Onderwerpen: Cultuur

  • Lof voor Baby Reindeer slaat om in online hetze

    Lof voor Baby Reindeer slaat om in online hetze

    Baby Reindeer is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van maker Richard Gadd. Als komiek Donny vertelt hij in de Netflix-serie over de pesterijen en het misbruik waarvan hij het slachtoffer was. Critici zijn unaniem over de kwaliteit van zijn werk, dat tal van maatschappelijke onderwerpen aansnijdt: van de perceptie van mannelijke biseksualiteit tot de intieme en blijvende trauma’s veroorzaakt door seksueel misbruik.

    Maar dit enthousiasme heeft tegelijkertijd een minder wenselijke wending genomen, namelijk dat ‘aspirant-detectives sociale netwerken afspeuren [op zoek naar de identiteit van degenen die Richard Gadd hebben belaagd en misbruikt]. Zo erg zelfs dat de politie moest ingrijpen en er advocaten zijn ingeschakeld’, zo meldt The Observer.

    De serie begint met de ontmoeting tussen Martha Scott, een eenzame veertigjarige, en Donny, een straatarme komiek, in de bar waar hij werkt. Uit medelijden biedt hij haar een kop thee aan, waarna hij jarenlang zal worden gestalkt door deze vrouw – ervaringen die bij de hoofdpersoon bovendien een trauma bovenbrengen: de verkrachtingen door een machtige televisie­scenarioschrijver.

    Een vrouw die beweert de persoon te zijn waarop Martha is geïnspireerd overweegt een klacht in te dienen wegens smaad

    De onlinejacht richt zich zowel op Martha als op deze scenarioschrijver. Een vrouw die beweert de persoon te zijn waarop Martha is geïnspireerd overweegt een klacht in te dienen wegens smaad, aldus The Hollywood Reporter. Richard Gadd heeft zijn kijkers verzocht te stoppen met hun zoektocht en hij benadrukt dat hij juist ter bescherming van de mensen op wie hij zijn personages heeft gebaseerd veel feiten heeft veranderd. De actrice die de rol van de stalker briljant vertolkt, Jessica Gunning, roept fans tot hetzelfde op. ‘Het is zo zonde,’ zegt ze tegen Forbes. ‘Het bewijst alleen maar dat deze mensen de serie niet goed hebben begrepen.’

    Ook is er een discussie ontstaan over de noodzaak voor Netflix om in zijn promotiecampagne te benadrukken dat de serie op een waargebeurd verhaal is gebaseerd. The Independent-journalist Adam White oppert dat het misschien naïef is geweest van de maker om deze gevolgen niet te voorzien, ‘maar als kijker hebben we ook een verantwoordelijkheid’.

    Columnist Stuart Heritage van The Guardian meent dat Gadd niet zozeer credits verdient vanwege zijn moed om deze persoonlijke ervaringen met de kijker te delen, omdat hij niet vrij te pleiten is ‘van de gevolgen die hij zelf heeft veroorzaakt’. Volgens hem kunnen we deze serie, hoe goed ook, ‘niet op een puur artistiek niveau benaderen als we weten dat de acteur zijn eigen trauma’s beschrijft’.

    De serie Baby Reindeer is te zien op Netflix.

  • Honderd keer liefdesverdriet

    Honderd keer liefdesverdriet

    The Second Woman is een voorstelling die 24 uur duurt en waarin een vrouwelijke performer – Georgina Verbaan dit keer op het Holland Festival – honderd keer één scène herhaalt met honderd tegenspelers, variërend in leeftijd, achtergrond en acteerkwaliteiten. Ze moet dus 24 uur achter elkaar steeds dezelfde break-upscène spelen met steeds wisselende, haar onbekende tegenspelers. De scène gaat over een koppel dat onderhandelt over een langdurige relatie die haar creativiteit, romantiek en vitaliteit heeft verloren. Op een scherm naast de voorstelling draait een tegelijkertijd opgenomen en live gemonteerde video die close-ups laat zien van de meest minieme emotionele expressies. 

