Onderwerpen: Cultuur

  • Woede in Iran over bekroonde film

    Woede in Iran over bekroonde film

    FILM | Een moordenaar keert ’s nachts terug naar huis, nadat hij zich heeft ontdaan van een lichaam. De camera beweegt omhoog en laat Mashhad, de op een na grootste stad van Iran, van bovenaf zien. De verlichte straten, met in het centrum de grootste moskee van Iran, Imam Reza, doen denken aan de draden van een spinnenweb. Dat is een van de beelden waar recensenten van Holy Spider over vallen, analyseert de Iraanse diasporanieuwssite IranWire, gevestigd in Londen. Deze nieuwe film van regisseur Ali Abbasi, die werd geboren in Teheran en nu in Denemarken woont, is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een seriemoordenaar, bijgenaamd ‘de spinnenmoordenaar’, die in 2000 in Mashhad zestien prostituees wurgde. Nadat hij was veroordeeld, verklaarde hij dat hij de ‘ontucht in de straten van de heilige stad had willen uitroeien’, een missie die hem een ​​zekere populariteit opleverde.

    Hoewel Holy Spider in Cannes de prijs voor beste vrouwelijke vertolking won, hebben Iraanse kranten er geen goed woord voor over. Zo hekelt de krant Al-Quds de ‘politieke keuze’ van het festival van Cannes om een ​​film te belonen die een ‘vertekend beeld’ geeft van de Iraanse samenleving. Volgens de ultraconservatieve krant Kayhan is Holy Spider geen film, maar ‘visuele propaganda tegen het Iraanse volk en de islam’, ‘gemaakt door een groep geëmigreerde Iraniërs’.

    Jame Jam spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken’

    ‘Met uitzondering van een paar gestoorde mensen, die vaak dicht bij de moordenaar stonden, heeft geen enkele moslim ooit zijn misdaden [van Saïd Hanaï, de spinnenmoordenaar] goedgekeurd’, verduidelijkt FarhikhteganOok dagblad Jamé Jam, een publicatie van de staatstelevisie, spreekt van ‘een politiek project’ dat erop gericht is ‘Iran en de islam zwart te maken en een gewelddadig beeld te schetsen’ van de samenleving.

    Abbasi kon de film dan ook niet in Iran opnemen. Als alternatief werd Jordanië gekozen. En hoewel de prijswinnende actrice, Zahra Amir Ebrahimi, die in 2008 ook nog eens gedwongen Iran had verlaten vanwege een seksschandaal, op Twitter werd gefeliciteerd door voormalig vicepresident Mohammad Ali Abtahi – ‘Ze laat zien dat we ondanks de ontberingen naar de top kunnen stijgen’ – zal de film (voorlopig) niet in Iran worden vertoond.

    Lees ook:

  • Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog

    Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog

    In zijn film Il Buco reconstrueert de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino een expeditie uit 1961 in een bijna 700 meter diepe grot in Calabrië, de zuidelijkste regio van Italië. Terwijl een team speleologen steeds verder de diepte induikt, wordt een oude, doodzieke herder door zijn metgezellen verzorgd op een van de naast gelegen bergflanken.

    In een poëtisch geschreven recensie voor het Spaanse filmmagazine El Antepenúltimo Mohicano omschrijft Javier Acevedo Nieto Il Buco als een ‘meeslepende film’. Door de fraaie cameravoering en het ontbreken van dialogen maakt de regisseur van de grot ‘haast een levend organisme dat ademt, huilt en resoneert’. Volgens Nieto grijpt Frammartino terug naar de ‘grootsheid van primitieve cinema met een camera die als een nieuwsgierige antropoloog fungeert, waarbij de verrichtingen van de mens volledig in het niet vallen’. 

    Diego Battle van de internationale filmssite Otros Cines noemt het ‘cinema van de contemplatie’, maar dan letterlijk: ‘Onderdompeling. Waar veel hedendaagse films worden gedomineerd door hyperstimulatie en duizeling wekken, is Il Buco een balsem voor de bioscoopbezoeker.’ 

    ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven’

    ‘Docufictie met uitsluitend prachtige beelden,’ luidt de conclusie van Jessica Liang, criticus van Variety. Ze vindt het een geslaagde keuze dat de parallel tussen de zieke herder en de grotexpeditie door wetenschappelijke buitenstaanders ‘niet leidt tot een dramatisch conflict, maar bewust vaag is gehouden’. 

    Minder enthousiast is Liang over de poging om in de film de sfeer van begin jaren zestig op te roepen: ‘Klassieke canvastenten, een antieke leren voetbal en een tijdschrift met Sophia Loren op de cover. Dat komt gekunsteld over. Vooral omdat deze film niet zozeer een paar decennia overbrugt maar terugvoert naar een lang vervlogen geologisch tijdperk.’

    Peter Bradshaw gaat in zijn bespreking voor The Guardian nog een stap verder: ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven. Daardoor dwingt hij ons na te denken over iets existentieels dat verder gaat dan het verstrijken van de tijd.’

    Il Buco van Michelangelo Frammartino is vanaf 23 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

  • Claude Cahun was haar tijd vooruit

    Claude Cahun was haar tijd vooruit

    FOTOGRAFIE | Claude Cahun (1894-1954) werd geboren als Lucy Schwob, maar vond dat het vrouwelijke noch het mannelijke bij haar paste. Neutre, dat klonk beter, vond ze, en daarmee was ze haar tijd ver vooruit. Voor fotografen als Nan Goldin en Cindy Sherman was ze al langer een inspiratiebron, totdat ze niet zo lang geleden werd herontdekt.

    Telkens stelde ze de vraag of het mogelijk is een authentieke zelf te bezitten

    Cahun speelde samen met andere surrealisten met het begrip identiteit door op elke foto een andere rol aan te nemen, haar gezicht te verdubbelen of met maskers te werken. Telkens stelde ze de vraag of het mogelijk is een authentieke zelf te bezitten, of dat onze identiteit gevormd wordt door maatschappelijke omstandigheden. Dit deed ze altijd in samenwerking met haar geliefde en latere stiefzus, die onder de nom de plume ‘Marcel Moore’ werkte. 

    Voor hun verzetswerk in de Tweede Wereldoorlog op het eiland Jersey kregen de twee de doodstraf, die nooit werd voltrokken. Cahun overleed in 1954, Moore zeventien jaar later. De tentoonstelling over hun werk, Onder de huid, was eerder te zien in het Cobra Museum. 

    Onder de huid is tot en met 28 juli te zien in de Kunsthal, Rotterdam.

  • Mysteries van ruimte, vorm en oneindigheid

    Mysteries van ruimte, vorm en oneindigheid

    In Museum Voorlinden is deze zomer de expositie Ground van de tweeënzeventigjarige Britse kunstenaar Antony Gormley te zien. Een van zijn opzienbarende kunstwerken, Exposure, een man die op zijn hurken zit, staat op een strekdam vlak bij Lelystad. 

    Gormley maakt al decennialang fantastische sculpturen die goed passen in een tijdgeest waarin alles een ‘experience’ moet zijn. Hij nodigt de bezoeker uit om door zijn beelden heen te lopen, zoals door het twaalf meter lange staalwerk Passage, of om midden in een driedimensionale bouwtekening te gaan staan. Voor Gormley is de aanwezigheid van een bezoeker essentieel vanwege de contemplatie ontstaat ‘wanneer kunst en het leven op elkaar inwerken’. In de tuin van het museum in Wassenaar zal het werk Critical Mass worden neergezet, zestig gietijzeren afgietsels van zijn eigen lichaam, die een relatie met de omgeving aangaan. 

