Onderwerpen: Kunst

  • Andrés Valencia (11), ‘de kleine Picasso’

    Andrés Valencia (11), ‘de kleine Picasso’

    Hij is niet de eerste die ‘een kleine Picasso’ wordt genoemd, zoals The Times de elfjarige Andrés Valencia omschrijft. Zo ging onder andere Mikail Akar hem voor (zie 360 #173), wiens werken al op zijn zevende voor duizenden euro’s werden verkocht. Andere voorbeelden zijn Lola June, Alexandra Nechita en Marla Olmstead (mogelijk bijgestaan door haar vader), die respectievelijk op hun tweede, twaalfde en vierde al kunst aan de man brachten. ‘Minderjarige kunstenaars zijn zeldzaam, maar ze bestaan,’ concludeert The New York Times. Valencia zit inmiddels op bedragen van vijf nullen. 

    Volgens het New Yorkse dagblad heeft Valencia zijn vroege succes vooral te danken aan de mensen om hem heen en aan de zelfgenoegzaamheid van de kunstwereld, hoewel de elfjarige zelf ook een uitstekend zakenman bleek te zijn; bij een vaste koper verhoogde hij zijn prijs in één keer van 100 tot 5000 dollar. Met succes.

    Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica

    Inmiddels wordt zijn werk volop verzameld, ook al waarschuwen galeriehouders, citeert Art Daily, dat ‘kunstenaars ontwikkelingen doormaken, en tienjarige kunstenaars al helemaal’; de waarde zou kunnen veranderen. 

    Valencia lijkt zelf goed na te denken over wat hij doet, en waarom. ‘Ik denk dat kunst is bedoeld om verhalen te vertellen,’ zei hij tegen Forbes. Zo liet hij zich onlangs inspireren tot ‘het verhaal van het Oekraïense volk en wat Rusland hen aandoet. (…) een verhaal dat niet vergeten mag worden.’ Het resultaat, The Commander, is volgens het Amerikaanse zakentijdschrift ‘een moderne Guernica’. 

    Door Laura Weeda

  • Ode aan verdwenen beschavingen

    Ode aan verdwenen beschavingen

    Michael Heizer begon meer dan vijftig jaar geleden aan een van de grootste kunstwerken ter wereld in het voorouderlijke land van de Nuwu (zuidelijke Paiute) en Newe (westelijke Shoshoni), ongeveer 200 kilometer ten noorden van Las Vegas. Het monumentale werk City is nu af en mag bezichtigd worden. In City zie je verwijzingen naar oude verdwenen beschavingen: Indiaanse grafheuvels, Meso-Amerikaanse metropolen, en zelfs het Egyptische Luxor is erin te herkennen. Alleen is deze stad van beton. Heizer begon dit kostbare en ambitieuze project eerst met eigen financiering maar kreeg uiteindelijk steun van de in 1998 opgerichte Triple Aught Foundation, die een fonds beschikbaar stelde en de site de komende jaren zal beheren en conserveren.

    De kosten van de bouw van de City worden geschat op 40 miljoen dollar

    Dat de totstandkoming nogal wat voeten in de aarde heeft gehad, is niet verbazend. Het vergde de nodige inspanning om al het materiaal ter plaatse te krijgen en in 2015 moest een coalitie van museumdirecteuren en wijlen senator van Nevada Harry Reid strijden voor de bescherming van het gebied door middel van een openbare petitie en wetgeving die bij het Congres werd ingediend. Heizer denkt dat het project lang zal meegaan. De mooiste kunstwerken van de Inca’s, Olmeken en Azteken werden allemaal geplunderd, met de grond gelijk gemaakt, en hun goud werd omgesmolten. Mocht de City vernield worden, dan verwacht de kunstenaar dat de sloop meer kost dan het materiaal zal opbrengen.

    Het kunstwerk is maar een aantal keren per jaar te bezoeken; gratis voor omwonenden en 150 dollar voor anderen, inclusief het vervoer naar de locatie. De kosten van de bouw van de City worden geschat op 40 miljoen dollar.