    Het Holland Festival is de afgelopen maanden op zoek gegaan naar verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers

    Het concept van The Second Woman is bedacht door de Australische theatermakers Nat Randall en Anna Breckon en werd eerder uitgevoerd in Taiwan, New York, Londen en Toronto. Met een oproep is het Holland Festival de afgelopen maanden op zoek gegaan naar honderd verschillende mannelijke, queer of non-binaire tegenspelers – voornamelijk onbekende en in veel gevallen niet-professionele acteurs. Iedereen kon zich aanmelden.  

    ITA, Amsterdam 28 en 29/6

  • Florentina Holzinger: rauw en betoverend

    Florentina Holzinger: rauw en betoverend

    Wie het werk van de ‘anarcho-post-feministische’ Florentina Holzinger eerder gezien heeft, gaat in het vervolg óf nooit meer, óf wil juist naar elke nieuwe voorstelling van deze Oostenrijkse choreograaf en performancekunstenaar, die allesbehalve klassiek theater maakt. Non-conformistisch en rauw. Bij haar valt van alles te verwachten waar de maag zich van om kan draaien. Het publiek wordt zelfs van tevoren gewaarschuwd voor scènes met zelfverwondingen, bloed, naalden en expliciete weergaven of beschrijvingen van fysiek of seksueel geweld. Deze keer zien we het binnenste van een degenslikker, wordt er een kind verwekt, een helikopter verkracht, een wang aan de vishaak geslagen en kon een bloedige bevalling niet uitblijven. 

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent speelt water de hoofdrol

    In het acrobatische en volledig naakt uitgevoerde ballet Ophelia’s Got Talent – een parodie op een tv-talentenjacht – speelt water de hoofdrol, en dan vooral als maalstroom waarin van alles voorbijkomt, en figureren meerminnen, waternimfen en andere mythische, met het water verbonden vrouwelijke personages. Kortom, een thema waarmee Holzinger de vrije hand heeft om een beeldenstorm te veroorzaken en de toeschouwers een soort rituele ervaring te laten ondergaan, om bestaande ideeën over schoonheid op z’n kop te zetten, haar feministische kritiek en zorgen om het klimaat te uiten, en de toekomst op volstrekt eigenzinnige manier vorm te geven.  

    De Singer, Antwerpen, van 21 tot 23/6

  • Lu Yang verkent spiritualiteit en technologie

    Lu Yang verkent spiritualiteit en technologie

    Lu Yang maakt virtuoos multidisciplinair werk over boeddhisme, gaming, Indonesische dansrituelen, ­neurowetenschap en ­sciencefiction. Ook zijn eigen ‘ik’ komt in allerlei gedaanten voorbij. 

    Lu Yang wordt door kunstcriticus Barbara Pollack gezien als het gezicht van ‘splinternieuwe kunst uit China’. De soms groteske techno-psychedelische video’s, installaties en computerspellen snijden onderwerpen aan die gaan over de dood, reïncarnatie of zelfs wereldwijde vernietiging. 

    In Parijs presenteert Lu Yang Doku The Flow, een film waarin de nieuwe avonturen van Doku gevolgd kunnen worden, een personage wiens naam is geïnspireerd op de uitdrukking Dokusho Dokushi, wat in het Japans betekent: ‘We worden alleen geboren en we sterven alleen.’ 

    Open Space #14 Lu Yang, Fondation Louis Vuitton, Parijs, t/m 9/9

  • The Kerala Story legt breuklijnen in India bloot

    The Kerala Story legt breuklijnen in India bloot

    The Kerala Story, in 2023 uitgebracht en geregisseerd door Sudipto Sen, vertelt het fictieve verhaal van een vrouw die door moslimextremisten wordt gedwongen zich tot de islam te bekeren en zich uiteindelijk aansluit bij Islamitische Staat. 

    Volgens de auteurs van de film lieten zij zich inspireren door 32.000 gevallen waarin een vrouw in de Indiase staat Kerala inderdaad werd bekeerd en geradicaliseerd. Dit werkt de theorie in de hand van Narendra Modi’s hindoenationalistische partij BJP en haar ideologische opvolger RSS, dat islamitische mannen hindoeïstische vrouwen verleiden met als enig doel hen te bekeren: een zogeheten liefdes­jihad.