    Later ontvluchtte hij het katholicisme en dompelde hij zich onder in de boeddhistische leer

    Gormley werd als jongste van zeven kinderen geboren in een rijk katholiek gezin van een farmaceut en opgevoed door monniken op een benedictijnse kostschool. In een interview zei hij eens dat zijn ouders de initialen AMDG voor hun zoon hadden gekozen om hem ad majorem Dei gloriam (tot grotere glorie van God) op te voeden. Grote kans dat zijn belangstelling voor de mysteries van ruimte, vorm en oneindigheid te herleiden is naar zijn religieuze opvoeding. Later ontvluchtte hij het katholicisme en dompelde hij zich onder in de boeddhistische leer, die nog altijd een toetssteen voor hem is. 

    Antony Gormley – Ground is tot en met 25 augustus te zien in Museum Voorlinden, Wassenaar.

  • Meesterwerk of pure fetisj?

    Meesterwerk of pure fetisj?

    Stel, je staat als lifter langs een verlaten snelweg en op hetzelfde moment stoppen er twee auto’s. In de ene zit de moordlustige psychopaat Anton Chigurh uit de speelfilm No Country for Old Men van de gebroeders Coen; de andere chauffeur blijkt de respectabele fabrieksdirecteur Julio Blanco uit El buen patrón van regisseur Fernando León de Aranoa. Bij wie stap je in? 

    Met deze hypothese vergelijkt Guy Lodge in Variety twee vertolkingen van de Spaanse steracteur Javier Bardem. De keuze ligt voor de hand, stelt Lodge, ‘maar wie Bardems laatste rol heeft gezien, weet wel beter. Mogelijk brengt deze man je niet persoonlijk om zeep, maar met elke plottwist ontwikkelt hij zich steeds duidelijker als de mildste incarnatie van het pure kwaad.’

    Hoofdpersonage Blanco uit El buen patrón doet er alles aan om een prestigieuze onderscheiding voor zijn weegschalenfabriek in de wacht te slepen. Voor de buitenwereld kan die prijs hem nauwelijks ontgaan, maar achter de schermen zijn sommige van zijn werknemers hun leven niet zeker. 

    ‘Niemand haalt ongeschonden het einde’

    Jonathan Holland van Screen Daily vermoedt dat het casten van Bardem vooral is bedoeld voor de buitenlandse bioscoopbezoeker: ‘Succes in Spanje is gegarandeerd, maar meer dan een onderhoudende en soepel gemaakte film is het niet. Een déjà-vuverhaal waarbij Bardem-fans absoluut aan hun trekken komen. Maar de rest steekt er bleekjes bij af.

    De Boliviaanse krant La Razón omschrijft El buen patrón daarentegen als een ‘geslaagde satire op het kapitalisme’. Vooral omdat Bardem gestalte geeft aan een ‘giftige, niets en niemand ontziende ondernemer, die tot het uiterste gaat’. 

    In het Spaanse dagblad El Mundo houdt Luis Martínez het op een ‘horrorfilm, links noch rechts georiënteerd, waarin onze maatschappij van overconsumptie wordt geportretteerd. Het gaat niet om hebzuchtige ondernemers en begerige proletariërs, maar om een wereld waarin marktwerking iedereen overkomt. Niemand haalt ongeschonden het einde. Noem het een meesterwerk of pure fetisj.’ 

    El buen patrón van Fernando León de Aranoa is vanaf 2 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

  • Het bruto nationaal geluk in beeld gebracht

    Het bruto nationaal geluk in beeld gebracht

    In de Himalayaanse bergen neuriet een vrouw ‘Yak lebi lhadar’, een lied van jakherders over afscheid en opoffering, terwijl in de stad een grootmoeder haar kleinzoon Ugyen wakker maakt. Hij is gekleed in een T-shirt met het bruto nationaal geluk: een index die Bhutan ontwikkelde om het welzijn van de mensen te beoordelen.

    ‘Het slapen van de jonge man is zowel letterlijk als figuurlijk’, schrijft The Indian Express in een recensie over Lunana: A Yak in the Class Room van de Bhutanese regisseur Pawo Choyning Dorji. Om echt te ontwaken zal Ugyen, die leraar is, ‘een innerlijke reis moeten beginnen die hem zal dwingen om zowel zichzelf als zijn land te ontdekken’. Die reis begint wanneer hij wordt overgeplaatst naar een van de meest afgelegen plekken ter wereld: Lunana, een dorp tussen de besneeuwde bergtoppen, waar hij bekend komt te staan als de ‘leraar die de toekomst kent’. 

