Onderwerpen: Cultuur

  • Alternatieve werelden op het Holland Festival

    Alternatieve werelden op het Holland Festival

    Deze zomer zijn er tijdens het Holland Festival 201 voorstellingen, waaronder zeven wereldpremières. Veel oude bekenden staan op het programma, zoals Laurie Anderson, Romeo Castellucci, Susanne Kennedy en Meredith Monk. En het lijkt wel alsof de meerderheid een alternatieve wereld creëert omdat de huidige niet meer voldoet.

    De Duitse filmmaker Julian Rosefeldt stelde het scenario voor de levensgrote filminstallatie Euphoria bijna volledig samen uit citaten van uiteenlopende figuren: Ayn Rand, Aldous Huxley, Cardi B, Warren Buffett, Plato, Terry Pratchett, Snoop Dogg, Shakespeare et cetera. Die citaten vormen het thema van de installatie: de ‘euforische’ en de destructieve kant van onze kapitalistische consumptiemaatschappij.

    In 2017 was Rosefeldts filminstallatie Manifesto de grote trekpleister van het festival. De Australische actrice Cate Blanchett kroop destijds in de huid van dertien verschillende personages, met slechts teksten uit beroemde manifesten waarin kunstenaars hun visie op de wereld en de kunst uiteen zetten. Voor Blanchett, bewonderd om haar vermogen in elke rol te stappen, moest een tijger dit keer geen enkel probleem zijn. In Euphoria verzorgt ze de stem van een tijger die sloffend door een lege supermarkt filosofeert over tweeduizend jaar menselijke hebzucht. Verder zijn het vooral mensen die de eindeloze sleur van de vrije markt vieren.

    EuphoriaCentrale Markthal, Amsterdam, te zien tot 25 juni

  • Het stille protest van Giorgio Morandi

    Het stille protest van Giorgio Morandi

    Giorgio Morandi (1890-1964) was op vele manieren een uitzonderlijke figuur, schrijft het Italiaanse Focus. Niet alleen ondervond de schilder weinig invloeden van andere stromingen en had hij nauwelijks contact met kunstenaars uit zijn tijd, ook schilderde hij vrijwel uitsluitend dezelfde onderwerpen: flessen, vazen, koffiekannen, bloemen, schalen en landschappen. Die werden voor het overgrote deel in de ruimte geschilderd waar de kunstenaar zijn hele leven woonde.

    In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders

    ‘Je kunt je voorstellen hoe hij op een stille ochtend deze spullen uit de keukenkast haalde en neerzette. Terwijl hij de lange schaduwen van de citroenpers, de fles en de beker nabootste, stond de tijd stil. (…) Het zijn levenloze vormen, en toch trillen ze van spookachtig bewustzijn’, aldus The Guardian. ‘Ik heb het gevoel dat ik elke reflectie, elke lichte kleurvariatie (…) beter moet bekijken, steeds moet terugkeren met mijn gedachten om ze beter te begrijpen’, citeert Arte Matilde Catanese, een van de verzamelaars van Morandi’s werk.

    Terwijl de schilder zijn werkdagen op die manier in alle rust doorbracht, woedde buiten de deuren het fascisme van Mussolini. In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders. Sommige van zijn werken zouden dan ook een vorm van stil protest zijn; in de vazen van Natura morta zijn bijvoorbeeld tombes te zien. Volgens The Guardian doet Morandi’s werk ondanks het gebrek aan menselijke gestalten ‘pijn van de liefde en menselijkheid’.

    Giorgio Morandi en Nederland, van 17 juni t/m 24 september te zien in Museum Belvédère in Heerenveen

    Door Laura Weeda

  • Cesária Évora, diva op blote voeten

    Cesária Évora, diva op blote voeten

    De Kaapverdische zangeres Cesária Évora (1941-2011) is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van het genre ‘wereldmuziek’, begin jaren negentig. Zodra in een bar haar nummer Sodade klinkt, beginnen vijfendertigplussers onwillekeurig mee te neuriën.

    In de documentaire Cesária Évora van de Portugese regisseur Ana Sofia Fonseca komt vooral naar voren hoe bijzonder het is dat een zangeres die opgroeide onder uiterst sobere omstandigheden pas na haar vijftigste internationaal doorbrak en haar afkomst nooit verloochende, schrijft Manori Ravindran voor Variety: ‘Op het archiefmateriaal dat Fonseca gebruikte, zie je hoe Cesária blijft zorgen voor eten, drinken en onderdak voor de mensen in haar omgeving.’

    ‘Haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste’

    Volgens Vasco Baptista Marques van het Portugese dagblad Expresso is de film ‘wat onevenwichtig’ geworden, maar komt dat ‘waarschijnlijk door het gebrek aan materiaal uit de periode vóór haar doorbraak’. Hij noemt het ‘volkomen terecht dat Fonseca de pure authenticiteit van deze diva op blote voeten centraal stelt. Want haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste, en zou nooit in een studio kunnen worden geproduceerd.’

    Ian-Malcolm Rijsdijk vindt dat de oude familiefoto’s en archiefbeelden juist prima illustreren waar de zangeres én haar eilandengroep vandaan komen, schrijft hij voor de academisch-journalistieke site The Conversation: ‘Een Portugees marineschip aan de kade, de eerste dagen van de onafhankelijkheid [in 1975]: het geeft de film een extra dimensie. Tegelijkertijd vormt het een mooie combinatie met het portret van een anti-ster die niets moest hebben van wereldfaam en marketingstrategieën, en altijd terugging naar haar geboortedorp.’

