Het beste uit de internationale pers

Tag: robots

  • In China gaan humanoïde robots naar school

    In China gaan humanoïde robots naar school

    Net als bij baby’s ervaren deze robots de fysieke wereld vooral door aanraking, en dat gaat met veel vallen en opstaan: ze vouwen broeken op en strijken kleding in de slaapkamer; ze maken maaltijden klaar, persen sap en wassen af in de keuken en ze schikken bloemen, dweilen en ruimen tafels af in de woonkamer. Elke robot heeft een eigen ‘trainer’ – een soort docent met een VR-headset. Met een controller doet zo’n trainer allerlei verschillende handelingen voor: optillen, vasthouden, trekken, gieten enzovoort. Elke beweging wordt ongeveer tweehonderd keer herhaald.  

    Dit is de superfabriek voor datacollectie in Zhiyuan, een van de grootste centra voor de verzameling van robotgegevens in de hele wereld. Hij is opgedeeld in vijf verschillende scenario’s: industrie, detailhandel, kantoor, horeca en particulier. Honderd trainers draaien dag- en nachtdiensten, samen met meer dan dertig analisten en tien beheerders die de data verzamelen en verwerken.

    Af en toe treden er kleine foutjes op: een robot kan een waterkoker bijvoorbeeld niet rechtop houden

    De faciliteit produceert per dag tussen de dertig- en vijftigduizend datapunten: stukjes multidimensionale informatie die worden vastgelegd door de bewegingen van de robots, informatie zoals waar een arm zich bevindt, hoe snel hij beweegt en wat voor effect dat heeft. 

    Af en toe treden er kleine foutjes op: een robot kan een waterkoker bijvoorbeeld niet rechtop houden, doet te veel kruiden in een gerecht of stoot een vaas omver. De trainers stellen hun bewegingen dan geduldig bij. 

    Hoe effectief is deze robottraining? Yao Maoqing, een directeur van Agibot, legt uit: ‘We bevinden ons nog in een vroeg stadium. Een robot kan op dit moment negen van de tien keer een glas water inschenken op een tafel die hij eerder is tegengekomen.’

    Beperkingen

    Toch wil het bij onbekende scenario’s of objecten nog wel eens misgaan. Bovendien betreft het hier vooral op zichzelf staande vaardigheden; de robots zijn nog niet in staat om meerdere bewegingen te combineren. 

    Om de robots algemener te laten functioneren moet hun omgeving voortdurend worden aangepast en verfijnd. Zo veranderen de trainers regelmatig de verlichting, gebruiken ze objecten met verschillende vormen en verandert alles constant van plek.

    Het uitbreiden van de AI-capaciteit (het ‘denkvermogen’) van een robot vereist veel data. Eerst worden multidimensionale fysieke gegevens – zoals beeld, fysieke impulsen en exacte bewegingen – geregistreerd en in een computerprogramma verwerkt, waarna ze weer in de robot zelf worden geïmplementeerd.

    Toch blijft een gebrek aan gegevens de grootste bottleneck in de ontwikkeling van mensachtige intelligente robots.

    Dit geeft Yao Maoqing ook zonder meer toe: ‘Datasets voor robots zijn veel te klein om grote taalmodellen (LMM’s) op te kunnen toepassen.’ Dit komt door fundamentele verschillen in het soort data: LLM’s baseren zich op een enorme hoeveelheid tekst die afkomstig is van het internet, terwijl data voor robots afhankelijk zijn van fysieke interacties met de wereld. Om een robot bijvoorbeeld aan te leren een glas water in te schenken moeten trainers allerlei informatie nauwkeurig registreren waaronder het armtraject, de kracht van de robothand, de temperatuur van het water, en zo voort.  

    Het is dan ook ongelooflijk duur om dit soort data te verzamelen. Nvidia Research maakte onlangs bekend dat voordat Tesla’s mensachtige robot Optimus een accu in een doos kon plaatsen, er een team van veertig personen nodig was om data te verzamelen. Optimus ‘fabrieksklaar’ maken zou miljoenen uren aan training en honderden miljoenen dollars vereisen. 