    Aangezien Lunana niet is aangesloten op het elektriciteitsnet, werd er gefilmd met batterijen op zonne-energie. Als acteurs werden dorpelingen ingezet die nog nooit een film hadden gezien. ‘We waren het laatste land ter wereld met televisie en internet,’ vertelt de regisseur. ‘Ik was dertien toen de eerste televisie kwam. Mensen verkochten hun koeien en jaks om er een te kopen en plaatsten die dan op een soort altaar in huis, waarop ze wierook offerden. Ze wilden zingen, zich verkleden en zijn als de “buitenstaanders”. Het fundament van het “tevreden gevoel” was volledig verstoord.’

    ’Ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn’

    Hij heeft zelf vaak te horen gekregen dat hij wel ‘een heel gelukkig man’ moet zijn, aangezien hij uit een land komt dat inzet op bruto nationaal geluk. ‘Ik probeer met de film ook te laten zien wat Bhutan doormaakt, de uittocht van jonge mensen, leraren, die, aangetrokken door de pracht en charme van het Westen, massaal emigreren naar landen als Australië,’ zegt de regisseur in een interview met de Amerikaanse publieke omroep NPR. ‘Ik zeg niet dat ze niet weg moeten gaan; ik zeg ze dat ze hun dromen moeten volgen, maar hun eigen liedjes moeten zingen, waar ter wereld ze ook zijn.’

    The Indian Express kenschetst de film als een soort Bhutanese fabel met als les dat geluk nergens anders te vinden is en enkel besloten ligt in tevredenheid. The New York Times vindt dit idee ‘mooi effectief’ uitgevoerd, maar ook een beetje schools: het is ‘een poging om het concept van bruto nationaal geluk dat Bhutan heeft uitgevonden in beeld te brengen’. Andere media, zoals Variety, waarderen het goede gevoel dat de film overbrengt, evenals de kennismaking met een onbekend land. Filmsite The Wrap schrijft: ‘In het coronatijdperk vindt deze film, die een eenvoudige manier van leven verdedigt, gebaseerd op wederzijdse hulp, veel weerklank.’ The Wall Street Times noemt de film ‘van begin tot einde ontzettend leuk’.

    Verandering is onvermijdelijk, besluit The Indian Times. Op de laatste filmdag, wanneer de crew zich voorbereidt om in te pakken, arriveert een groep ambtenaren in Lunana om er telecommunicatietorens te installeren. En onlangs ontving Choyning Dorji een Facebookbericht en een TikTokvideo van Pem Zam, de inmiddels twaalfjarige ster van de film. 

    Nu te zien in de bioscoop.

    Door Laura Weeda

  • ‘Iedereen is een kunstenaar’

    Iedereen is een kunstenaar’

    De titel van Pierre Bismuth tentoonstelling Everybody is an artist but only the artist knows it is geïnspireerd op Joseph Beuys en zijn beroemde uitspraak ‘Jeder Mensch ist ein Künstler’. De Franse kunstenaar reflecteert op die uitspraak en bevraagt hemt: als iedereen een kunstenaar is, wat is kunst dan?

    Het werk van Bismuth is gebaseerd op intuïtie. Hij werkt met verschillende bronnen, materialen en technieken en in al zijn kunstwerken staat verwondering voorop. Zijn kijk op de wereld inspireert om te spelen, te genieten en na te denken over de bevrijdende mogelijkheden van creativiteit. Bismuth prikkelt verschillende zintuigen en in zijn werk wordt fantasie werkelijkheid.

    Pierre Bismuth: Everybody is an artist but only the artist knows it, West, Den Haag, tot 10 juli.