    Door tegenstanders werd de beslissing om de film onlangs op tv uit te zenden dan ook ‘hevig bekritiseerd’

    Modi, die zich verkiesbaar heeft gesteld voor een derde opeenvolgende ambtstermijn als premier, zet de film op deze manier in als munitie tegen zijn rivalen in de verkiezingen die op 19 april van start zijn gegaan en waarvan de resultaten in juni worden verwacht. Volgens Hindustan Times is de BJP ‘in de veronderstelling dat de emotionele impact van de film op hindoes en apolitieke christenen in haar voordeel zou kunnen werken’.

    Door tegenstanders werd de beslissing om de film onlangs op tv uit te zenden en op scholen te vertonen dan ook ‘hevig bekritiseerd’, aldus The Indian Express, op grond van het ‘creëren van verdeeldheid in de samenleving’. ‘De film zou de geschiedenis van Kerala presenteren. Maar wanneer vond een dergelijk incident dan plaats in onze staat?’ aldus Pinarayi Vijayan van de Communistische Partij, sinds 2016 regeringsleider van de staat Kerala, op de site van Malayalam Manorama, de belangrijkste krant van de regio. Pogingen om de vertoning te voorkomen hadden geen succes.

    ‘Het komt vaker voor dat een film een politieke controverse veroorzaakt,’ analyseert The Hindu. ‘Maar zelden wist een film tegelijkertijd zo veel lof en zo veel wrok op te roepen, met mogelijk grote gevolgen in deze verkiezingstijd.’  

  • Eerbetoon voor vergeten Rolling Stone

    Eerbetoon voor vergeten Rolling Stone

    Gitarist Brian Jones (1942) geldt als oprichter van The Rolling Stones, maar maakte slechts een deel van de successen mee. Kort nadat hij uit de band was gezet, werd Jones in 1969 dood aangetroffen in zijn zwembad. Nick Broomfield, bekend van documentaires over Leonard Cohen, Kurt Cobain en Whitney Houston, portretteert hem in The Stones and Brian Jones

    ‘Verrassend aangrijpend’, schrijft Sheri Linden voor Hollywood Reporter. De kracht van de film zit volgens haar in ‘de antithese tussen het sterrendom en de meer jazzy muziek waar Jones naar op zoek was’. Daarnaast draait het om de ‘rivaliserende machtsdynamiek’ met Mick Jagger, die ‘met briljante subtiliteit is vastgelegd’. 

    ‘Een psychologische studie van een begaafd, complex individu’

    De documentaire vertelt het ‘vergeten’ verhaal van een muzikant die ten onder ging aan ‘kwikzilverachtige genialiteit en zelfvernietiging’, vindt Dan Einav in de Financial Times. Niettemin krijgt Jones hiermee ‘alsnog de credits die hem toekomen’. Sean O’Hagan omschrijft de film in The Guardian als ‘een psychologische studie van een begaafd, complex individu, slecht voorbereid op roem en achtervolgd door onzekerheid.’ Volgens O’Hagan heeft Broomfield ‘getuigenissen uit de eerste hand op een suggestieve, betoverende en hartverscheurende manier verweven met rijke archiefbeelden’. 

    The Stones and Brian Jones van Nick Broomfield draait vanaf 25 april in de bioscoop.

  • In Spolia krijgt geroofde kunst nieuw leven

    In Spolia krijgt geroofde kunst nieuw leven

    Spolia, de eerste solotentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Lisa Oppenheim (1975) in Nederland, verwijst naar het Latijnse woord voor ‘buit’ oftewel naar de door tussen 1940 en 1945 geroofde kunstwerken. Oppenheim verdiepte zich in de documentatie die nog te vinden is van de Duitse diefstallen in het Parijse museum Jeu de Paume en onderzocht de voortdurende inspanningen voor restitutie aan nabestaanden van rechtmatige eigenaars. Zo bestudeerde ze de collectie van de destijds zeer welvarende kunsthandelaar Jacques Goudstikker, die in 1940 met familie het Kanaal over vluchtte en om het leven kwam door een noodlottig ongeval; hij viel in een openstaand luik en overleed. Vanaf 1941 werden systematisch complete inboedels in beslag genomen van Joden die waren gevlucht of gedeporteerd; veel van de kunstwerken raakten vermist of werden doorverkocht.

