Het beste uit de internationale pers

Tag: bdg

  • Wat gebeurde er tijdens de ‘Gen Z’-protesten in Nepal?

    Wat gebeurde er tijdens de ‘Gen Z’-protesten in Nepal?

    Wat zijn de ‘Gen Z’-protesten van Nepal en hoe vonden ze plaats?

    Op 4 september werden de grootste socialemediaplatforms in Nepal abrupt afgesloten door de regering. Volgens de Nepalese regering zouden deze platforms ‘antinationale desinformatie verspreiden’. Enkele uren nadat het verbod werd opgelegd, werden er al demonstraties georganiseerd. De jongeren gebruikten VPN’s en flyers met QR-codes om hun boodschap te verspreiden. Deze vreedzame demonstraties werden hardhandig aangepakt door de veiligheidsdiensten en demonstranten werden met waterkanonnen beschoten en met traangasgranaten bekogeld, meldt Jacobin. Op 5 en 6 september verspreidden de protesten tegen het socialemediaverbod zich over Nepal. In Pokhara, Lalitpur, Biratnagar, Butwal en andere steden kwamen grote groepen demonstranten samen. Meer dan driehonderd mensen werden gearresteerd.

    Op 8 september kwamen de demonstranten nogmaals samen om vreedzaam te demonstreren tegen corruptie en de huidige regering zover te krijgen dat ze zouden aftreden, meldt France 24. De Nepalese journalist Sahana Vajracharya vertelde aan Human Right Watch hoe ze een grote massa demonstranten, waarvan velen in schooluniform, rond elf uur ’s middags naar het parlement zag marcheren. Daar aangekomen werden demonstranten opnieuw aangevallen met waterkanonnen en traangas. Maar de meest schokkende beelden waren de demonstranten die door de veiligheidsdiensten werden beschoten met echte munitie. ‘Dit was een grote overtreding van de regels waarmee de politie geweld hoort te controleren’, bevestigt Meenakshi Ganguly, de vicedirecteur van de Aziatische divisie van Human Rights Watch. ‘Ze horen geen munitie te gebruiken tenzij het absoluut noodzakelijk is. Zelfs als ze munitie gebruiken, moeten ze, logischerwijs, altijd zo min mogelijk schade aanrichten. Mensen in het hoofd schieten is geen poging om zo min mogelijk schade aanrichten. (…) Veel van de demonstranten vertelden ons dat ze [de politie] schoten ter hoogte van de borstkas, wat tot veel slachtoffers heeft geleid.’

    Demonstranten verzamelen zich op 9 september, nadat het parlement in Kathmandu is bestormd en in brand gestoken. – Ⓒ AP Photo / Prakash Timalsina

    Op 9 september bestormden demonstranten nogmaals het parlement, maar nu ook andere publieke gebouwen en de huizen van Nepalese politici. Het parlementsgebouw werd afgebrand en een groot aantal leden van de regering nam ontslag. Tijdens de bloedigste dagen van het protest, op 8 en 9 september, vielen er meer dan zeventig doden en meer dan duizend gewonden. Jacobin meldt dat het ministerie op 9 september aankondigde dat ‘het socialemediaverbod tijdelijk werd opgeheven’. Toen de communicatieapps die avond geactiveerd werden, deelden de demonstranten foto’s van hun verwondingen, hechtingen en arrestatiebevelen. Op 10 september nam het leger de controle over de hoofdstad Kathmandu en op 11 september begon de rust weder te keren in de meeste Nepalese steden.

    Op 12 september nam de Nepalese premier K.P. Sharma Oli ontslag, samen met een aantal andere hoogstaande functionarissen, en verliet het land. Na het ontslag van Oli verzamelde een groot deel van de Nepalese demonstranten zich op het socialemediaplatform Discord, dat voorheen al een cruciale rol had gespeeld in het organiseren van de demonstraties. De leden van de humanitaire organisatie Hami Nepal en andere leidersfiguren van de protesten gebruikten het platform om samen met het volk te discussiëren over wie de volgende premier moest worden, meldt Independent. In een van de servers zaten meer dan 145.000 leden. Sushila Karki, een gerespecteerde opperrechter die zich meermaals tegen de corruptie in Nepal heeft verzet, werd via stemmingen op Discord verkozen als interim-premier. De Nepalese president Ramchandra Paudel en de opperbevelhebber van het Nepalese leger, generaal Ashok Raj Sigdel, stemden in met de beslissing en Karki werd ingewijd als de eerste vrouwelijke premier van Nepal. Zowel Karki als haar echtgenoot staan bekend om hun activisme tegen de Nepalese monarchie in de jaren negentig en tegen corruptie in de voormalige Nepalese regering. Karki’s eerste beslissing in functie was het ontbinden van de Nepalese regering en het inplannen van verkiezingen op 5 maart 2026. Het land is zich inmiddels aan het herstellen. Banken en politiebureaus gaan geleidelijk weer open.