    ‘Een geweldige en uiterst intieme film,’ recenseert Fernando Gálligo Estévez voor de Spaanse filmsite Cinemagavia: ‘Omdat Fonseca in de loop der jaren het vertrouwen van Évora zelf, haar familie en vrienden heeft gewonnen, krijgen we behalve van haar succes ook een beeld van haar traumatische kinderjaren, de terugkerende depressies en haar alcoholverslaving.’

    De documentaire Cesária Évora draait vanaf 1 juni in de bioscoop

  • Het kunstgenootschap dat Rome onveilig maakte

    Het kunstgenootschap dat Rome onveilig maakte

    Rond 1620 vestigde een groep kunstenaars uit de Lage Landen zich in Rome en vormde samen het kunstenaarsgenootschap De Bentvueghels. Met hun kleurrijke persoonlijkheden en unieke rituelen parodieerden ze de twee officiële ‘heilige huisjes’ van Italië: de Rooms-Katholieke Kerk en de Accademia di San Luca. Maar het ging om het schildersvak. De Bentveughels trokken er samen op uit om de overblijfselen van de kunst en de natuur in en rondom Rome te tekenen.

    De tentoonstelling De Bentvueghels. Een berucht kunstgenootschap in Rome gaat in op het leven en de kunstenaarspraktijk van deze ambitieuze groep schilders. Aan de hand van ruim honderd kunstwerken leer je in Centraal Museum in Utrecht De Bentvueghels kennen. In de expositie zijn prachtige italianiserende landschappen te zien, van onder anderen Jan Both, Cornelis van Poelenburch en Jan Baptist Weenix.

    Centraal Museum in Utrecht, tot 4/6

  • Ex-gevangenen in het theater

    Ex-gevangenen in het theater

    Joël Pommerat schijnt een van de beste regisseurs en toneelschrijvers van Frankrijk te zijn. Hij heeft in ieder geval sociale diversiteit ruim baan gegeven en acteurs van allerlei pluimage de kans geboden op professionele podia te spelen.

    Sinds 2015 heeft hij behalve drie nieuwe stukken weinig van zich laten horen. Maar deze maand is hij terug in Parijs met Amours (2), een zeventig minuten durende medley over liefde voor een klein publiek. Er staan stoelen aan drie zijden van een vierkante ruimte; een verwijzing naar een stuk dat hij in 2019 in een Franse gevangenis maakte. Pommerat werkt al bijna tien jaar met gevangenen als acteurs. Twee van deze gevangenen zijn inmiddels vrijgelaten en onder contract gesteld bij Pommerats theatergezelschap: de Compagnie Louis Brouillard.

    Amour (2), Theatre Contemporain, Parijs 8 en 9/6

  • Margo Jefferson over schrijven en zwart-zijn

    Margo Jefferson over schrijven en zwart-zijn

    The dream is to be your own work in progress, zegt Margo Jefferson in een interview met het Amerikaanse tijdschrift Granta. Ze doelt hiermee onder andere op ontsnapping aan de stigmatisering van zwarte schrijvers, en zwarte vrouwen, in Amerika, en helemaal in het ‘Negroland’ waar ze opgroeide; een klein, bevoorrecht segment van de zwarte Amerikaanse samenleving, dat bekendstond als de zwarte bourgeoisie of de Afro-Amerikaanse hogere klasse in de jaren vijftig en zestig. Het is tevens de naam van haar tweede boek (2015), een memoir over haar eigen jeugd, waarin ze, in de woorden van Anita Sethi in The Observer, ‘op fascinerende wijze [onderzoekt] hoe haar persoonlijke ervaring de politiek kruiste, van de burgerrechtenbeweging tot het feminisme, evenals de geschiedenis voor haar geboorte’. 

    Haar eerste boek gaat over Michael Jackson (On Michael Jackson, 2006) en is een analyse van zijn opkomst en levensloop; ‘(…) geen rechttoe rechtaan biografie, noch (…) een poging om zijn onschuld of zijn schuld te claimen wat betreft de kindermisbruikschandalen die, ondanks dat hij werd vrijgesproken, zijn gedachtenis achtervolgen. Een “ontcijfering” is waarschijnlijk de meest nauwkeurige beschrijving van het boek, de intelligente speelsheid van Jeffersons proza vormt het perfecte voertuig voor een analyse die even intelligent als leesbaar is’, aldus Lucy Scholes in The Independent

    In haar meest recente boek, Het bouwen van een zenuwstelsel (Constructing a Nervous System, 2022, in het Nederlands vertaald door Jenny Mijnhijmer), verklaart Jefferson dat ze zelf te veel aan verwachtingen is gaan voldoen. ‘Gedurende het grootste deel van mijn volwassen leven had ik het gevoel dat ik mezelf in stukken moest breken – hameren, zagen, de onwaardige delen weg moest beitelen – en daarna weer opbouwen, om een persoon met een complex en aansprekend karakter te worden, iemand (zoals ik het formuleerde) met “een rijk binnenleven”. Het was bewerkelijk. Zoals metselwerk. En gevangen binnen dat versteende metselwerk zegt de menselijke ik, hou vol. Bewondert zichzelf om het zeggen van hou vol, om vervolgens… Vol te houden. Terwijl ik dit bleef doen werd ik ontevreden. Dit bouwwerk was te onwrikbaar.’

    Soms ook spreekt ze zichzelf in het boek toe: ‘Stop! Herpak jezelf professor Jefferson!’