    Ze brengt ze weer tot leven en creëert nieuwe artefacten, in plaats van te reconstrueren wat verloren is gegaan

    Dat laat ze in Spolia zien door bijvoorbeeld aantekeningen van Goudstikker te gebruiken en een geheel eigen bewerking toe te voegen aan de emotionele geladenheid van een aantal kunstwerken. Ze brengt ze weer tot leven en creëert nieuwe artefacten, in plaats van te reconstrueren wat verloren is gegaan. De gelatine-zilverdrukken zijn van hetzelfde formaat als de originele werken, verwijzen op een serene manier naar het beladen verleden. Oppenheim noemt dit ‘reprocessing’. Een van die technieken bestaat uit het gebruik van vuur om afdrukken en negatieven opnieuw te belichten. Vuur, want de verwoestende kracht geeft licht aan verloren gegane of vernietigde kunstwerken. 

    Huis Marseille, Amsterdam, t/m 16/6

  • Shogun maakt comeback na vijftig jaar

    Shogun maakt comeback na vijftig jaar

    Shogun, de bestseller van James Clavell uit 1975, werd in 1980 succesvol verfilmd en wakkerde destijds een grote interesse aan in de Japanse geschiedenis en cultuur. Een halve eeuw later is er een nieuwe, ‘luxueuze’ bewerking gemaakt van de avonturen van de Engelse zeeman John Blackthorne, begin zeventiende eeuw. Gestrand aan de kust van Japan moet de protestantse held, gespeeld door Cosmo Jarvis, opnieuw ‘leren evolueren binnen een onbekende cultuur, met complexe gewoonten’, schrijft Time Magazine.

    ‘We krijgen inzicht in het innerlijke leven van dubbelagenten en ambitieuze courtisanes

    Vertoonde de eerdere versie een grote tekortkoming op het gebied van taal, schrijft Rolling Stone, doordat ‘Japanse dialogen alleen werden vertaald in ­scènes waarin tweetalige karakters dienden als tolk’, in deze nieuwe serie is er meer aandacht voor de Japanse personages, gespeeld door onder meer Hiroyuki Sanada, Anna Sawai en Tadanobu Asano. ‘We krijgen inzicht in het innerlijke leven van dubbelagenten, ambitieuze courtisanes en zonen die zichzelf willen bewijzen in de strijd.’ The New York Times vindt dat een goede aanpassing, maar ‘op zich niks bijzonders’. The Washington Post is enthousiaster en spreekt van ‘het televisie-equivalent van een boek dat je niet kunt wegleggen’. Volgens Time ligt dit ‘epische verhaal over oorlog, liefde, geloof, eer en politieke intriges’ op het niveau van ‘een saga als Game of Thrones’.  

    Shogun is te zien op Disney+.

  • Kunstenaar Isaac Juliens, ‘een geboren verleider’

    Kunstenaar Isaac Juliens, ‘een geboren verleider’

    Met zijn film- en video-installaties probeert de Britse kunstenaar Isaac Julien (63) de grenzen tussen dans, muziek, fotografie, theater en beeldende kunst te doorbreken. Zijn werk is sterk geïnspireerd op de cultuur en de geschiedenis van het kolonialisme. 

    Juliens overzichtstentoonstelling What Freedom Is to Me betekende voor Max Wiener van Musée Magazine een ‘uitnodiging om een compleet andere wereld binnen te gaan. Daarin onderzoekt Julien de zwarte identiteit en diaspora die hij met een delicate intensiteit bestrijkt.’ Zo presenteert hij zwarte mannen en vrouwen in koloniale kleding als ‘sociaal commentaar om te laten zien hoe het zwarte imago in de VS voortdurend is gedwarsboomd en wortelt in onzekerheid’.