    Het Nepalese weekblad Nepali Times wijst erop dat de protesten werden gekenmerkt door geweld, maar ook door veel humor; een tactiek van de demonstranten om met de traumatische gebeurtenis om te gaan. Beelden van demonstranten die TikTok-dansjes doen voor brandende gebouwen of grapjes uithalen met de politieagenten die hen wegjagen, gingen de wereld rond. Volgens het Nepalese weekblad klagen de buitenlandse media over het brute geweld van de demonstranten en hun irrationaliteit. Nepali Times toont een keerzijde en wijst op de initiatieven van de Gen Z-demonstranten. Sinds Sushila Karki verkozen is, hebben de demonstranten zich georganiseerd via dezelfde socialemediakanalen om de straten op te ruimen en slachtoffers te helpen. ‘Na de protesten kwamen mensen snel samen om publieke ruimtes op te ruimen en politiebureaus te schilderen’, meldt de Nepalese correspondent voor Associated Press Binaj Gurubacharya. ‘Dat tafereel komt misschien minder voor in andere landen waar dit geweld plaatsvindt.’ Gurubacharya vindt het belangrijk dat deze initiatieven van wederopbouw ook worden belicht, en niet in de schaduw blijven van de gewelddadige beelden van de protesten in Nepal.

    Waarom protesteert de Nepalese bevolking?

    Een aantal dagen voor de beslissing van 4 september ging de hashtag ‘nepo kids’ rond op sociale media. ‘Nepo kids’ verwijst naar het nepotisme onder de hoge klassen en verwijst naar de aantijging dat staatsfondsen in de zakken van de rijken belanden en kinderen van politici voorrang krijgen op bepaalde banen. Deze hashtag droeg bij aan een bredere digitale beweging tegen corruptie en verspreidde zich niet alleen in Nepal, maar waaide ook over naar andere landen in Zuidoost-Azië, zoals Indonesië en de Filipijnen, legt BBC uit.

    Het luxe leven van de rijken is tegenwoordig goed te volgen op het internet. ‘Wanneer je het echt te zien krijgt op je telefoon – de villa’s, de sportauto’s – dan voelt [de corruptie] alleen maar echter’, vertelt Ash Presto, een Filipijnse socioloog van de Australian National University, aan BBC. De platforms waarop de corruptie openlijk wordt gedeeld, zijn dezelfde platforms waarop de bevolking, vooral de jongere generatie, deze corruptie aankaart en zich ertegen verzet. ‘Dit is waar Gen Z mee is opgegroeid, dit is hoe ze communiceren… en dus ook hoe deze generatie zich organiseert,’ zegt Steven Feldstein, lid van Carnegie Endowment for International Peace.

    Nepalese demonstranten komen samen op 8 september in Kathmandu. – Ⓒ Ambir Tolang / NurPhoto / Shutterstock

    De gemiddelde leeftijd van de Nepalese bevolking is vijfentwintig jaar. Ongeveer 26 procent van de afgestudeerde Nepalezen is werkloos en veel families zijn afhankelijk van arbeiders in de Arabische Golf. Voor een groot deel van de Nepalese bevolking zijn sociale media een toevluchtsoord. De platforms bieden jonge Nepalezen toegang tot werk, als freelancer of voedselbezorger, maar ook toegang tot de buitenwereld om bijvoorbeeld in het buitenland te studeren of te werken. Daarnaast is het ook een plek om hun frustraties te uiten en hun mening te delen. Op 4 september werden alle grote socialemediaplatforms in Nepal door de regering afgesloten. Facebook, TikTok, X, Youtube en Instagram waren van de ene op de andere dag niet meer bereikbaar. Studenten konden zich niet meer inschrijven voor de universiteit, kleine ondernemingen verloren in één nacht al hun klanten en families en vrienden konden niet met elkaar communiceren, legt Jacobin uit. Wat voor veel Nepalezen een reddingslijn was binnen een corrupt politiek systeem en een economie met weinig vooruitzichten, werd hun plotseling ontnomen. 

