Het beste uit de internationale pers

Tag: kindhuwelijk

  • De stille revolutie van de Masai-vrouwen in Tanzania

    De stille revolutie van de Masai-vrouwen in Tanzania

    Naishorua Masago – bij iedereen bekend als Nai – was 13 jaar oud toen ze haar biologische vader ontmoette. Ze was net klaar met de basisschool en stond op de binnenplaats van haar huis, een klein gebouw van leisteen in het dorp Kirtalo, in het noorden van Tanzania, toen er een vreemdeling kwam aanlopen.

    ‘Mijn vader? Ik woonde al bij mijn vader en moeder. Ik wist niet wie deze man was,’ vertelt ze aan El País. Toch bleef hij aandringen: ‘Het is tijd om te trouwen, Nai,’ zei hij tegen haar. Die dag, in 2008, ontdekte deze jonge Masai-vrouw veel dingen: dat ze was opgegroeid bij haar grootouders, die ze als haar ouders beschouwde, en dat de man die ze nooit had ontmoet, al over haar toekomst had beslist.

    In die tijd resoneerde het werk van de Pastoral Women’s Council (PWC) – een organisatie die in 1997 werd opgericht door negen Masai-vrouwen om op te komen voor hun rechten in de gemeenschap – al onder de bewoners van het gebied, een enorm gebied dat zich uitstrekt over tienduizenden kilometers tussen Kenia en Tanzania. Nai hoorde voor het eerst over de organisatie via de oprichter, Maanda Ngoitiko, die eregast was bij haar diploma-uitreiking. Nai was tweede geworden van haar klas en de PWC bood haar een beurs aan om verder te studeren aan de Emanyata Secondary School in het Ngorongoro-district, ook in het noorden van het land, die sinds 2006 door de organisatie wordt gerund. Dankzij deze hulp kon Nai voorkomen dat ze op jonge leeftijd werd uitgehuwelijkt.

    ‘Ik vertelde hem dat ik niet wilde trouwen. Mijn moeder zei dat dat een schande zou zijn’

    ‘Om een beurs van de PWC te krijgen, moet je uit een gezin komen met een laag inkomen en het risico lopen te worden uitgehuwelijkt of slachtoffer te worden van gendergerelateerd geweld,’ legt Lakati Kulal uit, sinds 2021 de directeur van de school. Nai, die aan beide voorwaarden voldeed, kon er in totaal vier jaar studeren.

    Maar toen Nai met haar middelbareschooldiploma onder de arm terugkeerde naar het huis van haar oma, kwam haar vader terug. En deze keer nam hij haar mee. Ze was 17. ‘Ik vertelde hem dat ik verder wilde studeren en niet wilde trouwen. Mijn moeder zei dat dat een schande zou zijn,’ legt Nai uit. Ze is gekleed in een rode shuka, een traditioneel gewaad, en draagt verschillende kettingen.

    Nai, die inmiddels 28 is, herinnert zich hoe ze wanhopig aan een passerende motorrijder vroeg om de PWC in te lichten, omdat haar bruiloft de volgende dag gepland stond. Op de ochtend van de ceremonie wist de organisatie haar te redden en naar een opvanghuis te brengen.

    Vrouwen veranderen tradities

    Tot 2019 mochten meisjes in Tanzania volgens de wet op 15-jarige leeftijd trouwden. Dat was in strijd met het Maputo-protocol – het in 2005 door de Afrikaanse Unie opgestelde Handvest voor de Rechten van de Vrouw – dat de minimumleeftijd vaststelt op 18 jaar. Maar in 2019 verbood het Hooggerechtshof van Tanzania het huwelijk voor de leeftijd van 18 jaar en beval de regering om de minimumleeftijd binnen een jaar te verhogen. Volgens gegevens van UNICEF komen kindhuwelijken echter nog steeds voor. Op dit moment zijn er 125 miljoen meisjes op het Afrikaanse continent die gedwongen werden om voor hun achttiende te trouwen. Volgens de internationale ngo Girls Not Brides: The Global Partnership to End Child Marriage, wordt een op de drie meisjes in Tanzania voor haar achttiende uitgehuwelijkt. En 5 procent van deze meisjes wordt voor hun vijftiende uitgehuwelijkt.

    De Pastoral Women’s Council strijdt tegen gendergerelateerd geweld en gedwongen huwelijken, voor de afschaffing van vrouwenbesnijdenis en voor toegang tot drinkwater en landeigendom. De organisatie krijgt steun van Tanzaniaanse en buitenlandse donoren, waaronder de Europese Unie, aldus de leiders. Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de strategie, waarvoor ze fundamentele steun van het Malala Fonds hebben gekregen.

    Op Nai’s school hebben inmiddels al meer dan zevenhonderd meisjes met een studiebeurs kunnen studeren. En 250 meisjes hebben een universitaire opleiding afgerond. ‘Het zijn allemaal meisjes die aan kindhuwelijken zijn ontsnapt,’ merkt Kulal op. In de begindagen stuitte de PWC op veel obstakels om zijn werk van de grond te krijgen: ‘Het feit dat een groep vrouwen tradities kwam veranderen, werd niet goed ontvangen door de mannen. Maar het feit dat we Masai waren, speelde een doorslaggevende rol,’ zegt Ngoitiko.

    ‘Dit zijn nieuwe tijden: nu leveren we een bijdrage, we bedelen niet’

    De oprichter geeft toe dat er vooruitgang zichtbaar is, hoewel bepaalde repressieve opvattingen nog steeds bestaan: ‘De Masai zijn een extreem patriarchale gemeenschap, waarin vrouwen en meisjes altijd als minderwaardig zijn behandeld,’ benadrukt ze.