    Aan de hand van verhalen over en analyses van haar oudere zus Denise, die danslerares werd en in 2010 overleed, en anderen die ze gedurende haar jeugd bewonderde – zoals Nina Simone, Ella Fitzgerald, Josephine Baker, Ike Turner – onderzoekt Jefferson ook haar eigen neigingen, keuzes en vooroordelen. Het is een openhartig en experimenteel boek, dat vol staat met intermezzo’s, zoals ik ze noem tijdens ons videogesprek vanuit haar werkkamer in New York – een woord dat haar bevalt voor de vele cursieven, kapitalen en andere onderbrekingen in de lopende tekst. Soms ook spreekt ze zichzelf in het boek toe: ‘Stop! Herpak jezelf professor Jefferson!’ Ze is en blijft immers dat work in progress

    U zegt aan het begin van uw boek dat u uzelf wilt ontleden en opnieuw vormgeven, dat u, zoals u dat mooi verwoordt, ‘een mechaniek van bewegende delen zou worden’. Het gegeven doet me denken aan het boeddhistische principe dat het ego enkel is opgebouwd uit ervaringen, keuzes, verlangens et cetera, dat er niet zoiets bestaat als het zelf. Gedurende het boek werkt u aan die ontleding. Is het u voor uw gevoel gelukt, of is dit een aanhoudend proces? Is er al sprake van enige bevrijding?

    ‘Die vergelijking klopt inderdaad, mijn zus was ook erg geïnteresseerd in het boeddhisme. Ik geloof dat er een veelheid aan zelven bestaat, een agressieve zelf, een vriendelijke zelf et cetera, en dat het erom gaat de vormen steeds weer te herschikken, zoals kunstenaars dat doen. Een kunstenaar kan een bepaald thema keer op keer gebruiken maar er dan toch steeds een andere draai aangeven. Dat thema kun je zien als een soort kern van jezelf. Je gebruikt steeds andere motieven, steeds een andere toon. De ene keer melodramatisch, dan weer subtiel…

    ‘Schrijven biedt altijd een zekere bevrijding, althans, als je schrijft over iets wat je echt interessant vindt’

    Wat de bevrijding betreft: schrijven biedt altijd een zekere bevrijding, althans, als je schrijft over iets wat je echt interessant vindt. Dat heeft te maken met concentratie, met het vinden van de juiste woorden. Met het experimenteren met vorm, zowel het analytische als het esthetische aspect. Je moet afstand nemen van wat je bent, van dat wat je autoriteit verleent; je moet je kwetsbaar opstellen. Je hebt een heel duidelijk doel.’

    In haar boek heeft Jefferson het regelmatig over de schaamte die ze voelt bij haar eigen schrijven, ook bij het boek dat ze op dat moment schrijft, zoals wanneer ze aan het begin ervan op haar jeugd ingaat: ‘Ik heb hier een emotionele impasse bereikt. Ik wil deze “ah, de levenslange wonden van de kindertijd”-climax afzwakken, mogelijk schrappen. Ik voel me een beetje beschaamd.’ Na kort zelfberaad besluit ze er toch op door te gaan.

    Was het moeilijk om u tijdens het schrijven zo kwetsbaar op te stellen?

    Negroland heeft daarbij geholpen. Dit boek was veel historischer en psychologischer, zoals onontkoombaar is bij een memoir. Alles wat je tijdens het schrijven daarvan tegenkomt zegt iets over jezelf, zoals de schilderijen die ik achter jou zie hangen iets zeggen over jou. Sommige dingen die ik in dat boek beschrijf zou ik nu heel anders doen, ik zou er anders op reageren, tegen sommige dingen zou ik me nu verzetten. Daar moest ik een weg omheen zien te vinden.’

    In uw boek heeft u het over het onder ogen zien van je gebreken, om te zien hoe je ze wél kunt inzetten. Een waardevolle les, maar ook moeilijk toe te passen; het is soms lastig om je gebreken niet als obstakels te zien. Is het u gelukt uw eigen gebreken te benoemen en in te zien hoe deze gebruikt kunnen worden?

    ‘Wat hierbij hielp, was om via anderen naar deze gebreken te kijken. Door me te concentreren op de zogenaamde zwaktes van Ella Fitzgerald, of de zwaktes die ikzelf bij haar benoemde, zoals het “op tv zweten” van haar lichaam, dat in de ogen van velen bovendien te dik was, slaagde ik er beter in om door de oppervlakkige en snobistische blik heen te prikken en er een bepaalde schoonheid in te ontdekken.’

    Jefferson haalt in haar boek een citaat aan van haarzelf uit een New York Times-artikel uit 1996: ‘Vanaf het moment dat ik de gruwelen van Ella Fitzgeralds jeugd ontdekte, wilde ik haar beschermen tegen de kritiek van critici en fans zoals ikzelf, die het plezier dat we beleefden aan haar zang altijd hebben omgebogen naar neerbuigendheid. Lieve Ella, zeiden we toen ze nog leefde, ze is prachtig maar ze heeft geen emotionele diepgang. Arme Ella, zeggen we nu, ze heeft geleden maar ze ontkende het – verbande het uit haar leven zodat ze kon wonen in een ongerept muzikaal wonderland.’ 

    U lijkt in uw boek soms kritisch over het beroep van de recensent. U noemt ‘criticus’ en ‘kritiek’ onder andere ‘deftige, gematigde’ woorden. Aan de andere kant benoemt u de nobelheid ervan. Hoe verhoudt u zich hier uiteindelijk toe?