    Nepali Times wijst erop dat de internationale media de gebeurtenissen in Nepal te simpel hebben voorgesteld. Het hevige gebruik van sociale media om de protesten te organiseren en de vele filmpjes die de wereld rondgingen, leidden tot de naam ‘Gen Z-protesten’. Hoewel het socialemediaverbod van 4 september de aanzet gaf tot de protesten, was dit zeker niet het enige probleem waarvoor de demonstranten de straat op gingen, aldus het Nepalese weekblad. Veel media moesten in korte nieuwsberichten de dertig jaar lange politieke geschiedenis uitleggen van een land dat door de meesten was vergeten. Met andere woorden: de protesten waren het gevolg van een groeiende woede onder een jonge bevolking die al jaren in een corrupt systeem leefde. 

    Wat volgt er na de Nepalese anticorruptieprotesten?

    De Nepalese interim-premier Sushila Karki heeft een commissie opgezet om het geweld te onderzoeken dat werd gebruikt tijdens de protesten, meldt het Indiase nieuwskanaal NDTV. De voormalige Nepalese premier KP Sharma Oli en vier andere hooggeplaatste officieren hebben door deze onderzoekscommissie een reisverbod opgelegd gekregen, meldde de Nepalese minister van Binnenlandse Zaken afgelopen maandag. Onderzoekscommissielid Bigyan Raj Sharma meldde op zondag al dat de vijf overheidsfunctionarissen in kwestie zelfs toestemming moeten vragen om de Kathmandu-vallei te verlaten omdat ‘ze elk moment moeten kunnen verschijnen voor onderzoek’. Door het geweld is er volgens The Federation of Nepalese Chambers of Commerce and Industry (FNCCI) ongeveer zeshonderd miljoen dollar aan verlies geleden in de private sector. De voormalige premier Oli beweert dat infiltranten hebben aangezet tot bloedvergieten. Volgens hem zouden de geweren die werden gebruikt tegen demonstranten door andere bronnen zijn geleverd.

    De inwijdingsceremonie van de nieuwe interim-premier van Nepal Sashila Karki. Aan de linkerkant de activist Sudan Gurung van Hami Nepal. – Ⓒ Sujan Gurung / AFP

    De zesendertigjarige Sudan Gurung, een prominent leider van de protestbeweging en lid van de humanitaire organisatie Hami Nepal, is van plan om zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen van maart 2026, bericht Al Jazeera. De protestbeweging heeft zich opgesplitst in gespecialiseerde groepen van legale commissies en communicatiecommissies. Gurung is ervan overtuigd dat zijn beweging het land kan leiden en wil dat ‘elke stem van de Nepalese bevolking wordt gehoord’. Gurung wil niet als individu kandidaat staan, maar samen met zijn beweging als groep. ‘Als ik alleen kandidaat sta, dan heb ik niet de kracht van de jongeren.’

    Het Qatarese nieuwsplatform meldt ook dat Gurung en zijn beweging naast het tegengaan van corruptie nog andere plannen hebben, zoals het versterken van de toeristische industrie en de relaties met China en India. De Nepalese activist heeft er bij premier Sushila Karki op aangedrongen dat het onderzoek naar de wandaden van de voormalige elite voor en tijdens de demonstraties tijdig en grondig wordt uitgevoerd. Tijdens het interview met Al Jazeera wijst Gurung naar het bloed op zijn jasje van Hami Nepal. ‘Wij hebben onszelf beloofd dat we het niet zullen afwassen totdat we gerechtigheid hebben.’

    Specialisten wijzen erop dat de meeste digitale protesten geen stand houden, zeker niet in regio’s waar corruptie diep in het systeem zit ingebakken. Steven Feldstein meldt aan BBC dat sociale media ‘niet zijn ontwikkeld voor veranderingen op de lange termijn. Je bent afhankelijk van algoritmes, hashtags en woede.’ De revolutie van 2006 in Nepal stootte de Nepalese monarchie van de troon af. Diezelfde revolutionairen zijn nu echter deel van het systeem waar de Gen Z-demonstranten zich tegen keren. Maar Aditya, een van de Nepalese demonstranten, is optimistisch. ‘We leren constant van de fouten van de vorige generatie. Zij aanbaden onze leiders als goden. Maar deze generatie volgt niemand als een god.’

  • Is het geweld in Colombia weer terug bij af?

    Is het geweld in Colombia weer terug bij af?

    Wat ging er aan het geweld vooraf?

    ‘In grote delen van het land verslechtert de veiligheid. Illegale gewapende groeperingen breiden zich uit en de veiligheidstroepen zijn zwakker dan tien jaar geleden. Wat dit nog schrijnender maakt, is dat het er nog niet zo lang geleden goed uitzag voor het land’, schrijft Michael Reid, een Engelse commentator op het gebied van Latijns-Amerika, in Americas Quarterly.