    Landart-installatie City is vanaf 2 september in Garden Valley, Verenigde Staten te bezoeken

  • Sol LeWitts onderbelichte Joodse erfenis

    Sol LeWitts onderbelichte Joodse erfenis

    Het Joods Museum van België noemt de tentoonstelling van de Amerikaanse conceptuele kunstenaar Sol LeWitt (1928-2007) een ‘dubbele première’. Dubbel omdat werken van hem voor het eerst samen wordt getoond met de vrij onbekende Joodse erfenis van LeWitt, namelijk de ontstaansgeschiedenis van zijn ontwerp voor de in 2001 geopende synagoge Beth Shalom Rodfe Zedek in Chester, Connecticut. De muurschildering van een kleurige, zespuntige ster kan uiteenschuiven om de Thora te onthullen. 

    Solomon LeWitt, geboren in Connecticut, in een familie van Joodse immigranten uit Rusland, ontwikkelde zich tot pionier van de conceptuele en minimalistische kunst, en werd een beroemdheid met zijn Wall Drawings. Hoewel hij niet religieus was en een seculier leven leidde, onderhield LeWitt gedurende zijn hele leven een discrete maar innige band met zijn Joodse erfenis. Om een synagoge te kunnen ontwerpen werd hij uitgedaagd ‘een probleem van geometrische vormen’ op te lossen in een ruimte die moest voldoen aan rituele gebruiken. Hij baseerde de synagoge op de traditionele houten Poolse varianten met hun achtkantige koepels, die vrijwel allemaal in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s werden verwoest. 

    In Brussel werden de Wall Drawings op de muren van het museum aangebracht door jonge kunstenaars en kunststudenten, in samenwerking met professionele tekenaars uit de studio van LeWitt. 

    Sol LeWitt: Wall Drawings, Works on Paper, Structures (1968-2002), te zien t/m 1 mei, Joods Museum van België, Brussel.

  • Liefde voor kleur

    Liefde voor kleur

    In de kleurrijke tentoonstelling Chromophilia laten een aantal kunstenaars de complexiteit en de mogelijkheden van kleur binnen hun eigen medium zien. Dat varieert van werken met verf tot textiel, met gekleurd glas of bestaande uit verschillende lichtbronnen. Galerie Hauser & Wirth schrijft over de tentoonstelling dat kleur, net als muziek, onze geest kan verheffen of het geheugen kan stimuleren.

    Kleur kan heel symbolisch zijn, maar het heeft ook het vermogen om reacties uit te lokken

    Bovendien kan kleur heel symbolisch zijn, vaak is kleur gepolitiseerd en staat ze voor ideologieën, of speelt ze een rol in activisme of duidt ze ras en sekse aan. Maar dat kleur het vermogen heeft om reacties uit te lokken, ‘van uitbundige vreugde tot verpletterende wanhoop’, laten de makers in Zürich zien. Frank Bowling houdt zich al jaren bezig met de complexiteit van kleur in de schilderkunst. Zijn werk Swimmers (2020) is samengesteld uit acrylverf en gels, gecollageerd canvas en gevonden materialen of objecten. David Batchelors Chromodisc (2019) is een klok die met licht de loop van een uur aangeeft.

    Chromophilia, tot 12 maart, Hauser & Wirth, Zürich.

  • Tussen de Caraïben en de Britse eilanden

    Tussen de Caraïben en de Britse eilanden

    Werk van meer dan veertig kunstenaars, die in Groot-Brittannië wonen maar van wie de wortels in het Caribisch gebied liggen, vormen de kracht van wat in de Britse pers als een ‘meeslepende show’ wordt omschreven. De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder. Alles komt dan uiteraard voorbij: de pijn van het vertrek, de aankomst, vriendelijkheid en wreedheid, opstand, onderdrukking en onophoudelijk onrecht. 

    Een van de vroegste werken van Steve McQueen, een Londenaar die in Amsterdam woont, is een fragment van één minuut uit een super 8-film uit 1992; het toont twee oudere West-Indische mannen die palmbomen met pot en al van het Oost-Londense Brick Lane naar de bus naar huis dragen.

    De expositie volgt zeventig jaar tumultueuze geschiedenis met kunst als gids en woordvoerder

    Maar behalve onthutsende foto’s – van bijvoorbeeld Michael X die aankomt op Paddington Station, Stokely Carmichael die het Dialectics of Liberation-congres toespreekt in het Round House in Camden in 1968 en meisjes die met een Black Panthers-schooltas op weg zijn naar school – geeft de schilderkunst een eigen, autonoom perspectief op de realiteit van de kunstenaars die heen en weer pendelen tussen de zonovergoten Caraïben en de wispelturige seizoenen aan deze kant van de wereld. Zoals de met foto’s van de Windrush-generatie behangen voorkamer op Njideka Akunyili Crosby’s schilderij Remain, Thriving uit 2018. Hun nakomelingen volgen het nieuws over het Windrush-schandaal, waarbij tientallen Britten het land uit werden gezet omdat de juiste papieren zouden ontbreken. 