    Alternatieven

    Om deze uitdaging directer aan te gaan hebben verscheidene roboticabedrijven over de hele wereld hun datasets openbaar gemaakt om technologische uitwisseling en vooruitgang te bevorderen, zo ook AgiBot en Fourier Robotics.

    Naast een-op-eeninstructie, waarbij een mens de training verzorgt, wordt er ook gewerkt aan goedkopere methodes, zoals robots foto’s en video’s leren interpreteren zodat ze bekender worden met menselijke handelingen. 

    AgiBot onthulde in maart het eerste Chinese ‘General Embodied Base Model’. Door online video’s van huishoudelijke taken te bekijken, zoals kookinstructies, kunnen robots de basisprincipes van het koken afleiden zonder voorafgaande praktische ervaring (zogeheten zero-shot learning). Zo kan een robot bijvoorbeeld herkennen dat water borrelt als het kookt, en dat je aardappels eerst moet schillen. Daarna is het alleen nog een kwestie van oefenen in de praktijk.

  • We slaan de plank mis met menselijke robots

    We slaan de plank mis met menselijke robots

    Aangezien de tech-industrie niet uitgepraat raakt over de ontwikkelingen omtrent AI, is het geen gekke gedachte dat er binnenkort menselijke robots op aarde zullen rondlopen.

    Elon musk heeft het marktaandeel van Optimus, Tesla’s poging tot een mensachtige huishoudrobot, op 10 biljoen dollar geschat. Jensen Huang, directeur van Nvidia [een grote producent van computerhardware] voorspelde dat dit ‘de grootste tech-industrie ooit’ zal worden. 

    Met het grote aantal beginnende roboticabedrijven en de vloedgolf aan online filmpjes van tweevoetige robots die allerlei menselijke taken verrichten, lijkt de robotrevolutie een feit. LLM’s kunnen nu al complexe logische problemen oplossen, en het lijkt misschien eenvoudig om zo’n model ook in een robot te installeren, waarna deze simpelweg kan worden hertraind om zich in de wereld te handhaven. Klaar is Kees.

    Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’

    Dit is een zware onderschatting. Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’, aldus Peter Varrett, investeerder in Playground Global. In werkelijkheid is het een immense stap om intelligentie naar de fysieke wereld te vertalen.

    Daarvoor zal de manier waarop AI momenteel wordt getraind radicaal moeten veranderen. Als sterke, autonome machines in contact worden gebracht met mensen is er bijvoorbeeld geen ruimte voor de ‘hallucinaties’ waar LLM’s doorgaans last van hebben [kleine foutjes in hun handelingen]. En zo moeten robotbouwers nog ontelbare andere uitdagingen overkomen om het menselijk lichaam in een machine na te bootsen.

    Door de verwachtingen over de praktische haalbaarheid van kunstmatige mensen op te schroeven, maken robotbouwers het zichzelf alleen maar moeilijker. Ze lopen bovendien het risico een veel haalbaardere en zeer belangrijke markt mis te lopen: die voor robots die geen twee benen hebben of proberen de mens in al zijn complexiteit na te bootsen.

    Obstakels

    Op het gebied van kunstmatige intelligentie komen robotontwikkelaars veel obstakels tegen waar de makers van LLM’s helemaal geen last van hebben. Zo zijn diensten zoals ChatGPT getraind op datasets die vooral van het internet afkomstig zijn, zonder dat daar data over de fysieke wereld aan te pas komen. 

    Ook is het veel moeilijker om een machine te bouwen die met de wereld interacteert en objecten gebruikt en oppakt dan om een simpelere autonome machine te maken zoals een zelfrijdende auto. Voertuigen hebben enkel de opdracht door de wereld heen te bewegen zonder tegen dingen op te botsen; een robot moet dingen op precies de juiste manier aanraken om zelfs maar de simpelste taken uit te kunnen voeren.