    Tijdens het presidentschap van Álvaro Uribe van 2002 tot 2010 versterkte Colombia zijn veiligheidstroepen. Uribe veranderde een dienstplichtleger in een semiprofessioneel leger en breidde de helikoptervloot flink uit. Hij stationeerde politiekorpsen in alle 1100 gemeenten en het lukte hem om 30.000 rechtse paramilitairen over te halen hun wapens in te leveren. In die periode daalde het aantal moorden van 69 per 100.000 inwoners in 2002 tot 26 in 2016.

    ‘Plattelandsbewoners keken vol hoop en ongeloof toe hoe de politie, in plaats van guerrillastrijders, in hun dorpen patrouilleerde’

    ‘Maar er waren ook kanttekeningen’, schrijft Reid. Meer dan 6400 burgers, voornamelijk jongeren, werden bestempeld als guerrillastrijders en door het leger gedood. Uribe werd later door links beschuldigd van banden met paramilitaire groeperingen en in juli van dit jaar veroordeeld vanwege het beïnvloeden van getuigen in een gerelateerd onderzoek. Kort daarna draaiden magistraten een deel van de uitspraak terug, omdat de rechter Uribe onterecht huisarrest had opgelegd, aldus El País. Hij mag het hoger beroep nu in vrijheid afwachten.

    De strategie van Uribe stelde zijn opvolger, Juan Manuel Santos, destijds in staat om in 2016 een akkoord te sluiten waarbij de sterk verzwakte Revolutionary Armed Forces of Colombia (FARC) werd gedemobiliseerd en ontwapend. Het stelde de regering in staat het laatste deel van het land onder controle te krijgen en deze gebieden economisch te ontwikkelen. ‘Plattelandsbewoners keken vol hoop en ongeloof toe hoe de politie, in plaats van guerrillastrijders, in hun dorpen patrouilleerde. De vrede leek eindelijk te zijn aangebroken’, schrijft Elizabeth Dickinson, expert op het gebied van gewapende groeperingen en georganiseerde misdaad in Colombia en Latijns-Amerika, in The New York Times.

    Een man houdt een bord vast met de afbeelding van voormalig president Álvaro Uribe tijdens een demonstratie in Bogotá, Colombia. 7 augustus 2025. – © Mauricio Duenas Castaneda / EPA

    De daaropvolgende president, Iván Duque, een protegé van Uribe, voerde het akkoord door en politiseerde tegelijkertijd de strijdkrachten. En toen kwam in 2022 Gustavo Petro, een linkse politicus die zijn politieke ervaring had opgedaan als clandestiene politiek organisator voor M-19, een nationalistische guerrillabeweging. Petro zou het land gaan hervormen. Hij veegde de overeenkomst van 2016 van tafel en beloofde het volk ‘totale vrede’. Hij bood aan te onderhandelen met overgebleven gewapende groeperingen, zoals de ELN, twee FARC-afsplitsingen, de Clan del Golfo en enkele kleinere groepen. Maar nu, drie jaar later, zijn de illegale gewapende groeperingen gegroeid. 

    Wat speelt er nu?

    Deze zomer kwamen de spanningen tot een kookpunt, toen presidentskandidaat Miguel Uribe (geen familie van) in april werd neergeschoten. ‘Mijn gedachten gingen, net als die van veel Colombianen, meteen terug naar 1989, toen drie presidentskandidaten en verschillende hoge ambtenaren tijdens hun campagne werden vermoord op bevel van Escobar of zijn handlangers’, schrijft Reid. ‘Toen in augustus narcoguerrillastrijders van de Estado Mayor Central een vrachtwagenbom tot ontploffing brachten buiten een luchtmachtbasis en een Blackhawk-helikopter met een drone neerhaalden, waarbij in totaal negentien mensen omkwamen, deed dat denken aan de periode rond de eeuwwisseling, toen FARC-guerrillastrijders grootschalige aanvallen uitvoerden op steden en militaire garnizoenen. Gelukkig is Colombia nu niet meer zo slecht als toen, en ook niet zoals in 1989. Maar de recente gebeurtenissen zijn een waarschuwing dat het snel achteruitgaat.’

    ‘Hoewel het geweld tegenwoordig minder dodelijk is, treft het meer mensen op een groter aantal locaties’

    Het niveau en de impact van politiek en georganiseerd geweld liggen vandaag de dag ver onder de historische pieken van eind jaren negentig en begin jaren 2000. In 2002, op het hoogtepunt van het gewapende conflict in Colombia, kwamen 16.342 mensen om het leven. Ter vergelijking: in 2024 bedroeg het aantal dodelijke slachtoffers 307. Maar volgens een rapport van de militaire inlichtingendienst, geciteerd door een van de grootste kranten van het land, El Tiempo, zijn illegale groeperingen in de eerste helft van 2025 met meer dan duizend leden gegroeid, tot een totaal van bijna 22.000 leden in het hele land. Deze groeperingen zijn nu mogelijk aanwezig in 562 gemeenten in 29 van de 32 departementen van Colombia. 

