Onderwerpen: Tentoonstelling

  • De veelzijdigheid van Marokkaanse mode

    De veelzijdigheid van Marokkaanse mode

    Over Marokkaanse mode bestaan veel vooroordelen, zegt cocurator Zineb Seghrouchni van de expositie MODA– Moroccan Fashion Statements in het Centraal Museum in Utrecht. De drie, vier generaties met een ‘migratieachtergrond’ hebben zowel ­artistiek als economisch en maatschappelijk het nodige bijgedragen. Mode, of wat je draagt, is een van de meest directe manieren om je uit te drukken. En dat gebeurt dan ook volop. 

    Marokkaanse mode wordt nog weleens ­gereduceerd tot pracht en praal of juist allesbedekkende kleding, terwijl de silhouetten en lijnen van bijvoorbeeld de Marokkaanse djellaba, de Japanse kimono en de West-­Afrikaanse boubou worden afgedaan als ­‘folklore’. In Utrecht is een breed scala aan Marokkaanse mode te zien, waarbij tradities, ambachten en kunst samenkomen in de veelzijdigheid van hedendaagse makers. 

    Tradities, ambachten en kunst komen samen in de veelzijdigheid van hedendaagse makers

    MODA bevat ongeveer honderd objecten en is opgedeeld in zeven thema’s, van monumentale ontwerpen tot de haartradities van de Amazigh. Ontwerpers zoals Sara Chraibi, Daily Paper en Tamy Tazi worden belicht, naast bijdragen van kunstenaar Hassan Hajjaj. 

    De tentoonstelling is een voorbeeld van de manier waarop lokale en internationale invloeden elkaar kunnen versterken, zonder dat het in de buurt komt van wat als ‘cultural appropriation’ zou kunnen worden afgedaan. Tijdens de duur van de tentoonstelling zijn er tal van verbindende programma’s rond het museum, zoals het borduren van familie­portretten in verschillende wijken in de Domstad.

    MODA – Moroccan Fashion Statements, Centraal Museum, Utrecht, 2/10 t/m 2/3/25 

  • Beroofd maakt verlies van Joods cultuurbezit voelbaar

    Beroofd maakt verlies van Joods cultuurbezit voelbaar

    Deze dubbeltentoonstelling over het verlies van Joods cultureel bezit in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt acht persoonlijke verhalen om de emotionele betekenis achter die eigendommen enigszins voelbaar te maken. 

    Veel wordt stilgestaan bij hoe zeer het immateriële gehalte van een voorwerp, dat zo diep verbonden is met de geschiedenis van de joodse identiteit, de waarde mede kan bepalen. 

    Een ander verhaal gaat over Dési Goudstikker-Halban, die decennialang vocht om de in de oorlog geconfisqueerde kunstcollectie van haar overleden man Jacques Goudstikker terug te krijgen. Of dat van uitgever Leo Isaac Lessmann, wiens rijke collectie joodse rituele voorwerpen grotendeels werd gestolen en nooit meer is teruggevonden.   

    Beroofd, Joods Museum en National Holocaust Museum, Amsterdam, tot 27/10

  • El Anatsui maakt kunst van afgedankt materiaal

    El Anatsui maakt kunst van afgedankt materiaal

    In het Stedelijk Museum hangt een draperie van de Ghanese kunstenaar El Anatsui (1944), die werd aangekocht om het 125-jarige bestaan van het museum te vieren. El Anatsui werkt vrijwel uitsluitend met afgedankt materiaal, hout, aluminium, flessendoppen, keramiek en koperdraad, waarmee verwezen wordt naar consumentisme en uitbuiting, maar ook naar de evolutie van de menselijke beschaving en de Afrikaanse dekolonisatiebewegingen en migratiegeschiedenissen.

    Sinds eind jaren negentig maakt hij reusachtige metalen wandkleden die in plooien over de muur golven. Van dichtbij blijken ze niet gemaakt van kostbaar, weelderig textiel, maar van geplette blikjes, metalen flessendoppen en de aluminium wikkels van flessenhalzen.