    Daar komt nog de kwestie van ‘planning’ bij kijken: in real time beslissingen nemen over een handelwijze op basis van een stroom aan zintuiglijke data uit de echte wereld – een van de moeilijkste problemen in de robotica. Zelfrijdende auto’s beginnen weliswaar  eindelijk op de openbare weg te verschijnen, maar het heeft jaren langer geduurd dan door optimisten in de techindustrie werd voorspeld. Robots vormen nog een veel grotere uitdaging.

    Nvidia kaartte deze problemen aan bij de jaarlijkse technologieconferentie in Silicon Valley, afgelopen maart. Het bedrijf heeft een systeem ontwikkeld genaamd Cosmos dat een virtuele wereld kan genereren om robotbreinen in op te leiden, maar het is nog onduidelijk hoe en of deze synthetische data de echte wereld kan nabootsen. Ook is de chipfabrikant begonnen aan een ‘physics engine’ waarmee een robot kan leren over de fysieke wereld, zoals het verschil tussen harde en zachte objecten. Deze engine wordt gemaakt door Disney en Google DeepMind. Deze samenwerking spreekt boekdelen over hoe technologie en fantasie elkaar in de robotrevolutie opzoeken.

    Nvidia presenteerde overigens ook een veelbelovend besturingssysteem voor robots, dat als opensourceproject wordt ontwikkeld zodat andere potentiële ontwikkelaars kunnen aansluiten. Dit kan een grote impuls vormen voor het vakgebied – al dreigt het tegelijkertijd de vele anderen die zich haastig op dit terrein hebben gestort buitenspel te zetten. Bovendien is er een groot verschil tussen het uitstippelen van een ontwikkelingsplan en daadwerkelijk resultaten boeken.

    Misschien hoeft de mens niet per se te worden nagebootst, maar liggen er juist meer mogelijkheden in de ontwikkeling van saaiere machines, die eenduidige taken kunnen uitvoeren of kunnen werken in op maat gemaakte omgevingen zoals warenhuizen of fabrieken. Zo zijn er automatische warenhuizenkarretjes ontwikkeld door Robust.ai, een bedrijf van Rodney Brooks, medeoprichter van het bedrijf achter de Roomba-stofzuiger en voormalig professor in kunstmatige intelligentie bij MIT. Een vaatwasser heeft geen handen nodig om de mens een handje te kunnen helpen. Als de nieuwste AI-technologieën en goedkope hardware worden benut, kan men allerlei robots bouwen die heel nuttig kunnen zijn – ook al lijken ze in geen enkel opzicht op de mens. 

  • Cricket keert terug naar de Olympische Spelen

    Cricket keert terug naar de Olympische Spelen

    Tweede sport ter wereld wordt in 2028 eindelijk weer Olympisch

    CRICKET – Na een lange en intensieve campagne keert cricket in 2028 tijdens de Spelen in Los Angeles na 128 jaar terug als Olympische Sport, meldt India Today. Het IOC heeft dat inmiddels officieel bevestigd. Om te voorkomen dat wedstrijden te lang duren, bestrijden zes landenteams (mannen én vrouwen) elkaar binnen het zogenoemde T20-format: ieder team krijgt 20 overs (zes gebowlde ballen) om zo veel mogelijk runs tussen de wickets te maken.

    Andere nieuwe Olympische sporten zijn squash, lacrosse, flag football, honkbal en softbal. Volgens het Indiase dagblad heeft Jay Shah, voorzitter van de wereldcricketbond, een sleutelrol vervuld tijdens de cricketlobby. Het Amerikaanse SportingNews houdt het erop dat de Olympische rentree van cricket, ‘met 2,5 miljard tv-kijkers de op voetbal na de populairste sport in de wereld’, vooral te danken is aan de Indiase cricketvedette Virat Kohli. ‘Hij staat op de derde plaats van meest gevolgde atleten, na Messi en Ronaldo, maar vóór Lebron James, Tiger Woods en American football-speler Tom Brady.’