    ‘Hoewel het geweld tegenwoordig minder dodelijk is, treft het meer mensen op een groter aantal locaties,’ legt Laura Lizarazo, adjunct-directeur voor het Andesgebied bij Control Risks’ Global Risk Analysis Practice, gevestigd in Bogotá, uit in Americas Quarterly.

    De president van Colombia, Gustavo Petro. 18 februari 2025. – © Mauricio Duenas Castaneda / EPA

    In eerdere fasen van het gewapende conflict bleef het extreme geweld relatief beperkt tot een paar gebieden, waar niet-statelijke gewapende groeperingen en veiligheidstroepen direct en voortdurend met elkaar in conflict waren als onderdeel van een burgeroorlog van nationale omvang. 

    Tegenwoordig verspreiden vormen van niet-dodelijk geweld zich over steeds meer gebieden. Gewapende en criminele groeperingen gebruiken ze om het dagelijks leven en de economie te controleren. Dodelijk geweld is volgens Lizaroza minder noodzakelijk geworden nu deze groeperingen volledige territoriale controle hebben verkregen. En waar ze hun inkomsten aanvankelijk voornamelijk uit drugshandel haalden, is dat lang niet altijd meer het geval. ‘Afpersing, ontvoering voor losgeld, illegale mijnbouw, smokkel, brandstofdiefstal, migrantensmokkel, wapenhandel en het witwassen van geld zijn enkele van de tegenwoordige inkomstenbronnen,’ aldus Lizarazo. Naarmate de winst groeit, verhevendigen de territoriumoorlogen om belangrijke activa die deze soorten handel ondersteunen – routes, informanten, productie, informatie en opslagplaatsen.

    Ten slotte is het georganiseerde en politieke geweld in Colombia vandaag de dag, in tegenstelling tot in de jaren negentig en 2000, grotendeels verstoken van ideologie. Illegale groeperingen streven er niet langer naar om de fundamenten van een democratisch politiek regime te ondermijnen of de regering omver te werpen om het staats- of sociaaleconomische model te veranderen – wat ooit het doel was van guerrillabewegingen. Ze proberen ook niet langer het bestuur en de staat te saboteren om de cocaïnehandel winstgevender en dynamischer te maken, zoals het geval was bij grote drugskartels en drugsbaronnen. In plaats daarvan dient politiek geweld tegenwoordig als een aanvullende tactiek om de lokale territoriale controle en illegale inkomsten van illegale groeperingen te versterken, te beschermen of uit te breiden. ‘Het huidige geweld is versnipperd, onvoorspelbaar en geworteld in criminele organisaties, maar de impact ervan op de politiek is net zo destabiliserend’, schrijft Lizarazo.

    ‘Ze hebben geleerd dat het intimideren en coöpteren van de burgerbevolking goedkoop en effectief is’

    Dat bevestigt ook Dickinson. In tegenstelling tot de FARC, die de macht in Bogotá wilde grijpen, richten de huidige gewapende organisaties zich op het controleren van een illegale economie die veel verder gaat dan de drugshandel. ‘Ze hebben geleerd dat het bestrijden van de staat kostbaar is, maar het intimideren en coöpteren van de burgerbevolking goedkoop en effectief. Het meeste geweld in Colombia vindt nu plaats tussen gewapende groeperingen om territorium en inkomsten, of tegen burgers die de moed hadden zich te verzetten tegen hun criminele heerschappij.’

    ‘Er is een enorme toename van geweld in Catatumbo – moorden en ontheemding, toename van rekrutering van kinderen en zeer duidelijke wraakacties, waar de gewone burger vaak slachtoffer van is,’ bevestigt Juanita Goebertus, directeur van de afdeling Amerika bij Human Rights Watch, geciteerd door The Guardian

    Politieagenten dragen de kist van Michael Astaiza, die omkwam toen een politiehelikopter werd neergeschoten door een dissidente factie van de voormalige FARC-guerrillagroepering. 25 augustus 2025. – © Santiago Saldarriaga / AP Photo

    De crisis kreeg deze week een internationale dimensie toen de VS officieel verklaarden dat Colombia is gefaald in de strijd tegen drugshandel. De regering-Trump zei maandag dat Colombia ‘aantoonbaar tekortgeschoten’ is in zijn verplichtingen om drugshandel te bestrijden, maar dat ze het land financieel zullen blijven steunen, zo schrijft CNN. De VS wijten de mislukking expliciet aan president Petro, een uitgesproken criticus van Trump. 