    Anatsui was meer dan vier decennia professor in de beeldhouwkunst aan de Universiteit van Nigeria in Nsukka. In 2015 kreeg hij een Gouden Leeuw voor zijn oeuvre en in 2009 ontving hij de Prins Claus Award. Nu hangt zijn werk in de Turbine Hall van de Londense Tate Modern dankzij de Hyundai Commission. Het werk bestaat uit drie delen. In The Red Room moet de spanning tussen de slavenhandel en de consumptie van goud, suiker en alcohol voelbaar zijn. In het tweede gedeelte, The World, suggereert de sculptuur een wereld die zowel uiteenvalt als samenkomt.

    Tot slot brengt El Anatsui met The Wall een ode aan het Ewe-volk (van Togo en Ghana).

    El Anatsui, Behind the Red Moon, Tate Modern, Londen, t/m 14/04/2024

  • Grayson Perry provoceert met universele thema’s

    Grayson Perry provoceert met universele thema’s

    Het schijnt de ‘biggest ever’ tentoonstelling te zijn van de flamboyante Britse kunstenaar Grayson Perry. Dat moet haast wel, want de expositie gaat over veertig jaar werk dat hem enorm veel lof en in 2003 de Turner Prize opleverde. Perry is met zijn alter ego Claire een van de grappigste en meest bewonderde kunstenaars van het Verenigd Koninkrijk. 

    Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s

    Hij is vooral bekend om zijn keramiek, een ‘beleefde kunstvorm’ waarmee hij zijn fascinatie voor onder andere seks, punk en de tegencultuur naar hartenlust kon uitleven. Maar Perry maakt ook het Channel 4-programma Grayson’s Art Club, dat hij presenteert samen met zijn vrouw, schrijfster en psychotherapeut Philippa Perry. Hij provoceert graag met grote universeel menselijke thema’s, maar al zijn beeldende en audiovisuele kunst is doordrenkt met zijn scherpe humor en geëngageerde commentaar over controversiële kwesties van onze tijd. Daar laat hij zich niet op voorstaan; in een interview zei hij al lang geleden lid van het establishment te zijn geworden. 

    De meer dan tachtig werken – subversieve potten, ingewikkelde prints, uitgebreide sculpturen en grote wandtapijten – zijn gerangschikt op de thema’s mannelijkheid, seksualiteit, klasse, religie, politiek en identiteit. Ook het zelden getoonde, fantastische Walthamstow Tapestry (2009) van 15 meter lang is te zien, evenals het gietijzeren schip Tomb of the Unknown Craftsman (2011). Speciaal voor de tentoonstelling in Schotland maakte Perry nieuwe potten in de vorm van middeleeuwse bierkruiken, die verwijzen naar onder meer het polariserende effect van sociale media en naar heraldische iconografie.  

    Grayson Perry: Smash Hits, National Galleries of Scotland, Edinburgh, t/m 12/11

    Lees ook:

  • Alex Katz, schilder in de stijl van Pop Art

    Alex Katz, schilder in de stijl van Pop Art

    De 96-jarige Alex Katz wordt internationaal gezien als een van de belangrijkste Amerikaanse schilders van de afgelopen halve eeuw. In eigen land trok hij al vanaf de jaren vijftig volop aandacht met levensgrote portretten van mooie, goed geklede mensen, stadsgezichten en landschappen. Zijn doorbraak in Europa volgde pas in deze eeuw.

    ‘Verwacht van Katz geen psychologische diepgang, ideeën om de wereld te verbeteren of politieke statements’, schrijft Uta Baier in Die Welt. ‘Al lijken zijn foto’s gekopieerd van reclameposters en krantenfoto’s, Katz schetst zijn motieven naar het voorbeeld van impressionisten als Matisse.’ De kunstenaar lijkt volgens Baier door zijn ‘ogenschijnlijke oppervlakkigheid’ perfect te passen binnen de traditie van Pop Art. ‘Toch staat hij dichter bij Edvard Munch en Edward Hopper dan bij Andy Warhol.’  

