde machine is niks vergeleken met mensenhanden,’ zegt hij. Zijn klanten, die bereid zijn jaren op een paar op maat gemaakte laarzen te wachten, stemmen hiermee in. 

Het belang van een handgemaakt object vloeit voort uit het besef van de tijd, moeite en vaardigheid die het heeft gekost om het te maken; een machine, zelfs als deze keer op keer dezelfde prachtige producten levert, kan dat gevoel nooit oproepen. ‘Wij mensen voelen niet alleen, we weten,’ schrijft filosoof Julian Baggini. ‘Als we weten waar dingen vandaan komen en hoe de arbeiders worden behandeld, heeft dat een effect op wat we erbij voelen, en terecht.’ Je hoeft overigens geen lid te zijn van de elite om van handgemaakte goederen te genieten; op platforms zoals Etsy zijn er voor uiteenlopende prijzen allerlei handgemaakte producten beschikbaar.

Er ontstaan steeds nieuwe manieren om de handen uit de mouwen te steken die beter bij dit tijdperk passen

Critici beweren dat onze vraag naar handgemaakte producten stijgt omdat veel producten vandaag de dag grootschalig worden geproduceerd. Hierdoor raken we de menselijke verbinding kwijt met de objecten die we gebruiken. Dit is waarschijnlijk een van de redenen geweest voor de heersende woede toen de erbarmelijke omstandigheden in Chinese iPhone-fabrieken bekend werden gemaakt. Toen bleek dat deze gelikte technologie door overwerkte – en soms suïcidale – mensenhanden werd gemaakt, keek men opeens heel anders naar deze producten. Althans, totdat de verontwaardiging weer wegebde en de nieuwe iPhones in de winkel lagen. 

Onze voorliefde voor de tekenen van handwerk is niet verminderd, maar we ervaren het op een nieuwe manier. We omarmen een plaatsvervangende vorm van handwerk die niet meer bestaat uit de objecten zelf, maar uit afbeeldingen ervan. We kijken bijvoorbeeld naar perfect bereide maaltijden op Instagram of vakkundig kluswerk bij renovatieprogramma’s op TV. Zo zijn er ook DIY-video’s op YouTube, die breed uiteenlopen van goed geproduceerde instructievideo’s van loodgieters tot saaie, onderbelichte filmpjes van mensen die het gras in hun voortuin maaien (die overigens miljoenen keren bekeken worden). Dit komt overeen met de groei in andere plaatsvervangende bezigheden.

Er ontstaan steeds nieuwe manieren om de handen uit de mouwen te steken die beter bij het technologische tijdperk passen. Zo is er bijvoorbeeld de maker-beweging, een zijstroming van de hackercultuur uit de late twintigste eeuw, die mensen meer zeggingskracht wilde geven over hoe hun technologie werkt. Chris Anderson zegde zijn baan op als redacteur bij het tijdschrift Wired om een DIY-dronebedrijf te starten. Hij zegt dat de nieuwe generatie tech-klussers en 3D-printfanaten een reactie zijn op een cultuur die zich te veel op het virtuele richt. ‘Als je iets maakt dat virtueel begint en vervolgens tastbaar en bruikbaar wordt in de echte wereld, geeft dat een soort voldoening die je van pure pixels nooit zult krijgen,’ schrijft hij. Hij voorspelt dat het groeiende aantal ‘makerspaces’ een nieuwe industriële revolutie zal ontsteken. Critici zoals Evgeny Morozov zeggen juist dat dit geen nieuwe revolutie is, maar slechts een nieuwe vorm van ‘consumentisme en ketellapperij’ gesponsord door grote bedrijven en het Amerikaanse leger.

De grenzen van het lichaam

Op een balk in het huis van de zestiende-eeuwse essayist Michel de Montaigne in het Franse Périgord staat een parafrase uit Prediker gekrast: ‘hij die niet weet hoe de geest zich aan het lichaam bindt, weet niets van de werken Gods.’ Montaigne omarmde het menselijk lichaam in al zijn prachtige en verontrustende vormen (zijn essays beschreven dikwijls zijn eigen en andermans scheten) en hij bekritiseerde iedereen die zijn eigen lichamelijkheid ontkende. Montaigne geloofde dat ons lichaam een van de belangrijkste manieren is om onszelf te begrijpen. Het herinnert ons eraan hoe zwak we eigenlijk zijn, en houdt ons ego op peil. ‘Zelfs op de hoogste troon ter wereld zitten wij nog steeds op onze kont,’ schreef hij. 