  • Fysieke aanwezigheid is overbodig geworden

    Fysieke aanwezigheid is overbodig geworden

    De Scandinaviërs Michael Elmgreen (1961) en Ingar Dragset (1969) staan sinds hun deelname aan de Biënnale in 2009 in de schijnwerpers. De tentoonstelling Useless Bodies van het kunstenaarsduo in Milaan beslaat 3000 vierkante meter in vier galeriezalen en onderzoekt de huidige toestand van het lichaam in het postindustriële tijdperk. Het duo stelt dat onze fysieke aanwezigheid bijna volledig overbodig aan het worden is in een wereld die steeds meer draait op tweedimensionale beelden.

    Onze lichamen, zeggen zij, genereren nauwelijks nog waarde

    Onze lichamen, zeggen zij, genereren nauwelijks nog waarde. Men zou zelfs kunnen beweren dat ze eerder een obstakel zijn geworden; het gaat om onze gegevens die worden verzameld en doorverkocht worden. Juist de waarneming van de lijfelijk aanwezige mens is een thema in het beeldende werk van de twee, en van hun performances. Naast andere terugkerende onderwerpen als opgroeien, intimiteit en diversiteit, komt het duo steeds weer uit bij hoe we navigeren in de publieke sfeer. In Fondazione Prada zijn de zalen gevuld met werk, vermaak en ontspanning, alleen is er niemand meer te bekennen

    Useless Bodies, Fondazione Prada, Milaan, tot 22 augustus.

  • Kunstenaar Orupabo ontleedt stereotypen

    Kunstenaar Orupabo ontleedt stereotypen

    De Noors-Nigeriaanse kunstenaar en socioloog Frida Orupabo (1986) maakt analoge en digitale zwart-witcollages en video-installaties van beeldmateriaal dat zij online vindt. Ze kiest beelden uit het koloniale tijdperk of juist hedendaagse, uit de geneeskunde en wetenschap of uit de kunst en popcultuur, en ‘bevrijdt’ het zwarte (vrouwelijke) lichaam van de meestal eendimensionale weergave.

    Ze demonteert beelden van zwarte lichamen om ze vervolgens laag voor laag weer in elkaar te zetten. Afbeeldingen worden zodoende indringende verhalen die thema’s als geweld, racisme, seksualiteit en identiteit recht aan doen.

    I have seen a million pictures of my face and still I have no idea, Fotomuseum Winterthur, tot 29 mei.

    Turning, 2021 © Frida Orupabo and Gallery Nordenhake
  • De microkosmos van Eran Kolirin

    De microkosmos van Eran Kolirin

    Aan het begin van Let It Be Morning, de nieuwe film van Eran Kolirin, wordt de bruiloft gevierd van een jong Israëlisch-Arabisch echtpaar wiens verbintenis ‘verdoemd lijkt zelfs voordat deze geconsumeerd is’, zo schrijft het Amerikaans-Joodse tijdschrift Forward.

    Het eerste voorteken is dat de duiven die bruid en bruidegom loslaten als symbool van hoop en vrede weigeren weg te vliegen. En inderdaad, op de nacht na de ceremonie sluiten Israëlische strijdkrachten het dorp af, zonder enige kennisgeving of uitleg.

    ‘Door zijn personages letterlijk gevangen te houden, creëert Kolirin een soort microkosmos’

    De bruiloftsgasten en de bewoners stranden ter plaatse, zonder dat contact met de buitenwereld mogelijk is. ‘Door zijn personages letterlijk gevangen te houden, creëert Kolirin een soort microkosmos die hem in staat stelt de sociale en politieke status van de Israëlisch-Arabische gemeenschap te onderzoeken,’ schrijft Variety.

    De film is geïnspireerd op het gelijknamige boek uit 2006 van Sayed Kashua, die door Middle East Eye wordt omschreven als ‘een controversiële Palestijnse schrijver’. De Arabische journalist, auteur en scenarioschrijver maakte de zeldzame keuze om in het Hebreeuws te schrijven, omdat hij ‘de taal van de Israëliërs moest spreken om het standpunt van de Palestijnen over te brengen’. Haaretz, het dagblad van Israëlisch links, riep hem uit tot ‘een van de meest invloedrijke Arabische commentatoren van Israël’. Maar in 2014 verliet hij zijn land om zich in de VS te vestigen. Tegen The Guardian zei hij: ‘Toen jonge Joden door de straat begonnen te marcheren, “dood aan Arabieren” riepen en Arabieren aanvielen alleen omdat ze Arabieren waren, wist ik dat ik mijn strijd verloren had.’