    In Vogue stelt Gabé Hirschowitz dat Katz’ carrière parallel loopt aan de ontwikkeling van New York in de afgelopen decennia: ‘Hij is meegegroeid met de stad. Zijn werk biedt een panorama van artiesten, dichters en dansers die het abstracte expressionisme een nieuwe dimensie hebben gegeven.’

    ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten’

    Aanvankelijk vond Sebastian Smee van The Washington Post de kunst van Katz ‘gemakkelijk en kitsch.’ Maar, ‘inmiddels sluit hij met zijn scherpzinnige kijk op individuen binnen hun sociale omgeving’ prima aan op de tijdgeest en vormt hij ‘dé inspiratiebron voor grootheden als Nicole Eisenman, Salman Toor en Elisabeth Peyton.’ (…) ‘Je kunt hem betichten van goedkope trucs, ontleend aan cartoonisten. Maar zelf ontwaar ik steeds vaker een diepe, melancholische onderstroom in zijn portretten.’ 

    Voor criticus Alex Greenberger van ARTNews draaide Katz’ overzichtstentoonstelling in het New Yorkse Guggenheim in 2022 evenwel uit op ‘misschien wel de grootste teleurstelling van het seizoen’. Volgens de criticus komt dat door de ‘kille blik van stijlvolle figuren die mij vanuit een lege omgeving aanstaren. Ook in gezelschap is de onderlinge betrokkenheid ver te zoeken.’ 

    Retrospectief Alex Katz, tot en met 1 oktober te zien in Museum Voorlinden, Wassenaar.

    Door Diederik Samwel

  • Dorothy Liebes, ‘moeder van het moderne weven’

    Dorothy Liebes, ‘moeder van het moderne weven’

    In het Cooper Hewitt, Smithsonian Design Museum in New York is de eerste monografische tentoonstelling in meer dan vijftig jaar te zien over het werk van Dorothy Liebes (1897-1972), een invloedrijke textielontwerpster en weefster. Ze wordt ook wel de ‘moeder van het moderne weven’ genoemd. Liebes speelde een sleutelrol in de Amerikaanse interieurs midden vorige eeuw. Ze werkte samen met niemand minder dan Frank Lloyd Wright en Raymond Loewy. 

    Tijdens haar leven kreeg Liebes veel erkenning, maar de reikwijdte van haar opdrachten – die zich uitstrekten van het gebouw van de Verenigde Naties in New York tot filmsets van Adam’s Rib van George Cukor met Katharine Hepburn en Spencer Tracy uit 1949 – is nu pas te zien op de overzichtstentoonstelling in New York. Meer dan 175 werken zijn bewaard gebleven na haar dood in 1972.

    A Dark, A Light, A Bright, Smithsonian Design Museum, New York, t/m 04/2/2024  

  • Vrijwel alles van Antoni Tàpies

    Vrijwel alles van Antoni Tàpies

    Het Brusselse Bozar toont een groot retrospectief van de Spaanse abstracte kunstenaar Antoni Tàpies (Barcelona, 1923-2012) en het werk dat hij maakte tussen 1944 en de jaren negentig. Tàpies gold als een van de belangrijkste Spaanse kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij was een tijdgenoot van Joan Miró en Pablo Picasso, en hij werd in 2010 in de adelstand verheven wegens zijn bijdrage aan de Spaanse kunst. Ook ontving hij de Prins van Asturiëprijs voor de Kunsten, een van de belangrijkste onderscheidingen in de Spaanstalige wereld.