De fysieke aspecten van het dagelijks leven waren in Montaignes tijd fundamenteel anders dan die van vandaag, en vereisten een stuk meer moeite en nederigheid. Dit soort nederigheid is zeldzaam in ons technologische tijdperk. Alledaagse, lichamelijke taken vallen in het niet naast wat wij allemaal kunnen als de technologie ons een handje helpt. Het is fysiek makkelijker om een boodschap naar de andere kant van de wereld te sturen dan om onze veters te strikken. 

Maar onze apparaten en ons gereedschap blijven een verlenging van ons lichaam. Volgens computerwetenschapper Joseph Weizenbaum moeten we ‘aspecten van [onze gebruiksvoorwerpen] internaliseren in de vorm van bewegings- en waarnemingsgewoontes’, zo schrijft hij in zijn boek Computerkracht en mensenmacht. Onze gebruiksvoorwerpen maken een deel uit van onszelf. Zo helpen onze lichamen ons wegwijs te maken in de wereld. ‘Het lichaam is onze eerste en natuurlijkste technologische object,’ merkt Franse socioloog Marcel Mauss op.

Vandaag de dag ervaren we steeds minder ongemak

Welk gereedschap we kiezen en hoe we het gebruiken beïnvloedt niet alleen fysieke, maar ook mentale gewoontes. Onze lichamelijke handelingen bepalen niet alleen hoe we alledaagse dingen leren, maar ook hoe we de wereld om ons heen ervaren. In de roman Angle of Repose van Wallace Stegner beschrijft een karakter het leven van een vroegere generatie. Zijn grootmoeder, die op een boerderij woonde, ‘kon zonder enige afkeer een kip doden, schoonmaken en opeten, net als de buurvrouw’. Haar generatie had een ander soort verhouding tot de fysieke wereld, die werd weerspiegeld in hoe men zijn uitdagingen aanging. ‘Als een dier doodging, bepaalde het gezin wat er met het lijk moest gebeuren; als een mens doodging, baarden de vrouwen van het gezin het lichaam op.’

Vandaag de dag ervaren we steeds minder ongemak en komen we minder in aanraking met de tekortkomingen van ons lichaam. Ons toenemende comfort betekent misschien dat we meer moeite hebben met de onvermijdelijke aftakeling van ons lichaam, dat dankzij technologie zo lang mogelijk in leven wordt gehouden. 

Een wankele vrede

Sommige vervagende gewoontes, zoals handschrift en tekenen, lijken op het eerste gezicht niet heel belangrijk. Het zijn bescheiden vaardigheden die in gesloten gezelschap worden benut, waar niet makkelijk geld in te verdienen is (behalve als je een van ‘s werelds weinige professionele kalligrafen bent) en die voor de meeste mensen in het dagelijks leven niet meer aan de orde zijn. 

Toch laat de stille verdwijning van een vaardigheid zoals handschrift zien hoe ervaringen uitsterven; ze nemen langzaam af, niet door een of ander decreet vanuit de overheid of een populistische campagne vanuit het volk. We rationaliseren deze verdwijning niet als een tragisch verlies maar als een teken van vooruitgang en verbetering. Een vaardigheid vervaagt, en daarmee millennia aan menselijke ervaringen. Ook die ervaringen laten een spoor achter, zoals de grottekeningen in Altamira en Lascaux, die veertigduizend jaar geleden zijn geschilderd, honderden kilometers van elkaar vandaan. Toch hebben ze allebei een afbeelding gemeen: een mensenhand.

Nieuwe technologieën hoeven de oude gebruiken niet gelijk te vervangen

De gestage afname van het handschrift in een wereld vol schermen laat ook zien hoe weinig we eigenlijk stilstaan bij onze positie tussen het oude en het nieuwe. Nieuwe technologieën hoeven de oude gebruiken niet gelijk te vervangen. De drukpers heeft het handschrift bijvoorbeeld niet de nek omgedraaid. We hoeven er niet vanuit te gaan dat toetsenborden en touchscreens pen en papier onherroepelijk zullen uitroeien, dat we door software nooit meer met de hand zullen tekenen, of dat een toename aan technologie in het onderwijs traditionele, lichamelijke pedagogie uit de weg zal ruimen. Deze dingen kunnen in vrede voortbestaan, maar die vrede zal wankel zijn.

‘Want ons vlees omringt ons met zijn eigen begeertes,’ aldus de dichter Philip Larkin. Het omringt ons ook met kansen – om te leren, te begrijpen, en dingen te voelen op een manier die plaatsvervangende schermervaringen niet kunnen evenaren. De wereld raakt steeds meer verzadigd met afbeeldingen en het virtuele. We moeten in onze zoektocht naar technologische nieuwigheden de menselijke behoefte om te zien, te voelen en met de hand te werken, niet uit het oog verliezen.