    ‘Kritisch zijn betekent betrokken zijn. Het betekent niet per se dat je zelfingenomen en snobistisch bent, al draait het daar vaak op uit. Mensen worden arrogant van het idee dat ze een autoriteit zijn, dat hun woorden gewicht hebben. Ze leggen uit hoe het moet en hoe het hoort en zijn ondertussen bezig zichzelf te profileren.

    ‘Je niet opstellen als autoriteit is ook een manier om autoriteit uit te dragen’

    In mijn ogen moet je je als recensent vragen stellen, duidelijk maken dat je geen expert bent, hardop denken. Je niet opstellen als autoriteit is ook een manier om autoriteit uit te dragen.

    Soms ook heb je achteraf kritiek op jezelf, ben je het niet meer eens met wat je schreef. Ook dat kun je gebruiken.’

    Recensenten etaleren onze feitelijke vergissingen, zodat iedereen ze kan zien – onze vergissingen, onze uitvluchten, onze versimpelingen en misvattingen: wat we niet wisten of niet wilden weten over de kunst waar we van hielden.

    Heeft uw verlangen uzelf opnieuw vorm te geven te maken met uw beroep als recensent, iemand die zich beroepsmatig laat verleiden tot een bepaalde mening, vorm, een bepaalde autoriteit?

    ‘Ik denk inderdaad dat een rol speelt, dat ik terugkijk op eigen meningen en zie dat die veranderd zijn.’

    U was zelf de eerste zwarte vrouwelijke criticus, zoals u ook in uw boek benoemt. U was zich hier bewust van, had het gevoel dat u extra ‘rechtop moest staan’. Wat vindt u van de huidige nadruk die op zulke verdiensten ligt?

    ’Er moeten altijd eersten zijn: op die manier zien we wie er tot dan toe zijn uitgesloten. Het is belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Uiteraard wordt het gegeven vaak te veel benadrukt, waarbij vooral het risico speelt dat het als een te grote triomf wordt gezien. We moeten niet vergeten dat een maar een is. Het gaat er uiteindelijk om dat we samen een groep gaan vormen.’

    Gebeurt dat nu denkt u makkelijker dan in de tijd waarin u opgroeide?

    ‘Ik had het geluk om op te groeien in de jaren zestig en zeventig. De protesten namen toe, de idealen werden steeds groter. Er was aandacht voor zaken als racisme, emancipatie, ongelijkheid… Wat dat betreft is deze tijd zowel ontmoedigend als bemoedigend. Veel van de onderwerpen uit die tijd spelen nu opnieuw. Black Lives Matter, Trans Lives Matter… De protesten zijn massaal. Er wordt samengewerkt. De nieuwe generatie is geweldig, dapper en vindingrijk. Aan de andere kant is het een feit dat deze protesten heel hard nodig zijn. Dat heeft ook weer te maken met dat sommige dingen beter gaan; rechts heeft extra reden om hard terug te slaan.’

    De volgende vraag beschouwt u allicht als een naïeve vraag van iemand die als wit persoon is opgegroeid. En toch stel ik hem omdat ik van uw perspectief denk te kunnen leren. U schrijft: ‘Had ik in 1959 liever gezien dat juffrouw Simone lichter van Kleur was? Ja.’ Waarom is dat precies?

    ‘Het zwart-zijn omvatte in die tijd alles; het stond symbool voor inferioriteit. Hoe donkerder je was, hoe meer je, om het boud te zeggen, verbonden was aan de tot slaaf gemaakten. Een zwart lichaam was in feite een liability. Dus als groot bewonderaar van Simone klopte het voor mij niet dat ze donker was, zoals ik me ook zorgen maakte over Ella Fitzgeralds zwetende lichaam. Het was een zwaktebod. We groeiden op met deze wetenschap, het was onze werkelijkheid en ook een les die ons expliciet werd meegegeven. Met een lichtere huid zou je simpelweg meer bereiken. Blijkbaar hadden we dat zo diep in ons opgenomen dat het ook naar ons eigen idee niet klopte om een succesvol iemand te zien met een donkere huid.’

    ‘Uiteraard is het gecompliceerder dan huidskleur alleen, ook klasse speelt een grote rol’

    De intellectuelen en journalisten aan de kern van deze drang zagen het zo: er was genoeg materiaal te vinden in dit Zwarte spul, maar ‘de nikkersculptuur’, de geluiden van ‘de nikkerbands’ die een weg vonden in het werk van zoveel witte kunstenaars, waren de brandstof van kunst: de Zwarte begreep niet hoe hij er een significante blijvende vorm aan moest geven.

    Vindt u dat op dit gebied verbetering heeft plaatsgevonden?

    ‘Het is een doorlopend proces. Maar er gebeuren zeker goede dingen op dit vlak. Er zijn nu zwarte rolmodellen die helemaal niets aan hun huidskleur hoeven te doen, zoals Lady Nyogo. Maar uiteraard is het gecompliceerder dan huidskleur alleen, ook klasse speelt een grote rol.’

    U schrijft: ‘We weten, we verklaren gepassioneerd, dat ras een constructie is. We weten ook dat ras een bouwplaats is die we niet snel zullen verlaten.’ Hoe kijk u daar precies tegenaan? Vindt u dat het te veel als zodanig wordt benoemd en ziet u dat op dit vlak veranderingen plaatsvinden? 

    Mijn generatie van Zwarte vrouwen [draagt] het gewaad van het lijden van hun voorouders alsof het vintage kleding is.