    In de loop der jaren heeft de PWC zijn werkterrein uitgebreid en projecten opgezet om de economische onafhankelijkheid van vrouwen te bevorderen. ‘In 2016 hebben we groepen van vijftien tot twintig vrouwen gevormd die wekelijks wat geld opzijzetten en bijdragen aan twee gemeenschappelijke fondsen: een voor noodgevallen en een voor kredieten,’ legt Stella James, een van de projectmanagers, uit. Daarmee veranderde het leven van duizenden Masai-vrouwen. 

    ‘Voorheen bleven we thuis. Als we geld nodig hadden, moesten we dat aan onze mannen vragen. Nu hebben we allemaal kleine bedrijfjes: we hebben huizen gebouwd en we delen de winst,’ zegt Naire Lio, leider van zo’n fondsgroep in het Longido-district. ‘Dit zijn nieuwe tijden: nu leveren we een bijdrage, we bedelen niet,’ voegt ze eraan toe.

    Lio en haar collega’s besloten hun kennis te delen met vrouwen uit naburige dorpen. Ze richtten ook zes nieuwe gemeenschapsbanken op. Ze bundelden hun inkomsten en kochten bijvoorbeeld een maïsmolen om het graan te kunnen malen zonder daarvoor te hoeven reizen. ‘Nu komen mensen bij ons kopen en met dat geld kunnen we onszelf onderhouden,’ legt ze uit. Dit model kreeg navolging in de 127 dorpen, verspreid over drie districten, waar de PWC actief is, waardoor de solidariteit in de gemeenschappen werd versterkt en meer dan 15.000 vrouwen erop vooruitgingen, aldus de organisatie.

    Eigen land

    Hoewel uit een recent onderzoek van Afrobarometer is gebleken dat 85 procent van de Tanzanianen vindt dat zowel vrouwen als mannen het recht zouden moeten hebben om land te bezitten, is slechts 8,1 procent van de vrouwen in Tanzania zelfstandig landeigenaar. ‘Masai-vrouwen hebben nooit het recht op eigendom gehad. Alles is van onze mannen: het huis, het vee… zelfs onze kinderen zijn van hen,’ klaagt Ngoije. Zij is een van de vrouwen uit het Longido-district die zelf land bezitten.

    Landeigenaar zijn in Tanzania betekent ondergedompeld worden in een complex systeem, aangezien er een tweeledig rechtssysteem bestaat: het wettelijk recht – dat gelijke rechten toekent aan mannen en vrouwen – en het gewoonterecht (ongeschreven regels gebaseerd op gebruiken), dat mannen bevoordeelt. Daarom betrekt de PWC gemeenschapsleiders erbij en doordringt hen van het belang om land te registreren op naam van vrouwen. ‘Als hier een leider spreekt, is iedereen stil. We hebben het argument gebruikt dat de overheid land afpakt van de Masai[-mannen], dus dat de eigendommen op onze naam moeten worden geregistreerd,’ zegt Ngoije.

    ‘Het zou niet zijn gelukt als we onze echtgenoten hadden proberen te overtuigen. We moesten ons tot de stamhoofden wenden om dit te bereiken,’ gaat Ngoije verder. Ze heeft een officieel overheidsdocument waarin haar eigendomsrechten zijn vastgelegd. Tot nu toe hebben meer dan 350 vrouwen land aangevraagd en gekregen. ‘Het belangrijkste is de mentaliteitsverandering bij de mannen. We hebben nu een stem en onze rechten worden erkend,’ zegt Namyak Makanot. Zij is de dochter van Ngoije en heeft ook van deze verandering geprofiteerd.

    Solidariteit van vrije vrouwen

    ‘Een Masai – man of vrouw – is [berooid] als hij of zij geen vee bezit,’ legt Nabulu uit, die in de plaats Loliondo woont. Dat was in 1998 aanleiding voor de oprichting van een speciaal soort boma: de solidariteits-boma’s. Dit zijn veecoöperaties die vrouwen helpen zelf vee te bezitten en een eigen inkomen te genereren. De solidariteits-boma’s zijn hetzelfde als de traditionele boma’s, met het verschil dat ze worden beheerd door vrouwen en dat het vee hun eigendom is.

    Drie jaar lang leven verschillende vrouwen samen, runnen ze bedrijven, zorgen ze voor het vee, ondersteunen ze studenten en richten ze gemeenschapsbanken op, in een veilige ruimte waar alles besproken kan worden. Daarna keren ze terug naar huis met hun vee en hun spaargeld, terwijl een andere groep het van hen overneemt. ‘Op deze manier worden we gerespecteerd door de mannen en krijgen we een stem in de comités,’ legt Nabulu uit. Ze is van plan om zich kandidaat te stellen als de volgende gemeenschapsleider. ‘Masai-vrouwen moeten in machtsposities komen te zitten, zodat we onze eigen agenda kunnen bepalen en gewaardeerd worden,’ zegt ze.

    Terwijl op de achtergrond de koebellen klingelen, geeft Runi Mukanda, een Masai-opperhoofd, toe dat hij vroeger dacht ‘dat vrouwen zwak waren. Maar nu is hun kracht duidelijk gebleken.’ Zijn vrouw Ngoije, die naast hem zit, valt hem bij: ‘Hij was erg agressief… maar nu kan ik me ontspannen als ik met hem praat.’ Mukanda dwong zijn dochter Namyak om te trouwen toen ze 14 was. Wat als hij terug in de tijd kon gaan; zou hij dan dezelfde beslissing nemen? ‘Ik denk dat ik niet eens het recht zou hebben om dat te doen. Een meisje mag nu zelf beslissen met wie ze trouwt en wanneer. Het is niet meer zoals vroeger,’ antwoordt de vader.