    In 1966 werd hij een paar jaar gevangengezet wegens illegale bijeenkomsten

    Op de tentoonstelling is vrijwel alles te zien: van vroege tekeningen en zelfportretten, zijn ‘materieschilderijen’ uit de jaren vijftig en zijn assemblages uit de jaren zestig en zeventig. Hij gebruikte touw, gips, zand, lijm, hout en ijzerdraad, met vaak felgekleurde accenten tegen een achtergrond die lijkt op een bepleisterde, verweerde muur die de vergankelijkheid symboliseert. Tàpies heeft zich altijd verzet tegen het Franco-regime en vond heil in het occultisme. In 1966 werd hij een paar jaar gevangengezet wegens illegale bijeenkomsten. 

    Antoni Tàpies. De praktijk van de kunst, Bozar, Brussel, 15/9 t/m 7/1/24

  • Inspirerende landschappen in het Centraal Museum

    Inspirerende landschappen in het Centraal Museum

    Kunstenaars hebben door de eeuwen heen hun inspiratie elders gezocht. De expositie Aan de horizon begint met Utrechtse kunstenaars die in de zeventiende eeuw geïnspireerd raakten door het landschap en hun Italiaanse tijdgenoten, en vervolgens een nieuwe schilderstijl introduceerden, met mediterraan licht. Ook komen hedendaagse kunstenaars aan bod bij wie een bepaald landschap de aanzet tot een kunstwerk gaf of juist de wanderlust, het reizen zonder bestemming in gedachten, de aanleiding vormde.

    Le soleil toujours van de Libanese kunstenaar Etel Adnan bestaat uit 136 handgemaakte en beschilderde keramiektegels, met als middelpunt een grote zon. Het Centraal Museum gaat ook thema’s als gedwongen migratie en klimaatcrisis niet uit de weg; zo bestaat het werk Ntabamanzi van ­Lungiswa Gqunta bijvoorbeeld geheel uit prikkeldraad.

    Aan de horizonCentraal Museum, Utrecht, t/m 27 augustus

  • Gesamtkunstwerk met bezoekers

    Gesamtkunstwerk met bezoekers

    In Museum Tinguely verwelkomen Janet Cardiff en George Bures Miller bezoekers om met hun theater-, video- en geluidsontwerpen mee te doen: hun Dream Machines. Het Canadese kunstenaarsduo begon per toeval samen te werken toen ze in een gezamenlijke studio met andere kunstenaars niet meer wisten wat nu precies wiens idee was. Hun decennialange samenwerking wordt nu uitgebreid getoond in Basel, met veertien multimediawerken.

    Een tafel bedekt met luidsprekers wordt bijvoorbeeld geactiveerd door de bewegingen van bezoekers. De aanwezigheid van wat Cardiff ‘getalenteerde deelnemers’ noemt, kan de werken echt laten zingen. In New York kwam Talking Heads-frontman David Byrne onaangekondigd meespelen op The Instrument of Troubled Dreams (2018). Wanneer de voorgeprogrammeerde toetsen daarvan worden aangeslagen, zet gezang of het geluid van de zee of van draaiende windmolens in.

    Dream MachinesMuseum Tinguely, Basel, t/m 24/8

  • In het hart van de aidsepidemie

    In het hart van de aidsepidemie

    Jorge Zontal, AA Bronson en Felix Partz van de Canadese kunstenaarsgroep General Idea vonden elkaar in humoristische, creatieve, onconventionele projecten, zoals avant-gardistische schoonheidswedstrijden, tv-shows en het bouwen van nepwinkelpuien. Het doel was om mensen een alternatief standpunt te tonen dan dat wat de massamedia lieten zien, door kunstwerken in een alledaagse context te plaatsen. Een van hun projecten was het tijdschrift File (1972-1989); begonnen als een verslag van de Mail Art-beweging uit de jaren zestig werd File een manifest voor hun ideeën.

    Tragisch genoeg wordt het werk van General Idea vaak alleen nog geassocieerd met het iconische affiche dat de groep maakte met de letters ‘a i d s’, naar het virus dat in de jaren tachtig en negentig ontzettend veel slachtoffers maakte. Hun laatste project is de installatie One Year of AZT (1991), met uitvergrote capsules van een virusremmer. Partz en Zontal stierven in 1994 beiden aan aids, waarmee het werk van het collectief ten einde kwam.

    Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 16/9

  • Architectuur ten behoeve van het klimaat

    Architectuur ten behoeve van het klimaat

    Haus-Rucker-Co, het in 1967 opgerichte Weense collectief van radicale architecten, reageerde op het toenemende gevoel van vervreemding in de consumptiemaatschappij en de toenemende verstedelijking en klimaatschade. De mannen waren erop uit de ‘traditionele opvattingen over ruimte uit te dagen, machtshiërarchieën te doorbreken en utopische stedelijke ruimten te creëren, vol schone lucht en een sterk gemeenschapsgevoel’. Wie wil dat niet?

    Voor de tentoonstelling Mind Expanders is een selectie gemaakt van werken uit 1967-1972, de periode waarin het collectief zijn kenmerkendste en vernieuwendste architecturale projecten ontwikkelde. Te zien zijn bijvoorbeeld Balloon for 2 (een transparant pvc-membraan dat is opgeblazen tot een grote luchtbel), Yellow Heart (een pneumatische ruimtecapsule) en Food City I (een eetbare stadsmaquette).

    Hoogtepunt vormt de interactieve installatie Giant Billiard, die voor het eerst in Nederland te zien is. Iedereen (van minimaal 1,20 meter) die het luchtkussen van 14 bij 14 meter betreedt met daarop drie reusachtige opblaasballen van vinyl, wordt onderdeel van een spel zonder vastgestelde regels en omgangsvormen. Zo wil Haus-Rucker-Co vragen oproepen over hoe onze fysieke omgeving van invloed is op de manier waarop we met elkaar omgaan. 

    Kunsthal, Rotterdam, 29/4 t/m 3/9

  • De natuurlijke vormentaal van Henry Moore

    De natuurlijke vormentaal van Henry Moore

    Hoe kwam de Britse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), wiens werk in musea, parken en op pleinen in steden over de gehele wereld te bewonderen is, eigenlijk tot zijn unieke vormentaal? Die vraag stelt en beantwoordt museum Beelden aan Zee in de begeleidende catalogus maar ten dele.

    Moores bekende Reclining Figures – liggende vrouwfiguren, abstract maar altijd met een hoofd, romp en ledematen teruggebracht tot hun barre essentie – komen voort uit de herinnering aan de rug van zijn moeder. Het romantische verhaal is vaak verteld, over het mijnwerkerszoontje, jongste van acht kinderen, dat schoonheid zag in de Engelse mijnstreek en de monumentaliteit ervan. Maar behalve die grote vlaktes was er de reumatische rug van zijn moeder die hij bijna dagelijks moest masseren. Daardoor raakten zijn handen vertrouwd met de rondingen, de harde schouderbladen en knokige schouders. Misschien wel de reden dat zijn werk altijd menselijk is gebleven.

    Henry Moore maakte meer dan duizend beelden. Eerst alleen in steen, later in brons. Ze getuigen van een onverstoord gevoel voor harmonie tussen vorm en natuur, die ‘landschappen van borsten, heupen, schouders, botten en benen’.

    Minder bekend is dat Moore veel bedacht tijdens wandelingen, waarbij hij stenen, botten of schelpen opraapte. Maak een strandwandeling en de Henry Moore’tjes liggen voor het oprapen: stukken hout door zee en zand vervormd, stenen die op een gezicht lijken. Voorwerpen die een aanzet vormden tot baanbrekende sculpturen.

    Beelden aan Zee, Den Haag, van 7 april tot en met 10 oktober

  • Mix van mens en harig dier

    Mix van mens en harig dier

    Patricia Piccinini’s griezelige wezens zijn een mix van mens en dier: harige, kwetsbare schepsels die elkaar omarmen; een veld met vlezige bloemen en gemuteerde mannen die eieren uitbroeden. Hyperrealistisch, gemaakt van siliconen en menselijk haar.