    ‘Je kan de term ras op twee manieren bekijken. Ras is een construct, maar ook een maatschappelijk gegeven. Als je het historisch bekijkt, betekent ras op dit moment niet zoveel. Maar het is wel degelijk een onderwerp dat een grote rol speelt in het dagelijks leven van veel mensen. Hier in de VS hebben we het vaker over white supremacy, white privilege. Zoals ik al zei: het gaat ook om klasse natuurlijk. Zo was de term voor racisme in de jaren tachtig prejudiced. Ik denk inderdaad dat white supremacy beter beschrijft waar het werkelijk om gaat, en beter aansluit bij deze tijd.’

    ‘Het is de kern van fictie dat je je inleeft in hoe anderen denken’

    Op het moment is er veel discussie over de vraag wie wat mag schrijven, wie zich in wie kan inleven. In mijn eigen roman schrijf ik vanuit verschillende personages, waaronder Indonesiërs; het land waar mijn man vandaan komt en waar ik een tijd heb gewoond. Maar ook het land dat Nederland eeuwenlang heeft gekoloniseerd. Geloof je dat een zogenaamde buitenstaander, een wit persoon, zich kan inleven in een dergelijk perspectief?

    ‘Het is goed dat je daarover nadenkt, en ook goed dat je het probeert. Als je maar hard werkt. Als je maar zorgvuldige keuzes maakt. Uiteindelijk is fictie de beste manier om dit te onderzoeken; het is de kern van fictie dat je je inleeft in hoe anderen denken. De discussie die hierover wordt gevoerd is soms erg oppervlakkig en tweedimensionaal. Waar het om gaat is dat je je verdiept, zowel rationeel als spiritueel. Dwell in it.

    U schrijft: ‘Ik heb altijd een verwantschap gevoeld met niet-menselijke wezens gedreven door verlangen en niet gehinderd door twijfel. Mensen die dit echt kunnen verbazen me. Hoe kunnen we tot dezelfde soort behoren?, vraag ik me af. Hetzelfde ras? Hetzelfde geslacht?’ Denkt u echt dat dit voor sommige mensen geldt, en dat we niet als buitenstaander deze twijfel niet zien? Dat is vooral een risico als iemand succesvol is.

    ‘Iedereen zal zijn twijfels en onzekerheden hebben, maar ik denk dat het gaat om hoe iemand daarmee omgaat. De strategieën die iemand gebruikt, de manier waarop je je fouten omarmt. Sommige mensen zijn in staat om zich steeds weer op te heffen. Om zich tegen gevoelens van somberte en depressiviteit te verzetten. Het heeft denk ik ook met opvoeding te maken, de houding die je ouders je leren aan te nemen. En het heeft met temperament te maken.’

    Ik las in uw boek dat u een fanatiek sporter bent. Is dat nog steeds zo? Of was dat onderdeel van het vormgeven van uzelf?

    (lacht) ‘Ik hou vooral van pilates en yoga, en van dansen, net als mijn zus. En ja, als je ouder wordt besef je dat je harder moet werken, en ga je ook compenseren door harder te sporten. Dat is niet veranderd sinds het schrijven van mijn laatste boek. Maar sporten is inderdaad ook een manier om jezelf vorm te geven.’

    Laatste vraag: waarom bevat het boek geen plaatjes? Ik heb flink gegoogeld tijdens het lezen ervan om beelden te hebben bij de vele boeiende beschrijvingen die u geeft.

    ‘Dat is eigenlijk omdat ik andere manieren wilde verkennen om afbeeldingen te tonen, maar niet de tijd vond deze te bedenken. In Negroland zaten veel afbeeldingen, maar dat waren katernen. Ik wilde dat de beelden onderdeel zouden uitmaken van het boek. Wel heb ik goed nagedacht over het font wat ik gebruikt heb.’

    (Dat is Adobe Garamond geworden, zoals in een korte ‘Opmerking over de drukletter’ achterin het boek staat aangegeven.)

    En de echte laatste: wat is als ervaren recensent uw advies aan schrijvers?

    ‘Blijf jezelf verrassen en volg je eigen interesses. Herhaal jezelf niet meer dan nodig is.’

    Zoals Jefferson in haar boek schrijft: ‘Originaliteit is het aanpassen van ideeën.’

    Op 23 mei gaat Jefferson in De Balie, Amsterdam, in gesprek met Stephan Sanders over perspectief en identiteit, over het positioneren van je eigen verhaal en anderen in staat stellen hun verhaal te vertellen. Dit interview is tot stand gekomen dankzij John Adams Institute, initiator van deze avond.

  • Universum van geweld in een tropisch woud

    Universum van geweld in een tropisch woud

    FILM | Toen filmmaker Andrés Ramírez Pulido met zijn vrouw voor werk in Ibagué belandde, ontdekte hij ‘een ander universum, omringd door tropisch bos en doordrenkt van de warme sfeer van de Magdalena-vallei’, vertelt hij aan dagblad El Tiempo. Hoewel deze stad in de bergen in het midden van Colombia er vooral om bekendstond dat er niets gebeurde en geen werkgelegenheid was, aldus het Colombiaanse weekblad Semana, besloot Pulido dat dit universum filmische waarde had. En zo ontstond zijn eerste speelfilm: La jauría, die de hoofdprijs van de Semaine de la Critique ontving op het afgelopen filmfestival van Cannes.

    La jauría volgt het verhaal van Eliú (Jhojan Estiven Jiménez), een tiener die is veroordeeld voor moord en in een experimenteel rehabilitatiecentrum midden in het tropische woud is geplaatst. ‘Een vreemde plek, die net zo wordt weggevreten door vocht en varenranken als de jongeman door woede en schuldgevoel’, beschrijft El Espectador.