    ‘Een overrompelende kijk op de ingrijpende gevolgen van ongelijke geldcirculatie’

    Mark Hudson van The Independent vond Juliens retrospectief technisch verbluffend: ‘Je ziet allemaal verschillende beelden op zwart-witschermen, die door de ruimte zijn gerangschikt in een quasi-sculpturale doorloopopstelling. Ze worden weerspiegeld in gevlekte roestvrijstalen muren, wat een behoorlijk oogverblindend effect oplevert.’ Homo-erotiek vormt een vast ingrediënt in Juliens filminstallaties: ‘Zwarte mannenlichamen, zowel in standbeelden als in levensechte vorm, worden met volmaakte elegantie in de film gemengd.’

    Volgens Laura Cumming van The Guardian ‘kun je het best een volle dag uittrekken om de films te zien van deze geboren verleider’. Juliens stijl kenmerkt zich volgens haar door ‘feiten af te wisselen met fictie, documentaire met drama, drijvende droomlandschappen met archiefbeelden. Je ziet tegelijkertijd montages van dans, zang en monoloog, waarbij de camera langs mooie mensen en fraaie locaties zweeft.’

    Adela Lovric is vooral onder de indruk van de video-installatie Playtime, schrijft ze voor cultuurmagazine Berlin Artlink: ‘Een overrompelende kijk op de ingrijpende gevolgen van ongelijke geldcirculatie. Julien speelt zo met cameraopstelling en montage dat het lijkt alsof je op de kermis in het spiegelhuis bent beland. Ook onthult hij de verwevenheid van kunst­wereld en grootkapitaal.’ 

    What Freedom Is to Me, Bonnefantenmuseum, Maastricht, t/m 18 augustus 2024.

  • Io capitano, het echte verhaal over immigratie

    Io capitano, het echte verhaal over immigratie

    Met Io capitano (Ik kapitein), waarin twee jongens uit Senegal worden gevolgd op hun reis naar Europa, is Matteo Garrone, de Italiaanse regisseur van onder andere Gomorra (2008), er volgens L’Essenziale in geslaagd ‘een vrijwel onmogelijke film te maken’. Waar films over immigratie ‘paternalistisch, verstoken van authenticiteit of neerbuigend’ kunnen zijn, vermijdt deze filmmaker volgens het Italiaanse weekblad de valkuilen van spektakel en clichés. Dit enthousiasme wordt gedeeld door de overgrote meerderheid van de critici in Italië, waar Georgia Meloni en haar extreemrechtse regering nu ruim een jaar aan de macht zijn. Garrone werd in augustus dan ook bekroond met de Zilveren Leeuw voor beste regisseur op het filmfestival van Venetië. Zijn hoofdrolspeler, de Senegalees Seydou Sarr, kreeg de prijs voor meestbelovende acteur.

    ‘Garrone heeft een film gemaakt die op alle scholen en op alle niveaus vertoond zou moeten worden’

    De reis van Seydou doet Il Manifesto denken aan die van Pinokkio (tevens door Garrone verfilmd), aangezien beiden ‘geen andere keuze [hebben] dan voor jezelf te leren zorgen, overlevingsstrategieën te vinden en eenzaamheid en angst te overwinnen’. Io capitano kan in die zin worden gezien als modern bildungsverhaal. Sommige scènes zijn enigszins voorspelbaar, tekent L’Essenziale aan. De filmmaker zou er ‘maar net in [slagen] om niet in pathos te vervallen, door zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te blijven – zonder zichzelf in bepaalde scènes een vleugje dromerigheid te ontzeggen’. Het weekblad waardeert overigens dat we deze reis alleen door Seydous ogen ervaren, zonder enig westers gezichtspunt en zonder dat het woord ‘immigrant’ ook maar één keer wordt gebruikt.

    Minder enthousiast is het rechtse Il Panorama. Garrones kijk op het zeer actuele thema ‘laat ons enigszins koud’ en ‘blijft een beetje te veel aan de oppervlakte van een zeer complexe situatie’, aldus het weekblad. Het centrumrechtse dagblad Il Foglio spreekt daarentegen van een noodzakelijk werk met een educatieve strekking. ‘Matteo Garrone nam risico’s, bestudeerde zijn onderwerp en heeft een film gemaakt die op alle scholen en op alle niveaus vertoond zou moeten worden – maar ook aan politici en al diegenen die beweren dat de arme mensen op hun bootjes hier niet komen omdat ze honger hebben, maar om het (zeer slecht betaalde) werk en de vrouwen van “echte Italianen” te stelen.’