    Life Between Islands: Caribbean-British Art 1950s–Now, tot 3 april 2022, Tate Britain, Londen.

  • Bob Dylan nu ook erkend als beeldend kunstenaar

    Bob Dylan nu ook erkend als beeldend kunstenaar

    Tijdens Retrospectrum, zoals de show gaat heten, zijn een honderdtal schilderijen, tekeningen en sculpturen te zien. Bob Dylan schilderde altijd al naast zijn wereldberoemde muziek, die sowieso verhalend, poëtisch én prozaïsch is. Maar de museale wereld nam hem pas een tiental jaar geleden serieus als beeldend kunstenaar.

    Niet bekend is of de Nobelprijswinnaar de tentoonstelling zelf heeft samengesteld, of welke bemoeienis hij ermee heeft. Veel van de schilderijen zijn gebaseerd op het echte leven. Mensen. Straattaferelen, landschappen en architectuur. Maar vaak baseert Dylan zijn beeldend werk op een groot aantal bronnen, inclusief archieven, historische beelden en filmstills.

    In veel van zijn schilderijen zijn acteurs of filmscènes te herkennen, zoals William Dafoe maar dan afgebeeld als een eenzame figuur uit een schilderij van Edward Hopper.

    Te zien in het Frost Art Museum in Miami, tot 17 april 2022.

  • Hoe het voelt om jong, zwart en levend te zijn

    Hoe het voelt om jong, zwart en levend te zijn

    ‘Wat ik wilde doen,’ zegt Kehinde Wiley, ‘was het moois gebruiken, dat waarvan ik houd, en het bevruchten met waarvan ik weet dat het mooi is – mensen die toevallig op mij lijken.’

    In de kunstwereld maakte Wiley al langer furore met portretten van beroemde zwarte rappers in renaissancestijl als van oude Europese machthebbers. Hij was de eerste zwarte kunstenaar die opdracht kreeg een officieel portret van de toenmalige president Obama te schilderen. Die zette hij op een keukenstoel omringd door groene struiken. Bij traditionele afbeeldingen brengt hij een afwijkend detail aan van de weggelaten zwarte cultuur in de canon van de portretkunst. Zo herschept hij zijn eigen politiek correcte universum waarin privilege, macht en identiteit onconventioneel in beeld komen.

    Met grimassen van de kou weerstaat de groep al improviserend de elementen

    In de tentoonstelling die in de National Portrait Gallery te zien zal zijn heeft Wiley zijn blik gericht op de landschapschilderkunst en dan vooral op de epische scènes van oceanen en bergen. Voor de film Prelude, die in de Sunley Room zal draaien, nam hij een groep Londenaars mee naar Noorwegen en liet hen door de sneeuw lopen omringd door schilderachtige fjorden en besneeuwde bergen. Met grimassen van de kou weerstaat de groep al improviserend de elementen.

    ‘Het gaat over hoe het voelt om jong, zwart en levend te zijn in de eenentwintigste eeuw,’ zei Wiley over zijn werk.

    The Prelude, The National Gallery, Londen, tot en met 18 april

  • Pionier die terugverlangde naar haar verloren eiland

    Pionier die terugverlangde naar haar verloren eiland

    Lubaina Himid is voorloper als het gaat om emanciperende, geëngageerde kunst en vraagt al sinds de jaren tachtig aandacht voor de onzichtbaarheid van zwarte cultuur en geschiedenis in het Westen. Ze kreeg in 2017 de Turner Prize en verwierf internationale bekendheid.

    Geboren in Zanzibar uit een witte Engelse moeder en een zwarte Afrikaanse vader, werd Himid op jonge leeftijd onmiddellijk na haar vaders vroegtijdige dood naar Londen gebracht. Haar werk keert voortdurend terug naar dat verloren eiland, legt verbanden tussen verleden en heden; het heeft beweging als blijvend kenmerk, schrijft The Guardian.

    Tot 3 juli te zien in Tate Modern in Londen.