    ‘Eliú wil veranderen, maar hij en de andere personages zijn gevangenen van een geweld dat onvermijdelijk lijkt.’ De jongen belichaamt een ‘adolescent die geweld van dichtbij heeft meegemaakt, is opgegroeid met gewapende conflicten en ook zelf te lijden heeft gehad van huiselijk geweld’, schrijft El Tiempo.

    ‘Er zijn mensen die een bepaald licht voor de camera afgeven, ze hebben iets wat ons aantrekt’

    Uit zijn gesprekken met tieners als Eliú, die vastzitten wegens drugsverslaving, slecht gedrag of een geweldsmisdrijf, kwam ‘een gemene deler’ naar voren, vertelt Pulido; een conflictueuze relatie met de vaderfiguur, die er ofwel vandoor was gegaan, ofwel gewelddadig was. De Spaanstalige editie van tijdschrift Rolling Stone brengt de film dan ook onder in een traditie van ‘films over kinderen en adolescenten die hun jeugd hebben verloren’. Maar de setting, de manier van filmen en ‘de stiltes’ van de hoofdrolspelers voorzien de plot volgens het tijdschrift van een nieuwe, betoverende toon.

    Onderdeel daarvan is de keuze om niet-professionele acteurs in te zetten; tieners die elkaar ontmoetten in de straten van Ibagué. ‘Er zijn mensen die een bepaald licht voor de camera afgeven, ze hebben iets wat ons aantrekt, wat we gedurende de film willen zien te ontdekken’, schrijft El Espectador.

    Volgens de filmmaker zelf kon hij op deze manier ‘loskomen van de collectieve beeldvorming van de Latijns-Amerikaanse marginale delinquent’ en ‘vanuit een andere hoek zien in welke gewelddadige omgeving deze jongeren opgroeien’.

    Door Laura Weeda

  • Road movie door Parijs én kostuumdrama

    Road movie door Parijs én kostuumdrama

    Pas nadat hij een paar keer op zijn claxon heeft geramd, ziet de norse en berooide taxichauffeur Charles (Dany Boone) zijn volgende passagier, de hoogbejaarde Madeleine (Line Renaud), naar buiten strompelen. Voor ze wordt overgeplaatst naar een verzorgingstehuis wil ze nog één keer langs de Parijse locaties waar ze haar dierbaarste herinneringen aan bewaart. Dat kan er ook nog wel bij, zie je Charles denken. Maar zodra Madeleine begint te vertellen, laat hij geleidelijk zijn schild zakken.

    Volgens Olivier Delcroix biedt de film Une Belle Course beide acteurs ‘een fraaie tandem voor twee personages die elkaar op een ontroerende manier weten te temmen’, schrijft hij in Le Figaro.

    ‘Verrassend teder en fascinerend’, zo omschrijft James Croot van de Nieuw-Zeelandse nieuwssite Stuff de film: ‘Misschien wordt niet iedereen meteen gegrepen, maar vroeg of laat geef je je er toch aan over.’

    ‘Als vanzelfsprekend’ raakte Simon Morris van Radio New Zealand in de ban van het duo in deze ‘door en door Franse’ film: ‘Het is duidelijk te merken dat regisseur Carion wetenschapper en ingenieur was voordat hij films ging maken, zo goed weet hij de verhaallijnen te vervlechten. Het einde zie je misschien aankomen, maar het valt te hopen dat meer landen het bioscooppubliek zo goed bedienen als de Fransen.’

    Ook Marc-André Lussier van het Canadese La Presse is enthousiast over de acteerprestaties. Wel vindt hij dat het een stuk minder had gekund met de flashbacks naar Madeleines verleden: ‘Het getekende gezicht van Renaud vertelt het complete verhaal van haar personage toch al? Die uitstapjes naar vervlogen tijden maken het onnodig zwaar en melodramatisch.’

    In Le Devoir stelt Caroline Chatelard daarentegen dat Carion ‘handig laveert’ tussen road movie en kostuumdrama: ‘De regisseur slaagt erin heimwee op te roepen naar een tijd die de hedendaagse kijker nooit heeft meegemaakt.’ Volgens Chatelard gaat de film niet zozeer over nostalgie en verlangen maar is het vooral een aanklacht tegen de manier waarop de maatschappij met bejaarden omspringt: ‘Die worden zogenaamd voor hun eigen bestwil in tehuizen geparkeerd. Daar moeten ze dan maar met hun geweten in het reine zien te komen.’

    Une Belle Course (Driving Madeleine) van regisseur Christian Carion draait vanaf 27 april in de bioscoop

    Door Diederik Samwel

  • Herontdek de jaren twintig met foto’s uit Variétés

    Herontdek de jaren twintig met foto’s uit Variétés

    Huis Marseille presenteert deze zomer een bijzondere collectie avant-gardistische en surrealistische foto’s uit de jaren twintig van destijds toonaangevende fotografen als Man Ray, Germaine Krull, Berenice Abbott, László Moholy-Nagy, Florence Henri en Eli Lotar. De prints danken hun bestaan aan het internationale podium dat het Belgische kunsttijdschrift Variétés jonge fotografen en hun nieuwe beeldtaal bood en zijn ooit herontdekt tussen de meer dan 150.000 persfoto’s van het Vlaamse dagblad Vooruit.