    Wat staat Colombia nu te wachten?

    Dit scenario speelt zich af in de aanloop naar de verkiezingen van 2026. ‘Hoewel het geweld waarschijnlijk geconcentreerd zal blijven in de door gewapende groeperingen gecontroleerde plattelandsgebieden, kunnen bijkomende incidenten in stedelijke centra niet worden uitgesloten’, schrijft Lizarozo.

    ‘Omgekeerd zullen rechtse en centrumrechtse presidentskandidaten steeds meer de nadruk leggen op het toenemende geweld, waarbij ze vaak alarmerende verhalen verspreiden.’ Ondertussen zal de regerende linkervleugel – die zich in de voorverkiezingen van oktober achter één kandidaat wil scharen – politieke verantwoordelijkheid voor de verslechterende veiligheids- en humanitaire crises in meerdere regio’s uit de weg gaan en in plaats daarvan alle schuld toeschuiven aan illegale actoren.

    ‘Geen enkele militaire strategie kan deze diepgaande sociale infiltratie van criminele organisaties op eigen kracht ontmantelen’

    Het land heeft behoefte aan een goed geïnformeerd, evenwichtig debat en serieuze beleidsvoorstellen om de nieuwe dynamiek van het geweld aan te pakken. Helaas is er juist steeds meer sprake van polarisatie. ‘De veroordeling van Álvaro Uribe in de zaak rond getuigenbeïnvloeding tot twaalf jaar gevangenisstraf, waartegen hij in beroep is gegaan, heeft de campagne voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar verder gepolariseerd,’ licht journalist Michael Reid toe in Americas Quarterly

    Volgens Dickinson is er nog een mogelijkheid om het tij te keren en moet met name worden gekeken naar belangrijke lessen uit het verleden. ‘Geen enkele militaire strategie kan deze diepgaande sociale infiltratie van criminele organisaties op eigen kracht ontmantelen. Met een voortdurende dialoog, sociale initiatieven en een gerichte veiligheidsstrategie, kan Petro het akkoord van 2016 nog steeds nieuw leven inblazen en werken aan de “totale vrede” die hij heeft beloofd.’

  • Wat staat er op het spel in de Noorse verkiezingen?

    Wat staat er op het spel in de Noorse verkiezingen?

    In welke context vinden de verkiezingen plaats?

    Sinds 2021 wordt Noorwegen geregeerd door een sociaaldemocratische minderheidsregering van de Arbeiderspartij (Arbeiderpartiet) onder leiding van premier Jonas Gahr Støre. In februari van dit jaar viel het kabinet toen de Centrumpartij (Senterpartiet) de coalitie verliet wegens een geschil over de implementatie van EER-richtlijnen over het energiebeleid. Hoewel Noorwegen geen lid is van de Europese Unie, maakt het namelijk wel deel uit van de Europese Economische Ruimte. De regering was in de aanloop naar de val al zeer impopulair. Een peiling van de Noorse omroep NRK in december plaatste de Arbeiderspartij op slechts 16,8 procent in de peilingen.

    Sinds het vertrek van de Centrumpartij regeert de Arbeiderspartij alleen, ondanks dat ze slechts 28,4 procent van de parlementszetels in handen heeft. Omdat Noorwegen een parlement met een vaste zittingsduur heeft, konden er geen vervroegde verkiezingen worden uitgeschreven. Partijleider Støre probeert bij de komende verkiezingen zijn ambtstermijn te verlengen.

    Het Noorse parlement, de Storting, bestaat uit 169 wetgevers die gekozen worden uit 19 districten voor een termijn van vier jaar, legt persbureau Reuters uit. Er geldt een kiesdrempel van 4 procent, wat in de praktijk een meerpartijenstelsel betekent waarin kleinere partijen samenwerken. Het centrumlinkse blok bestaat uit de Arbeiderspartij, de Linkse Partij, de Groenen en de Rode Partij. Het rechtse blok omvat de Conservatieven, de Liberale Partij, de Christendemocraten en de Vooruitgangspartij. Daartussenin bevindt zich de Centrumpartij, die de afgelopen 25 jaar coalities heeft gevormd met links. Peilingen voorspellen een spannende strijd tussen de twee blokken, aldus Politico.