    Hij was het zelf die filmmaker Eran Kolirin benaderde, die een Palestijnse cast bij elkaar zocht. Maar deze weigerde te komen opdagen bij de vertoning op het filmfestival van Cannes vorig jaar; ‘de film werd gepresenteerd als Israëlisch’, aldus Middle East EyeIsraëlische Arabieren worden sterk aangemoedigd om hun films aldus te presenteren, zodat ze kunnen profiteren van overheidssubsidies. Kolirin zelf zei verheugd te zijn dat zijn film het debat nieuw leven inblaast. ‘Het label “Israëlische film” slaat nergens op. Noemt Scorsese zijn films soms “Amerikaans”? Je kunt deze film noemen wat je wilt. Als je hem als een Palestijnse film wilt presenteren, zal ik zowel vereerd als dankbaar zijn.’

    De film Let It Be Morning is in mei in de bioscoop te zien. Het boek is niet in het Nederlands vertaald.

    Door Laura Weeda

  • De fotografe die niet te dichtbij wil komen

    De fotografe die niet te dichtbij wil komen

    Judith Joy Ross wordt regelmatig geprezen als ’s werelds grootste levende portretfotograaf. Wat Amerika betreft wellicht, want grootse en levende portretfotografen zijn allang niet meer op één hand te tellen. Dat de sensuele foto’s van Ross ontroerend en soms aangrijpend zijn, staat buiten kijf. Misschien komt dat wel zoals zij zelf tegen The Guardian zei, doordat Ross – zoals elke goeie fotograaf – ziet wat in het dagelijks leven vaak onopgemerkt blijft. Om die momenten vast te leggen, gebruikte zij ‘stiekeme technieken’. Ze deed bijvoorbeeld alsof ze haar camera aan het instellen was en maakte ondertussen de ene na de andere opname. 

    Therapeutisch, noemt zij de toenadering tot vreemden die zij wil en wilde fotograferen. ‘Een marteling’ zelfs. Want hoe benader je iemand in je eigen belang? Wat ze in een handomdraai in iemand ziet, al is het maar voor even, is zo de moeite waard dat het hervinden van dat moment bijna een dwangmatig proces is. Meisjes kijken verlegen en verwachtingsvol in de lens, en roepen de ongemakkelijkheid van de adolescentie op en de lange zomers van vervlogen tijden. 

    ‘Ik ben geïnteresseerd in mensen, maar wil liever niet te dichtbij komen’ 

    ‘Ik ben geïnteresseerd in mensen, maar wil liever niet te dichtbij komen,’ zegt Ross in een interview. Haar werk zit desondanks (of misschien juist daardoor) vol empathie en straalt een diepe verbondenheid uit met het geportretteerde, ongeacht of het bomen, kamers of mensen zijn. Wat ook meewerkt, zegt zij, is het gebruik van de plaatcamera op statief, omdat die ‘zo groot en verdomd mooi is’, en mensen direct ontwapent. Naast de tentoonstelling verscheen een retrospectief boek, Judith Joy Ross: Photographs 1978-2015.

    Judith Joy Ross – Photographs 1978-2015, Le Bal, Parijs, tot 18 september.

  • Ongeboren baby vervult cartooneske hoofdrol

    Ongeboren baby vervult cartooneske hoofdrol

    In de Noorse film Ninjababy van Yngvild Sve Flikke leeft de 23-jarige Rachel er vrolijk op los: feestjes, drank, soms een pilletje en nu en dan een onenightstand. Tot ze ontdekt dat ze al zes maanden zwanger is. Rachel zit allerminst op een kind te wachten en weet trouwens niet eens wie de vader is. Het aanstaande kind doet mee in de film en geeft in cartooneske animaties commentaar op de personages en situaties. Ze zijn ontleend aan de graphic novel Fallteknikk van Inga Sætres, waarop de film ook is gebaseerd.