    Het kunsttijdschrift moet een broedplaats zijn geweest van allerlei talent dat zich liet zien in opvallende beeldcombinaties. Prentbriefkaarten, filmstills, antropologische opnamen en mode- en sportfoto’s werden gecombineerd met foto’s van avant-gardefotografen. Oprichter Paul-Gustave van Hecke (1887-1967) gooide het oude vertrouwde na de Eerste Wereldoorlog overboord en liet
    kunstenaars erop los experimenteren met andere camerastandpunten en extreme close-ups. Vanaf dat moment kon alles gebruikt worden in de fotografie; luchtfoto’s en technieken uit de wetenschap, röntgen- en micro-opnamen. Elke grens moest worden overschreden.

    Man Ray stond vanaf het eerste nummer in Variétés, evenals de Franse fotograaf Eugène Atget (1857-1927), die door Man Ray was ontdekt en in wie de surrealisten hun voorloper herkenden. Later werden ook – alle drie immigrant in Parijs – Germaine Krull, bekend met haar foto’s van moderne staalconstructies als de Eiffeltoren en haveninstallaties, Eli Lotar en André Kertész in de
    katernen opgenomen.

    Variétés. Fotografie en avant-gardeHuis Marseille, 24/06 tot 22/10

  • In het hart van de aidsepidemie

    In het hart van de aidsepidemie

    Jorge Zontal, AA Bronson en Felix Partz van de Canadese kunstenaarsgroep General Idea vonden elkaar in humoristische, creatieve, onconventionele projecten, zoals avant-gardistische schoonheidswedstrijden, tv-shows en het bouwen van nepwinkelpuien. Het doel was om mensen een alternatief standpunt te tonen dan dat wat de massamedia lieten zien, door kunstwerken in een alledaagse context te plaatsen. Een van hun projecten was het tijdschrift File (1972-1989); begonnen als een verslag van de Mail Art-beweging uit de jaren zestig werd File een manifest voor hun ideeën.

    Tragisch genoeg wordt het werk van General Idea vaak alleen nog geassocieerd met het iconische affiche dat de groep maakte met de letters ‘a i d s’, naar het virus dat in de jaren tachtig en negentig ontzettend veel slachtoffers maakte. Hun laatste project is de installatie One Year of AZT (1991), met uitvergrote capsules van een virusremmer. Partz en Zontal stierven in 1994 beiden aan aids, waarmee het werk van het collectief ten einde kwam.

    Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 16/9

  • Een tekenfilm over Oekraïense folklore

    Een tekenfilm over Oekraïense folklore

    ‘Een tekenfilm maken tijdens de oorlog is een onvergetelijke ervaring,’ aldus Oleh Malamouzj, coregisseur van Mavka: The Forest Song, tegen het Engelstalige dagblad Kyiv Post. ‘Zo’n complex en duur project vereist veiligheid, elektriciteit, financiële middelen en een goede werkomgeving voor het team. Sommige leden daarvan zijn naar het front vertrokken, of ze leefden onder de bezetting en we zijn het contact kwijtgeraakt. We moesten enorme obstakels overwinnen. Corona was er kinderspel bij.’

    De productie van deze film was dan ook een van de langste in de geschiedenis van de hedendaagse Oekraïense cinema. In 2015 was er voor het eerst sprake van een animatiefilm geïnspireerd op het toneelstuk Lied van het bos van Lesja Oekrajinka (1871-1913). Deze Oekraïense toneelschrijver, dichter en vertaler (die eigenlijk Larysa Kosatsj-Kvitka heette) was eveneens betrokken bij de nationale bevrijdingsbeweging en wordt nu beschouwd als een der grootsten uit de Oekraïense literatuur.

    Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen

    Daarnaast besloten producenten Serhej Sozanovsky en Iryna Kostjoek inspiratie te halen uit de Oekraïense mythologie. Ze wilden de thema’s hedendaags maken, de film een happy end geven en veel nieuwe stripfiguren aan de traditionele karakters toevoegen.

    Acht jaar later is Oekrajinska Pravda enthousiast over het resultaat; de krant noemt het ‘een Oekraïense kwaliteitsproductie’. Kyiv Post spreekt van een ‘betoverend verhaal’. Ter bekrachtiging worden ook enkele kinderen aan het woord gelaten, die de première bijwoonden in bioscoop Oskar in een winkelcentrum in Kyiv. ‘We vonden het erg leuk, ja!’ ‘De soundtrack is heel goed. En de karakters zijn geweldig; ze lijken op niemand anders, geen Disneyfiguren of wat dan ook.’

    Zal er ook een vervolg op komen? Een van de ouders zegt lachend: ‘Met dit productietempo
    zullen het mijn kleinkinderen zijn die die film gaan zien.’

    Mavka: The Forest Song is vanaf 19 april in de bioscoop te zien

    Laura Weeda

  • Chukwu geeft masterclass ingehouden emoties

    Chukwu geeft masterclass ingehouden emoties

    Till van regisseur Chinonye Chukwu is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de veertienjarige Afro-Amerikaan Emmett Till, die in 1955 vanuit Chicago op familiebezoek ging in Mississippi om nooit meer terug te keren. Hij werd gelyncht omdat hij een witte vrouw onheus zou hebben bejegend. Mamie, Emmetts moeder, organiseerde een openbare begrafenis waar journalisten foto’s van het verminkte lichaam konden maken. Vervolgens ontwikkelde ze zich van een ontroostbare moeder tot prominente burgerrechtenactivist.