    Door Laura Weeda

  • Alles komt aan bod bij Max Beckmann

    Alles komt aan bod bij Max Beckmann

    Met scherpe hoeken, afwijkende perspectieven en beklemmende kaders experimenteerde de Duitse schilder Max Beckmann (1884-1950) met allerlei technieken om de ruimte naar zijn hand te zetten. In de tentoonstelling Universum Max Beckmann is te zien dat het oeuvre van de schilder niet in één stroming onder te brengen valt. Alles komt aan bod in zijn soms vermakelijke en vaak geladen schilderijen.

    In de tentoonstelling is te zien dat het oeuvre van de schilder niet in één stroming onder te brengen valt

    Hij ontwikkelde zijn bijzondere beeldtaal door zich te laten inspireren door literatuur, religie, mythologie en eigen observaties. Beckmann verwerkte ook de moderne tijd in allerlei vormen in zijn werk, zoals de magische wereld van theater, circus en cinema. Vanwege een tentoonstellingsverbod in Duitsland werkte Beckmann overigens van 1937 tot 1947 in een atelier aan het Amsterdamse Rokin.

    Kunstmuseum Den Haag, t/m 20 mei

  • Breaking Social breekt een lans voor verandering

    Breaking Social breekt een lans voor verandering

    Met onder anderen de Nederlandse journalist Rutger Bregman gaat Gertten op zoek naar lichtpuntjes. Marion Ammicht van Das Erste stelt dat Gertten niet alleen ‘de patronen van corruptie en samenzwerende machthebbers wil blootleggen, maar ook kantelpunten laat zien die mensen ertoe aanzetten om ertegen in opstand te komen’. Als voorbeelden noemt ze de volksprotesten in Chili en de massademonstraties op Malta na de moord op journalist Daphne Caruana Galizia, die grootschalige corruptie bij overheid en zakenleven had aangetoond. Breaking Social is een aanmoedigingsfilm’, vindt Ammicht. ‘Als we solidair zijn, is verandering mogelijk.’

    Emma Gray Munthe van Aftonbladet schrijft over een ‘stijlvolle, effectieve documentaire die de ogen opent en volop context laat zien.’ Gerttens films zijn volgens haar ‘door hun invalshoek een uiting van activisme op zich, zonder daarbij op de grootste trom te slaan. Tegelijkertijd krijg je het gevoel dat verandering mogelijk is en dat het snel kan plaatsvinden – zowel ten goede als ten kwade.’

    ‘In Breaking Social wordt ook zichtbaar dat er volop mensen zijn die zich inzetten voor een betere wereld’

    In het Zweedsel Nöjesguiden heeft Andreas Heilborn genoeg aan te merken op de documentaire: ‘Het wemelt van de mensen en de verhalen. Bij zo’n goede journalist als Gertten had ik gewild dat hij écht de mesthoop had omgekeerd. Er lijkt een duister contact tussen de rijken te zijn, direct afkomstig uit de computer van Lisbeth Salander [personage uit de Millennium-reeks van Stieg Larsson]. Daar had hij voor mij dieper mogen graven.’

    ‘In Breaking Social wordt ook zichtbaar dat er volop mensen zijn die zich inzetten voor een betere wereld’, schrijft Nathanael Brohammer voor KinoZeit. De recensent heeft moeite met de ‘sussende toon van een middagdocumentaire waarin “talking heads” ontspannen langs de rivier wandelen’. Maar zijn eindoordeel is positief: ‘Een door en door geëngageerde documentaire die kleinschalig begint en bijdraagt aan het neerhalen van de saboteur in ons.’ Volgens Aleksandra Biernacka van Modern Times Review roept de film één centrale vraag op: ‘Kunnen wij ons de superrijken nog wel veroorloven?’