    © Unsplash

    Sean Ingle beschrijft in The Guardian welke voorwaarden het IOC hanteert om sporten wel of geen Olympische status te verlenen. Hij citeert Casey Wasserman, voorzitter van het organisatiecomité van de Spelen in LA: ‘We kijken naar relevantie, innovatie en hoe een sport binnen gemeenschappen wordt beoefend: op straat, rond het schoolplein of in een buurtcentrum. Daarnaast willen we verschillende fanbases met elkaar verbinden en onze aanwezigheid in de digitale wereld vergroten.’

    Maar volgens Ingle geven zakelijke belangen de doorslag: ‘De uitzendrechten in India voor de Spelen in Parijs leverden de sportkoepel in 2024 20 mil- joen US dollar op. Volgens experts loopt dat bedrag op tot 150 miljoen nu er straks wordt gecricket in LA.’

    Ingle wijst er ook op dat het toelaten van vijf extra sporten het IOS voor een dilemma stelt omdat het maximale aantal Olympische sporters op 10.500 is gesteld. ‘Dat betekent dat traditionele sporten straks minder deelnemers mogen inschrijven.’


    Robots voetballen, kickboksen en storten in elkaar tijdens de eerste ‘robot-Olympische Spelen’ in China

    Rennen, tafeltennissen, dansen, voetballen, kickboksen. Alleen niet door mensen, maar door robots. Deze zomer vonden de eerste ‘World Humanoid Robot Games’ plaats in China. Volgens Global Times namen er tijdens het driedaagse evenement in Beijing 280 teams uit 16 landen deel aan 487 wedstrijden. Ook studententeams van de TU Delft en de Universiteit van Amsterdam waren aanwezig.

    Sommige robots maakten achterwaartse salto’s en legden met succes hindernisbanen af. Daarnaast gingen ze ‘robot-specifieke uitdagingen aan, van het sorteren van medicijnen en het verwerken van materialen tot schoonmaakdiensten’, aldus CNN. Volgens The Guardian ‘toonden de wedstrijden de bekwaamheid van China op het gebied van humanoïde robotica, een technologisch gebied dat naar de voorgrond is geschoven in de kunstmatige intelligentie-industrie van het land’.

    Al verliep niet alles even soepel. ‘Eén robot moest de 1500 meter opgeven omdat zijn hoofd halverwege de race afviel’, meldt The Guardian. De afstand werd gewonnen door een robot van het Chinese Unitree Robotics in een tijd van 6 minuten en 34,40 seconden. Het wereldrecord onder de mensen is in handen van de Noorse Jakob Ingebrigtsen (3:29,63). Toch was de robot volgens The New York Times sneller dan veel niet-professionele menselijke hardlopers.

    © Getty Images

    En er waren meer technische probleempjes. Zo schrijven internationale media dat robots tijdens de voetbalwedstrijden over elkaar struikelden en als dominostenen omvielen. ‘Ook botste een robot van het Chinese Unitree Robotics tijdens een atletiekwedstrijd tegen een menselijke medewerker terwijl hij sprintte, waardoor deze omver werd gelopen’, meldt de New Yorkse krant.

    Toch schrijft CNN dat ‘ondanks dat de robots vaak omvielen en menselijke hulp nodig hadden om weer op te staan, veel robots erin slaagden om zelfstandig weer rechtop te komen, wat applaus van het publiek opleverde’.

    Al met al zouden de wedstrijden ‘waardevolle mogelijkheden bieden om gegevens te verzamelen voor de ontwikkeling van robots voor praktische toepassingen, zoals fabriekswerk’, aldus CNN. Zo zouden bijvoorbeeld de voetbalwedstrijden helpen bij het trainen van de coördinatievaardigheden van robots, wat nuttig kan zijn voor het werk waarbij de samenwerking tussen verschillende eenheden nodig is.