  • Abu Dhabi bouwt twee nieuwe kunstpaleizen

    Abu Dhabi bouwt twee nieuwe kunstpaleizen

    Het emiraat Abu Dhabi heeft ambitieuze plannen om naast het door Frank Gehry ontworpen Guggenheim Abu Dhabi en het door Norman Foster ontworpen Zayed National Museum, nog twee musea te laten verrijzen. De nieuwe kunstpaleizen, respectievelijk ontworpen door Tadao Ando en de beroemde in 2016 overleden architecte Zaha Hadid, zijn al in aanbouw.

    Abu Dhabi kan profiteren van een wereldwijde verschuiving weg van de westers georiënteerde kunst

    De bouw van de drie bestaande musea – het Louvre, het Guggenheim en het Zayed – zijn overigens moeizaam verlopen. Maar het emiraat, dat bekendstaat als repressief, duur en conservatief, heeft niet stilgezeten en werkt hard aan het verbeteren van haar imago. Aangename bijkomstigheid is dat Abu Dhabi kan profiteren van een wereldwijde verschuiving weg van de westers georiënteerde kunst, schrijft Art Forum. Nu nog vrijelijk visa verlenen aan kunstenaars.

    Het Zayed National Museum in Abu Dhabi gaat open in 2025.

  • Tweeduizend bolletjes wol en tienduizend nietjes

    Tweeduizend bolletjes wol en tienduizend nietjes

    Bij de nog altijd reizende omvangrijke solotentoonstelling The Soul Trembles van de in Berlijn gevestigde kunstenaar Shiota Chiharu (Osaka, 1972) is een catalogus verschenen met foto’s van haar oeuvre van de afgelopen vijfentwintig jaar. De kunstenaar was de sensatie van de 56ste Biënnale van Venetië in 2015. In Nederland werden haar performances en installaties bekend dankzij het Noordbrabants Museum.

    In 2017 stelde het museum Uncertain Journey tentoon, waarin Chiharu bootjes met rode wollen draden aan elkaar knoopte. Volgens de kunstenaar is elke draad te beschouwen als het leven van ieder mens dat verweven is met andere levens.

    De voorbereiding van de installatie was een tijdrovend proces. Ze werkte twaalf dagen met tien assistenten aan het gigantische web. De tentoonstellingsruimte werd eerst bedekt met een op maat gemaakt net. Daarna kon de draad van ongeveer tweeduizend bolletjes wol met circa tienduizend nietjes worden vastgemaakt.

    Online verkrijgbaar bij Mori Art Museum, Tokio.

  • Panamarenko en de kunst van het falen

    Panamarenko en de kunst van het falen

    Een aerodynamische ufo in de vorm van een klaproos, een hangmat met propeller-aandrijving, een gemotoriseerde rugzak of een fiets met vleugels. De bonte verzameling kunstobjecten van de Vlaamse kunstenaar Henri van Herwegen (1940–2019) weerspiegelt overduidelijk zijn obsessie voor vliegen. Dat blijkt al uit zijn pseudoniem: Panamarenko, afgeleid van Pan American Airlines and Company. 

    ‘Panamarenko had van begin af aan een kras op zijn ziel’, schrijft Alexandra Wach in het Duitse Monopol Magazin: de wetenschap dat het vliegen niet meer uitgevonden hoefde te worden. ‘Met grenzeloos plezier ontwierp hij de meest uiteenlopende machines, die allemaal écht werkten. Dat ze hun bestemming niet bereikten, heeft te maken met zijn voorliefde voor ironie.’  

    Maar volgens Martha Schwendener, in een artikel voor het wereldwijde Artforum, hangt het er maar net af wat je van Panamarenko’s kunst verwacht: ‘Voor de kunstenaar is een werk ideaal wanneer het een natuurlijke vorm heeft, voor veel toeschouwers wordt dat bereikt zodra je ermee kunt vliegen. Maar om hem goed te begrijpen moet je weten dat opstijgen maar een van de maatstaven voor succes is.’ 

    Aan de hand van zijn ‘prachtig geconstrueerde objecten en vliegmachines’ typeert Roberta Smith in The New York Times Panamarenko als een kunstenaar die ‘met speels gemak de weg van wetenschap naar natuur naar fantasie aflegt zonder ooit het domein van de kunst te verlaten.’ En volgens haar ‘doet het er niet toe dat de apparaten niet werken; de kunst zit hem in het falen.’