    Kunsthal, Rotterdam. Te zien tot 4 juni.

  • Kunstenares Raphaela Vogel zoekt het hogerop

    Kunstenares Raphaela Vogel zoekt het hogerop

    De tentoonstelling KRAAAN – de drie a’s zijn een verwijzing naar het Nederlandse ‘kraan’ plus het Duitse Kran – biedt een overzicht van Raphaela Vogels vroege visuele experimenten en recente installaties. De Duitse kunstenares raakte geïnspireerd door een film van Helke Sander uit 1981 waarin een vrouw met twee kinderen in een kraan omhoogklimt, uit pure wanhoop over de te hoge huurlasten en het tekort aan woningen.

    De hijskraan in haar werk staat symbool voor hoogmoed, de misplaatste trots van mensen die ‘zichzelf meten met de goden’. Dat begrip loopt als een rode draad door de tentoonstelling. Ook stelt Vogel thema’s aan de orde over gender en de relaties tussen mensen, dieren en machines, en de positie van vrouwen in een door mannen gedomineerde (kunst)wereld. 

    KRAAAN, Museum de Pont, Tilburg. Tot 27/8  

  • Stilte om trauma’s te verwerken

    Stilte om trauma’s te verwerken

    Eigenlijk draait het in het werk van de Syrisch-Armeense fotograaf en beeldend kunstenaar Hrair Sarkissian (1973) ‘vooral om wat je niet te zien krijgt’, concludeert Alexandra Chaves in The National. Dat maakt de criticus op uit twee van Sarkissians laatste fotoseries in de expositie The Other Side of Silence. In de een zijn privéruimtes gefotografeerd waar personen voor het laatst zijn gezien voor ze als vermist werden opgegeven. De foto’s zijn gemaakt in Libanon, Argentinië, Brazilië, Kosovo en Bosnië. In de andere, eveneens met een analoge camera geschoten serie brengt Sarkissian locaties in beeld die terminaal zieke Nederlandse patiënten vlak voor hun dood nog wilden bezoeken. Mensen ontbreken op de foto’s: ‘En juist daardoor krijgt wat afwezig is, net zo veel betekenis als het aanwezige.’

    Farah Abdessamad denkt dat het de kunstenaar is te doen om het ‘oproepen van een gevoel van disoriëntatie en collectieve rouw om plaatsen, momenten en personen die niet langer bestaan’, schrijft ze voor The New Arab. ‘Sarkissian maakt het onzichtbare haast lichamelijk en creëert daarmee een altaar voor trauma en genezing.’ 

    ‘Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil’ 

    Door slim gebruik te maken van zijn grote analoge camera slaagt Sarkissian erin ‘ook het verstrijken van de tijd te vangen’, stelt Nadine Khalil voor het internationale kunstmagazine Ocula. Het leidt volgens haar tot ‘eigenaardige dualiteiten: tussen oppervlak en inhoud, het zichtbare en verborgene en individueel en gezamenlijk leed. Onder de ijle schoonheid gaat vaak een harde sociaal-politieke werkelijkheid schuil. Zo verwijst hij naar verzwegen episodes uit de geschiedenis als de Armeense genocide, etnische zuiveringen en gedwongen verdwijningen.’

    Criticus Régine Debatty beschouwt The Other Side of Silence als de ‘ontroerendste en intelligentste tentoonstelling’ die ze de laatste tijd heeft gezien, noteert ze voor het artblog WeMakeMoneyNotArt: ‘Kale interieurs, desolate landschappen en de consequente menselijke afwezigheid als enige erfenis van conflicten, geweldsexplosies en andere trauma’s. De door de kunstenaar opgeroepen stilte vormt de echo van het zwijgen van mensen overal ter wereld die zich niet durven uit te spreken en nooit over politiek zullen praten.’ 

    De expositie The Other Side of Silence van Hrair Sarkissian is tot en met 14 mei te zien in het Bonnefantenmuseum in Maastricht.

    Door Diederik Samwel