    Minister van Energie Terje Aasland (Ap) tijdens een debat in de Storting, het Noorse parlement. – © Fredrik Varfjell / NTB

    Volgens Der Standard zouden de verkiezingen mogelijk een historisch jonge Storting opleveren met een gemiddelde leeftijd van onder de 45 jaar. Dit zou Noorwegen een van de jongste parlementen ter wereld opleveren.

    Wie zitten er in de race?

    De Arbeiderspartij staat bovenaan in de peilingen op 28 procent. Dat is enigszins verrassend omdat Støre helemaal niet zo populair was afgelopen jaren. De voornaamste reden hiervoor lijkt de invloed van Jens Stoltenberg. Nadat het vorige kabinet in februari viel, kwamen er nieuwe ministerposten vrij. Jens Stoltenberg, de voormalige secretaris-generaal van de NAVO die eerder al twee keer premier was geweest, werd benoemd tot nieuwe minister van Financiën. ‘De Jens-factor heeft ertoe bijgedragen dat de Arbeiderspartij opnieuw is uitgegroeid tot de populairste partij. Jonas Gahr Støre voorkwam een interne opstand en de partij kon na het vertrek van de Centrumpartij ook meer zijn eigen lijn trekken’, schrijft het Zweedse dablad Svenska Dagebladet. Elisabeth Ivarsflaten, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Bergen, legt uit dat Jens Stoltenberg werd gezien als ‘een soort redder die orde op zaken kwam stellen in Noorwegen – en dat met groot succes’, wat een impuls gaf aan links.

    ‘Het is niet overdreven om te stellen dat deze regering en haar premier buitengewoon impopulair waren,’ vertelt politicoloog en verkiezingsonderzoeker Johannes Bergh aan Süddeutsche Zeitung. ‘Velen vonden dat hij geen uitstraling had. Dezelfde mensen vinden deze ietwat academische stijl plotseling prettig en betrouwbaar,’ aldus Bergh. Echter is Støre nog altijd afhankelijk van andere linkse partijen om te kunnen regeren.

    Op de tweede plek in de peilingen staat de Vooruitgangspartij (FrP) met 20 procent. Dat zou een verdubbeling betekenen ten opzichte van de vorige verkiezingen. De partij heeft een rechts-populistisch profiel en is kritisch op immigratie en belastingverhoging. Dit maakt haar de meest ‘rechtse’ partij in het Noorse partijenspectrum, zonder echter buitengesloten of geïsoleerd te worden door andere partijen zoals in het geval van de Duitse AfD, analyseert Apollo News. Van 2013 tot 2020 maakte de Vooruitgangspartij al deel uit van de Noorse regering onder leiding van de Conservatieve Partij, maar ze verliet de coalitie, deels naar aanleiding van de repatriëring van een moeder met vermoedelijke banden met ISIS uit Syrië. 

    De partij wordt geleid door de 47-jarige voormalig lerares Sylvi Listhaug. Ze bekleedde diverse ministersposten tijdens de laatste regeringsdeelname van de Vooruitgangspartij.

    De Noorse premier Jonas Gahr Støre (Ap) en partijleider Sylvi Listhaug (Frp). – © Carina Johansen / NTB

    Op de derde plek staat de Conservatieve Partij (Høyre, letterlijk vertaald naar ‘rechts’) met 15 procent. Het lijkt erop dat de partij de grote verliezer van deze verkiezingen wordt. De publieke steun voor de voormalige 30-procentpartij is gehalveerd. Volgens Svenska Dagebladet heeft de partij veel stemmen verloren aan de FrP. 

    De leider van de partij is Erna Solberg. Ze was van 2013 tot 2021 premier. ‘Solbergs ster is vervaagd, ondanks een uitstekende prestatie in de debatten en publiciteitsstunts op TikTok’, schrijft het Zweedse dagblad.

    Wat zijn de belangrijkste thema’s?

    De verkiezingen in Noorwegen spelen zich af tegen een achtergrond van mondiale vraagstukken, zoals het presidentschap van Trump, nepnieuws en klimaatverandering. Toch lijken deze grote thema’s nauwelijks door te klinken in de campagne, analyseert Süddeutsche Zeitung. In werkelijkheid gaat de aandacht van de partijen en de kiezers vooral uit naar binnenlandse onderwerpen: werkgelegenheid, gezondheidszorg en de vraag of de vermogensbelasting verlaagd of zelfs helemaal afgeschaft moet worden. 