    Ook het Waalse dagblad Le Soir benadrukt in Panamerenko’s necrologie zijn combinatie van wetenschap, industrieel ontwerp en verbeelding. Maar vooral ook zijn fascinatie voor échte, natuurlijke vleugels springt eruit: ‘Terwijl hij voortdurend bezig was de techniek in zijn apparaten te verbeteren, probeerde hij mechanisch de vleugelslag van libellen en vlinders te benaderen.’

    In New York Art World stelt Donald Goddard dat het bij Panamarenko draait om materie en illusie. Met bijvoorbeeld ‘visnetten, rubber banden, cellofaan, batterijen en elektriciteitsdraden wil hij de natuurlijke wetten van zwaartekracht, magnetisme, zonlicht en luchtdruk tastbaar maken.’ Wie zijn kunstwerken vervolgens als ‘immaterieel beschouwt, ontdekt vanzelf de lichtheid en transparantie ervan’. 

    De overzichtstentoonstelling Reise in den Sternen van Panamarenko is tot en met 13 maart 2022 te zien in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

    Door Diederik Samwel

  • Kunstenfestival Watou biedt stof tot nadenken

    Kunstenfestival Watou biedt stof tot nadenken

    Dit jaar vindt alweer de veertigste editie van het bekendste Belgische festival voor de beeldende kunst en poëzie plaats in het inmiddels artistieke dorp Watou. Het festival slaagt er iedere zomer weer in een inspirerende dialoog tussen hedendaagse kunst, poëzie, landschap en karaktervolle locaties tot stand te brengen dankzij Gwy Mandelinck, stadsbibliothecaris en conservator van het Hop-museum die net voorbij Poperinge de gedroomde plek zag voor een festival.

    De wereld is aan het veranderen, wat is de invloed daarvan op de natuur, op onszelf en op elkaar?

    Door de aanwas van technologie en artificiële intelligentie, maar ook door de wereldwijde crisis, worden we gedwongen niet alleen op onze rationele, maar ook – en steeds meer – op onze biologische, emotionele, spirituele en intuïtieve intelligentie te vertrouwen. De wereld zoals we die kennen is aan het veranderen, wat is de invloed daarvan op de natuur, op onszelf en op elkaar? Watou nodigt haar bezoekers uit om te kijken naar en te reflecteren over deze en andere essentiële vragen die ons bezighouden en ons met elkaar en de natuur verbinden.

    Kunstenfestival Watou telt meer dan dertig beeldend kunstenaars, onder wie Tracey Emin, Mark Manders, Neo Matloga en Esther Kläs & Gustavo Gomes. De dichters zijn gevestigde namen uit Vlaanderen en Nederland. Stefan Hertmans, die 70 werd in maart, wordt gevierd.

    WATOU, Watou (Poperinge), België, t/m 5 september, kunstenfestivalwatou.be

    Door Manuela Klerkx

  • Volop spiegels aan de wand in Kunsthal KAdE

    Volop spiegels aan de wand in Kunsthal KAdE

    Voor de expositie Mirror | Mirror in Amersfoort heeft samensteller Judith van Meeuwen installaties van dertig nationale en internationale beeldend kunstenaars bij elkaar gebracht. Het thema is (zelf)reflectie in brede zin: vanuit wetenschappelijke, kunsthistorische of verhalende invalshoek. Het museum is gevuld met spiegels in de meest onverwachte en uiteenlopende verschijningsvormen. Een spiegel waarin je pas iets ziet wanneer je lacht, een spiegel die ’s winters het zonlicht weerkaatst of eentje die je met een hometrainer in beweging moet brengen om een nieuw perspectief te krijgen.

    Het laatste kunstwerk, Mobile Mobile van de Deense kunstenaar Jeppe Hein, is voor het eerst te zien. Andere ontwerpen zijn van onder meer Kathrin Schlegel, Berk Ilhan en landschapskunstenaar Andy Goldsworthy.

    Ingeborg Ruthe schrijft in de Berliner Zeitung dat Hein, ‘kort na de eeuwwisseling een van de meest succesvolle internationale kunstenaars’, veel lichtere werken maakt nadat hij was hersteld van een totale burn-out. Pas na tussenkomst van een boeddhistische non kwam hij er weer bovenop. ‘Tegenwoordig is hij, juist vanuit zijn drukke omgeving in Berlijn, voortdurend op zoek naar het speelse en alledaagse.’