    Diederik Samwel

    Breaking Social van Fredrik Gertten draait vanaf 1 februari in de bioscoop

  • Tate Britain verkent feministische kunst

    Tate Britain verkent feministische kunst

    Women in Revolt! begint in 1970, met protestspandoeken tegen Miss World – ‘We zijn niet mooi. We zijn niet lelijk. We zijn boos’ – en de eerste Women’s Liberation Conference, gehouden in het Ruskin College in Oxford en gefotografeerd door de twintigjarige Chandan Fraser. Er barstte een nieuwe golf van feminisme los: vrouwen gebruikten hun eigen ervaringen om kunst te creëren – van schilderkunst en fotografie tot film en performance – waarmee ze onrecht aan de kaak stellen. Via kunst wordt opgekomen voor reproductieve rechten, gelijke lonen en rassengelijkheid.

    Deze creativiteit gaf mede vorm aan een periode van cruciale veranderingen voor vrouwen in Groot-Brittannië, waaronder de opening van het eerste opvanghuis voor vrouwen en de oprichting van de British Black Arts Movement. Volgens de curatoren is dit de ‘met afstand grootste tentoonstelling’ ooit over de sociale geschiedenis van feministische kunst.

    Women in Revolt! Art and Activism, Tate Britain, Londen. Tot 7/6

  • Kleinkinderen brengen ode aan Shinkichi Tajiri

    Kleinkinderen brengen ode aan Shinkichi Tajiri

    Hoe belangrijk behalve een grootmoeder ook een grootvader kan zijn, laten de kleinkinderen Tanéa en Shakuru van de Japans-Amerikaanse kunstenaar Shinkichi Tajiri (1923-2009) zien. Al is dit wel een heel uitzonderlijk geval. De alomgeprezen beeldhouwer overleed in 2009 en zou dit jaar honderd zijn geworden. Dat vormde de aanleiding voor twee tentoonstellingen in Limburg, waar hij ongeveer de helft van zijn leven, tot aan zijn dood, woonde en werkte en een enorme hoeveelheid werk achterliet. Ook in de rest van Nederland zijn veel sculpturen van hem te zien in de openbare ruimte.

    De kleinkinderen gebruikten veel materiaal uit het familiearchief en koppelden dat aan zijn artistieke ontwikkeling en veelbewogen leven, dat werd getekend door oorlog, migratie en racisme. Ook de ontwerpen die Tajiri en zijn vrouw ooit maakten voor een karesansui-zentuin bij het Cobra-museum in Amstelveen, zijn te zien in het Bonnefantenmuseum.

    Shinkichi Tajiri: The Restless Wanderer, Bonnefantenmuseum, Maastricht. Tot 12/5

  • My oma is een ode aan alle oma’s

    My oma is een ode aan alle oma’s

    My Oma is de laatste tentoonstelling van Sofía Hernández Chong Cuy als directeur van het Rotterdamse Kunstinstituut Melly, en heeft een onderwerp waarmee vermoedelijk veel kunstenaars uit de voeten kunnen. In het beste geval heeft iedereen een grootmoeder, of kent er wel een. De keur aan deelnemers uit alle windstreken is dan ook onuitputtelijk. Herinneringen en associaties te over in deze groepsexpositie. Uiteraard komen oma’s recepten aan bod en hoe die worden doorgegeven van generatie op generatie.

    ‘Zit je nou alweer op de telefoon, kijk eens uit het raam hoe die kiekendief daar z’n nestje aan het bouwen is’

    Opvallend is hoe belangrijk de kennis van vrouwen die ons voorgingen voor kinderen en kleinkinderen kan zijn geweest en ook hoe deze tot intergenerationele conflicten kan leiden, als die door bijvoorbeeld overmatig gebruik van sociale media in de wilgen wordt gehangen; ‘Zit je nou alweer op de telefoon, kijk eens uit het raam hoe die kiekendief daar z’n nestje aan het bouwen is.’ Mondelinge geschiedenissen, migratieroutes en verschuivende genderrollen komen aan bod, en in alle nevenactiviteiten is er qua teken-, schilder-, textiel-, video- en installatiekunst voor de bezoeker genoeg te beleven om een eigen route te scheppen in de hoeveelheid bijdragen die de directeur met haar internationale team heeft geselecteerd.

    Omdat de tentoonstelling met oud en nieuw werk is bedoeld om ‘de banden tussen generaties te versterken’, kan deze door kleinkinderen in het gezelschap van een grootouder gratis worden bezocht.

    Instituut Melly, Rotterdam. Tot 12/5