    Het thema van de film komt Leif Tore Lindø van de Noorse krant Aftenbladet bekend voor, maar wordt naar zijn smaak ‘op een verfrissende manier en met een bitterzoete ondertoon gebracht’. Kristine Kujath Thorp, in de hoofdrol, vindt hij ‘absoluut briljant’. De animaties bezorgen de film volgens Lindø een soort ‘indierocksfeer’, behalve in de dialogen tussen moeder en kind: ‘Dan zijn ze overbodig: het enige minpuntje van deze filmtraktatie.’   

    De ‘heerlijk gekke humor, de vindingrijkheid en de woeste energie’ in Ninjababy doen Jan-Olov Andersson van het Zweedse Aftonbladet denken aan de vroege films van Danny Boyle, zoals Trainspotting (1996) en A Life Less Ordinary (1997). Bovendien werd hij ‘gegrepen door het onverwacht voor de hand liggende einde’. 

    ‘We krijgen een eerlijk inzicht in het leven van een vrouw op zoek naar haar plek in de wereld’

    ‘Door de bijtende humor en de open, losse toon komen de hoofdpersonen volstrekt authentiek over,’ schrijft Sarah Stutte in Kino-Zeit. ‘Daardoor komt het wispelturige en onvolwassen gedrag van de hoofdpersoon prima uit de verf.’ Het is te danken aan het ‘sympathieke, hartverwarmende spel van Thorpe dat we een eerlijk inzicht krijgen in het leven van een vrouw op zoek naar haar plek in de wereld’. 

    David Rooney stelt in The Hollywood Reporter dat de regisseur ‘behendig de clichés over aanstaand moederschap en het vaste recept voor romcoms omzeilt’. Wat werkt in de film is niet zozeer de ‘Look Who’s Talking-achtige gimmick als wel het genot om toe te kijken hoe feilbare personages zich een weg banen door een heikele situatie’.  

    Ninjababy van regisseur Yngvild Sve Flikke draait vanaf 21 april in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

  • Koreaanse roman trekt Hollywoods aandacht

    Koreaanse roman trekt Hollywoods aandacht

    In 2017, toen film- en tv-agent Theresa Kang-Lowe de grootse roman Pachinko las, waarin Min Jin Lee schrijft over vier generaties van een arme Koreaanse familie die naar verschillende plekken emigreert, had ze niet verwacht dat deze de aandacht van Hollywood zou kunnen trekken. Vijf jaar later verschijnt het eerste seizoen van Pachinko – met Kang-Lowe als uitvoerend producent – op Apple TV+. In tegenstelling tot Hollywoods decennialange overtuigingen blijken kijkers gewoon bereid om ‘ondertitels te lezen en verhalen van over de hele wereld te consumeren waarin mensen van kleur centraal staan’, schrijft TIME.

    Pachinko is de tweede roman van Lee, die Koreaans-Amerikaans is en gefascineerd raakte door de strijd van Koreaanse immigranten in Japan in de twintigste eeuw. Hoofdpersoon is Sunja, geboren in de vroege jaren 1900, die stoïcijns het lijden van iedereen om haar heen absorbeert terwijl ze de ene crisis na de andere (de Japanse kolonisatie van Korea, de atoombommen op Japan) doorstaat.

    ‘In dit familieverhaal wordt de rijkheid van proza gecombineerd met de specifieke voordelen van televisie’

    De door TIME benoemde bereidheid van de kijker wordt door de recensies weerspiegeld. IndieWire noemt de serie een ‘liefdevol vervaardigde paradox, die de moeite waard is om je aan over te geven’. Die paradox zit hem erin dat sommige delen van het verleden invoelbaar zijn, bijvoorbeeld waar het aankomt op keuzes van ouders die hun kinderen een beter leven willen geven, terwijl andere delen volstrekt ongrijpbaar blijven. Ook London Evening Standard vindt de bewerking van het boek geslaagd, en noemt de serie even groots als het 490 pagina’s tellende boek, en ‘verrukkelijk in zijn uitvoering’. Rolling Stone prijst de ‘kunstzinnigheid en elegantie’ waarmee het onderwerp wordt behandeld. ‘In dit familieverhaal wordt de rijkheid van proza gecombineerd met de specifieke voordelen van televisie.’