    ‘De museumbezoeker is toeschouwer en deelnemer tegelijk.’

    Volgens Gabriela Angeleti, recensent van The Art Newspaper, ligt het accent bij Hein nu nog meer op meditatieve en interactieve kunst: ‘Tijdens het maken en ontwerpen komt hij weer op adem en dat probeert hij over te brengen op de toeschouwer.’

    ‘Het is Hein altijd te doen om het concept waarin de kijker iets in gang zet, waarna het kunstwerk de controle overneemt’, schrijft Kaytie Johnson in het Artpulse Magazine. ‘Zo is de museumbezoeker toeschouwer en deelnemer tegelijk.’

    Hannah Jane Parker van The Guardian kan nog wel waardering opbrengen voor het idee achter de slimme lachspiegel van Berk Ilhan: het opvrolijken van kankerpatiënten. Maar de criticus noemt het ‘idioot’ om het product voor een paar duizend dollar op de markt te brengen: ‘Wie kanker heeft en nog niet doodmoe is geworden van het advies om positief te blijven, kan vast beginnen met sparen.’

    De tentoonstelling Mirror | Mirror is tot en met 29 augustus te zien in Kunsthal KAdE in Amersfoort.

    Door Diederik Samwel

  • Een reis door de tijd naar de roerige jaren twintig

    Een reis door de tijd naar de roerige jaren twintig

    Hoewel we onze tijd niet kunnen vergelijken met die van honderd jaar geleden zijn er toch verrassend veel parallellen met de baanbrekende jaren 1920, niet in het minst door de pandemie. In een stimulerende tour neemt het Guggenheim Museum in Bilbao je mee langs meer dan driehonderd objecten die de belangrijkste artistieke disciplines van die jaren twintig vertegenwoordigen, van schilderen, beeldhouwen en tekenen tot fotografie, film, collage, architectuur, mode en design.

    De tentoonstelling weerspiegelt de uitwisseling tussen stromingen als Bauhaus, dadaïsme en nieuwe zakelijkheid

    Bezoekers maken kennis met Europese steden als Berlijn, Parijs, Wenen en Zürich, waar grote vooruitgang en veranderingen plaatsvonden op alle gebieden, en die tot op heden voelbaar zijn. Deze tentoonstelling – die het resultaat is van de samenwerking tussen het Guggenheim Museum Bilbao en Kunsthaus Zürich – weerspiegelt de uitwisseling tussen verschillende progressieve stromingen zoals Bauhaus, dadaïsme en nieuwe zakelijkheid door middel van zeven verhalende hoofdstukken

    De tentoonstelling The Roaring Twenties is van 7 mei t/m 19 september te zien in het Guggenheim Museum in Bilbao.

    Door Manuela Klerkx

  • Het New Museum vanaf de bank

    Het New Museum vanaf de bank

    In 2016 lanceerde het New Museum in New York de Screen Series, een platform voor video’s en films van jonge kunstenaars. Sinds de sluiting van het museum vanwege de pandemie is het mogelijk de Screen Series Online, aangevuld met eerdere al in het museum getoonde video’s, vanaf de bank te bekijken. En dat is een uitgelezen kans om kennis te maken met veelbelovende kunstenaars als Wong Ping, Andro Eradze, Nina Sarnelle (1997) en werk te zien van al gevestigde kunstenaars als Kaari Upson. Indrukwekkend is de video Have You Ever Killed a Bear? Of Becoming Jamila van Marwa Arsanios (1978, Beiroet).

    Jamila Bouhired was een gevierde vrijheidsstrijder in de Algerijnse opstand tegen de Franse koloniale overheersing

    Deze laatste video is gebaseerd op een lezing, boek en installatie die putten uit de publicatie van het tijdschrift Al-Hilal, één van de oudste kunst- en literatuur tijdschriften uit de Arabische wereld, dat in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw heel populair was. Ter promotie van het secularisme en de bevrijding van de vrouw, toonde het tijdschrift in die tijd vaak vrouwen op de omslag. Een van hen was Jamila Bouhired, een gevierde vrijheidsstrijder in de Algerijnse opstand tegen de Franse koloniale overheersing. In deze video staat zij symbool voor een korte periode waarin vrouwen in het openbaar werden gevierd.  

    Screen Series Online van Het New Museum in New York is te zien via vimeo.com/newmuseumnyc.

    Door Manuela Klerkx