Aangezien de tech-industrie niet uitgepraat raakt over de ontwikkelingen omtrent AI, is het geen gekke gedachte dat er binnenkort menselijke robots op aarde zullen rondlopen.
Elon musk heeft het marktaandeel van Optimus, Tesla’s poging tot een mensachtige huishoudrobot, op 10 biljoen dollar geschat. Jensen Huang, directeur van Nvidia [een grote producent van computerhardware] voorspelde dat dit ‘de grootste tech-industrie ooit’ zal worden.
Met het grote aantal beginnende roboticabedrijven en de vloedgolf aan online filmpjes van tweevoetige robots die allerlei menselijke taken verrichten, lijkt de robotrevolutie een feit. LLM’s kunnen nu al complexe logische problemen oplossen, en het lijkt misschien eenvoudig om zo’n model ook in een robot te installeren, waarna deze simpelweg kan worden hertraind om zich in de wereld te handhaven. Klaar is Kees.
Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’
Dit is een zware onderschatting. Dankzij talloze sciencefictionverhalen die al jaren de ronde doen ‘gaan veel mensen ervan uit dat AI iets lichamelijk is’, aldus Peter Varrett, investeerder in Playground Global. In werkelijkheid is het een immense stap om intelligentie naar de fysieke wereld te vertalen.
Daarvoor zal de manier waarop AI momenteel wordt getraind radicaal moeten veranderen. Als sterke, autonome machines in contact worden gebracht met mensen is er bijvoorbeeld geen ruimte voor de ‘hallucinaties’ waar LLM’s doorgaans last van hebben [kleine foutjes in hun handelingen]. En zo moeten robotbouwers nog ontelbare andere uitdagingen overkomen om het menselijk lichaam in een machine na te bootsen.
Door de verwachtingen over de praktische haalbaarheid van kunstmatige mensen op te schroeven, maken robotbouwers het zichzelf alleen maar moeilijker. Ze lopen bovendien het risico een veel haalbaardere en zeer belangrijke markt mis te lopen: die voor robots die geen twee benen hebben of proberen de mens in al zijn complexiteit na te bootsen.
Obstakels
Op het gebied van kunstmatige intelligentie komen robotontwikkelaars veel obstakels tegen waar de makers van LLM’s helemaal geen last van hebben. Zo zijn diensten zoals ChatGPT getraind op datasets die vooral van het internet afkomstig zijn, zonder dat daar data over de fysieke wereld aan te pas komen.
Ook is het veel moeilijker om een machine te bouwen die met de wereld interacteert en objecten gebruikt en oppakt dan om een simpelere autonome machine te maken zoals een zelfrijdende auto. Voertuigen hebben enkel de opdracht door de wereld heen te bewegen zonder tegen dingen op te botsen; een robot moet dingen op precies de juiste manier aanraken om zelfs maar de simpelste taken uit te kunnen voeren.
Daar komt nog de kwestie van ‘planning’ bij kijken: in real time beslissingen nemen over een handelwijze op basis van een stroom aan zintuiglijke data uit de echte wereld – een van de moeilijkste problemen in de robotica. Zelfrijdende auto’s beginnen weliswaar eindelijk op de openbare weg te verschijnen, maar het heeft jaren langer geduurd dan door optimisten in de techindustrie werd voorspeld. Robots vormen nog een veel grotere uitdaging.
Nvidia kaartte deze problemen aan bij de jaarlijkse technologieconferentie in Silicon Valley, afgelopen maart. Het bedrijf heeft een systeem ontwikkeld genaamd Cosmos dat een virtuele wereld kan genereren om robotbreinen in op te leiden, maar het is nog onduidelijk hoe en of deze synthetische data de echte wereld kan nabootsen. Ook is de chipfabrikant begonnen aan een ‘physics engine’ waarmee een robot kan leren over de fysieke wereld, zoals het verschil tussen harde en zachte objecten. Deze engine wordt gemaakt door Disney en Google DeepMind. Deze samenwerking spreekt boekdelen over hoe technologie en fantasie elkaar in de robotrevolutie opzoeken.
Nvidia presenteerde overigens ook een veelbelovend besturingssysteem voor robots, dat als opensourceproject wordt ontwikkeld zodat andere potentiële ontwikkelaars kunnen aansluiten. Dit kan een grote impuls vormen voor het vakgebied – al dreigt het tegelijkertijd de vele anderen die zich haastig op dit terrein hebben gestort buitenspel te zetten. Bovendien is er een groot verschil tussen het uitstippelen van een ontwikkelingsplan en daadwerkelijk resultaten boeken.
Misschien hoeft de mens niet per se te worden nagebootst, maar liggen er juist meer mogelijkheden in de ontwikkeling van saaiere machines, die eenduidige taken kunnen uitvoeren of kunnen werken in op maat gemaakte omgevingen zoals warenhuizen of fabrieken. Zo zijn er automatische warenhuizenkarretjes ontwikkeld door Robust.ai, een bedrijf van Rodney Brooks, medeoprichter van het bedrijf achter de Roomba-stofzuiger en voormalig professor in kunstmatige intelligentie bij MIT. Een vaatwasser heeft geen handen nodig om de mens een handje te kunnen helpen. Als de nieuwste AI-technologieën en goedkope hardware worden benut, kan men allerlei robots bouwen die heel nuttig kunnen zijn – ook al lijken ze in geen enkel opzicht op de mens.