    De auteur werkte uiteindelijk niet mee aan het script van de eerste seizoen, bestaande uit acht afleveringen. En hoewel veel recensenten het boek een van de beste noemen die ze het afgelopen jaar hebben gelezen, zijn de grote wijzigingen die scenarioschrijver en producent Soo Hugh in de opbouw heeft aangebracht voor vrijwel niemand een bezwaar. Dat heeft misschien ook met de tijd te maken: ‘De geografie en de individuele gezichten kunnen veranderen, maar verhalen over ontheemding en vluchtelingenervaringen zijn nooit ver van onze huidige realiteit (…). Oekraïne. Syrië. Guatemala,’ aldus The Hollywood Reporter.

    Pachinko is te zien op AppleTV+. Het boek is in het Nederlands vertaald door Ineke Lenting en Paul van der Lecq en verscheen bij Meulenhoff.

    Door Laura Weeda

  • Beiroet in de gouden jaren zestig

    Beiroet in de gouden jaren zestig

    Beirut and the Golden Sixties: A Manifesto of Fragility onderzoekt een turbulent hoofdstuk in de ontwikkeling van het modernisme in Beiroet, beginnend met de Libanon-crisis van 1958 en eindigend met het uitbreken van de Libanese burgeroorlog in 1975. De tentoonstelling schetst een korte maar rijke periode van artistieke en politieke gisting. Na Libanons onafhankelijkheid van de Franse koloniale overheersing in 1943 werd Beiroet een bestemming voor veel intellectuelen en cultuurbeoefenaars uit het Midden-Oosten en Arabisch-sprekende Noord-Afrika. Beiroet barstte uit zijn voegen van mensen en mogelijkheden, maar ook van ideeën. Maar onder de welvaart en overvloed broedden tegenstellingen uit, die uiteindelijk uitmondden in een vijftien jaar durende burgeroorlog.

    Beirut and the Golden Sixties presenteert een cruciaal moment in de moderne geschiedenis vanuit het gezichtspunt van een voortdurende crisis, en belicht de verstrengeling van vroegere en hedendaagse strijd. De multimedia-installatie van Joana Hadjithomas en Khalil Joreige, die speciaal voor de tentoonstelling werd gecreëerd, werpt een nieuw licht op de transformerende effecten van geweld op kunst en artistieke productie, en op de kracht van poëzie als verzet tegen chaos.

    Beirut and the Golden Sixties: A Manifesto of Fragility, tot 12 juni te zien in Gropius Bau, Berlijn.

  • Ongemakkelijke kunst

    Ongemakkelijke kunst

    In Amsterdam-Noord is een selectie te zien van internationale kunstenaars die de verschillende aspecten van het fenomeen ‘ongemak’ in hun werk onderzoeken, zowel visueel als conceptueel. In hoeverre manifesteert deze gemoedstoestand zich in de beeldende kunst? Wat veroorzaakt hinder of ongerief in het hoofd van de kunstenaar, of zit het ’m juist in de spanning van het materiaal of het object, en hoe wordt dat zichtbaar? 

    Maar net zo goed gaat het over ongemak ten opzichte van de hedendaagse politiek, met technologie of de tijd waarin we leven. De expositie Are You Comfortable? toont kunstwerken van zeven kunstenaars, onder wie Jose Dávila, Melanie Smith, William Kentridge en de Spaanse multidisciplinaire kunstenares Alicia Framis, die mode en architectuur gebruikt om maatschappelijke kwesties aan de orde te stellen.

    Are You Comfortable?, tot 31 juli te zien in Project Space on the Inside, Amsterdam.