    Danny Leigh van Financial Times vindt dat de film ‘geweldig is gesitueerd in de jaren vijftig, met vrolijke jazz van Dizzy Gillespie, fraai uitgelichte warenhuizen en haarscherp gesneden pakken’. Volgens Leigh trakteert hoofdrolspeelster Danielle Deadwyler de kijker op een ‘masterclass ingehouden emoties’. In een seizoen dat wordt gedomineerd door ‘films waarin het genre wordt verheerlijkt, zien we hier de kracht van de verbeelding om de waarheid te vertellen’.

    ‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film’

    ‘Je moet zo ongeveer van staal zijn om niet ontroerd te raken door deze film’, schrijft Peter Debruge in zijn stuk voor Variety, waarin hij vooral ingaat op de keuze om het karakter van moeder Mamie centraal te stellen: ‘Chukwu is geen in-your-face filmmaker, zoals Mel Gibson of Quentin Tarantino met hun expliciete geweldsscènes. Daardoor laat ze de kijker misschien te veel ruimte om gebeurtenissen zelf in te vullen. Een blaxploitation-film is het evenmin: ze kiest voor een respectabel mainstreamdrama om ons aan de recente geschiedenis te herinneren.’

    Richard Lawson heeft het in Vanity Fair over een familietragedie, maar mist de toegevoegde waarde: ‘Het is lastig om niet te bedenken dat je deze film allang hebt gezien. Zeker, het gaat erom dat dit gruwelijke onrecht aan de kaak wordt gesteld, maar waarom in zulke weelderige tinten en met zulke overdadige filmmuziek? De belangrijkste reden om toch te gaan kijken is de meeslepende acteerprestatie van Deadwyler.’

    Bij dat laatste sluit Richard Brody zich van harte aan in The New Yorker: ‘Deze actrice heeft met één oogopslag meer te vertellen dan menig collega in een lange monoloog. Zo draagt ze uit dat het leven van een zwarte burger in de VS onontkoombaar politiek is en haar onvoorwaardelijke inzet vereist.’

    Till van Chinonye Chukwu draait vanaf 30 maart in de bioscoop.

    Diederik Samwel

  • Architectuur ten behoeve van het klimaat

    Architectuur ten behoeve van het klimaat

    Haus-Rucker-Co, het in 1967 opgerichte Weense collectief van radicale architecten, reageerde op het toenemende gevoel van vervreemding in de consumptiemaatschappij en de toenemende verstedelijking en klimaatschade. De mannen waren erop uit de ‘traditionele opvattingen over ruimte uit te dagen, machtshiërarchieën te doorbreken en utopische stedelijke ruimten te creëren, vol schone lucht en een sterk gemeenschapsgevoel’. Wie wil dat niet?

    Voor de tentoonstelling Mind Expanders is een selectie gemaakt van werken uit 1967-1972, de periode waarin het collectief zijn kenmerkendste en vernieuwendste architecturale projecten ontwikkelde. Te zien zijn bijvoorbeeld Balloon for 2 (een transparant pvc-membraan dat is opgeblazen tot een grote luchtbel), Yellow Heart (een pneumatische ruimtecapsule) en Food City I (een eetbare stadsmaquette).

    Hoogtepunt vormt de interactieve installatie Giant Billiard, die voor het eerst in Nederland te zien is. Iedereen (van minimaal 1,20 meter) die het luchtkussen van 14 bij 14 meter betreedt met daarop drie reusachtige opblaasballen van vinyl, wordt onderdeel van een spel zonder vastgestelde regels en omgangsvormen. Zo wil Haus-Rucker-Co vragen oproepen over hoe onze fysieke omgeving van invloed is op de manier waarop we met elkaar omgaan. 

    Kunsthal, Rotterdam, 29/4 t/m 3/9

  • Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.

    Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.

    Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’

    ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties’

    Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’

    Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’

    Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post. Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’

    Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.

    Diederik Samwel

  • De natuurlijke vormentaal van Henry Moore

    De natuurlijke vormentaal van Henry Moore

    Hoe kwam de Britse beeldhouwer Henry Moore (1898-1986), wiens werk in musea, parken en op pleinen in steden over de gehele wereld te bewonderen is, eigenlijk tot zijn unieke vormentaal? Die vraag stelt en beantwoordt museum Beelden aan Zee in de begeleidende catalogus maar ten dele.

    Moores bekende Reclining Figures – liggende vrouwfiguren, abstract maar altijd met een hoofd, romp en ledematen teruggebracht tot hun barre essentie – komen voort uit de herinnering aan de rug van zijn moeder. Het romantische verhaal is vaak verteld, over het mijnwerkerszoontje, jongste van acht kinderen, dat schoonheid zag in de Engelse mijnstreek en de monumentaliteit ervan. Maar behalve die grote vlaktes was er de reumatische rug van zijn moeder die hij bijna dagelijks moest masseren. Daardoor raakten zijn handen vertrouwd met de rondingen, de harde schouderbladen en knokige schouders. Misschien wel de reden dat zijn werk altijd menselijk is gebleven.

    Henry Moore maakte meer dan duizend beelden. Eerst alleen in steen, later in brons. Ze getuigen van een onverstoord gevoel voor harmonie tussen vorm en natuur, die ‘landschappen van borsten, heupen, schouders, botten en benen’.

    Minder bekend is dat Moore veel bedacht tijdens wandelingen, waarbij hij stenen, botten of schelpen opraapte. Maak een strandwandeling en de Henry Moore’tjes liggen voor het oprapen: stukken hout door zee en zand vervormd, stenen die op een gezicht lijken. Voorwerpen die een aanzet vormden tot baanbrekende sculpturen.

    Beelden aan Zee, Den Haag, van 7 april tot en met 10 oktober