    Hoewel Noorwegen internationaal vaak wordt geprezen om zijn waterkracht en hoge aantal elektrische auto’s, blijft de kern van de welvaart de export van olie en gas. ‘Het klimaatbeleid speelt een nauwelijks merkbare rol in deze verkiezingscampagne, ondanks de temperaturen die op sommige plekken in juli boven de 30 graden Celsius uitkwamen. Het feit dat hun hele welvaart gebaseerd is op de export van klimaatschadelijke olie en gas, wordt tijdens de verkiezingscampagne systematisch genegeerd,’ laakt het Duitse dagblad. 

    ‘Dat de verkiezingscampagne zo opvallend kalm lijkt, komt ook doordat sommige belangrijke kwesties onbetwist blijven’, legt Süddeutsche Zeitung verder uit. Het doelt hiermee onder andere op de Oekraïne-kwestie. Alle 169 parlementariërs stemden onlangs in met een pakket van 85 miljard Noorse kronen (7,2 miljard euro) steun. Premier Støre kondigde bovendien tijdens een bezoek aan Kyiv aan dat Noorwegen ook in 2026 hetzelfde bedrag aan steun voor Oekraïne zal uitgeven. Daarmee lijkt de regering tegemoet te komen aan kritiek van onder meer Denemarken, dat Noorwegen beschuldigde van buitensporige winsten op olie en gas zonder evenredige steun te bieden.

    Wat de kiezers wél bezighoudt, zijn de stijgende prijzen en inkomensverschillen. Uit een peiling van Respons Analyse voor Aftenposten blijkt dat ongelijkheid inmiddels de belangrijkste zorg van de bevolking is, nog voor defensie en nationale veiligheid. Vooral de inflatie – voedselprijzen stegen het afgelopen jaar met 5,9 procent – drukt zwaar op huishoudens, aldus Reuters.

    Daarbij speelt de vraag hoe het belastingstelsel moet worden ingericht. De Arbeiderspartij wil de huidige belastingdruk grotendeels behouden, terwijl linkse bondgenoten pleiten voor hogere tarieven voor de rijksten om gezinnen met lage inkomens te ontlasten. De rechterflank – de Conservatieven en de Vooruitgangspartij (FrP) – wil juist forse belastingverlagingen. ‘Belastingheffing is een van de grote twistpunten tussen links en rechts,’ zei Solberg er eerder over, geciteerd door Financial Times. Het blad voegt eraan toe dat honderden rijke Noren de afgelopen jaren naar Zwitserland zijn verhuisd om aan de hoge belastingtarieven te ontkomen. 

    De Oekraïense president Volodymyr Zelensky en de Noorse premier Jonas Gahr Støre arriveren voor een persconferentie na hun overleg in het Mariinsky-paleis in Kyiv op 25 augustus 2025. – © Genya Savilov / AFP

    Toch verdedigt de huidige regering de vermogensbelasting. Zij wijst erop dat een afschaffing ertoe zou leiden dat sommige van de rijkste Noren helemaal geen belasting meer betalen. Uit gegevens over 2023 blijkt dat drie van de tien grootste belastingbetalers in Noorwegen geen enkel inkomen hadden, maar enkel via de vermogensheffing bijdroegen, aldus Financial Times.

    Een ander centraal thema is het Noorse staatsfonds van ruim 2 biljoen dollar, opgebouwd uit olie-inkomsten. Dat fonds maakt hoge publieke uitgaven mogelijk, maar roept ook discussie op over de besteding ervan. Zo ontstond aan het begin van de campagne een fel debat over investeringen in Israël. De Linkse partij eist dat de Arbeiderspartij zich terugtrekt uit bedrijven die betrokken zijn bij ‘Israëls illegale oorlogvoering in Gaza’, maar de Arbeiderspartij wees dat volgens Reuters af. Volgens Al Jazeera heeft het grootste staatsinvesteringsfonds ter wereld inmiddels zijn aandelen in 11 van de 61 Israëlische bedrijven verkocht.

    Mondiale thema’s als klimaat en oorlog zijn aanwezig in de Noorse verkiezingen, maar lijken niet doorslaggevend. Wat de stemming uiteindelijk zal bepalen zijn de portemonnee en de verdeling van welvaart.

    Hoewel de officiële uitslagen nog even op zich laten wachten, hebben de schoolverkiezingen al een duidelijke winnaar aangewezen. Bij elke verkiezing gaan leerlingen van middelbare scholen in het land naar de stembus om hun stem uit te brengen. Daar won de Vooruitgangspartij met 26 procent. De Conservatieve partij werd tweede met 19,7 procent. ‘Als dit de verkiezingsuitslag was geweest, hadden de Vooruitgangspartij en de Conservatieve Partij zelfstandig een meerderheid behaald’, concludeert de Noorse krant VG.