Onderwerpen: Literatuur

  • De afscheidsroman van Mario Vargas Llosa

    De afscheidsroman van Mario Vargas Llosa

    Literatuur – In 2023 publiceerde de inmiddels 88-jarige Mario Vargas Llosa zijn naar eigen zeggen laatste roman Le dedico mi silencio, waarvan in januari de Nederlandse vertaling verschijnt. De Nobelprijswinnaar (2010) beschrijft daarin de bewogen geschiedenis van zijn geboorteland Peru aan de hand van inheemse en creoolse volksmuziek. Vargas Llosa doet dat vanuit het perspectief van hoofdpersoon Toño Azpilcueta, een miskend auteur die de kost verdient als muziekrecensent en alsnog zijn naam wil vestigen met een biografie over de onbekende gitarist Lalo Molfino. Daarmee denkt Azpilcueta de oorsprong van de Peruaanse identiteit te achterhalen.   

    Omar Guerrero schrijft in El Hablador dat hij de roman niet los kan zien van ‘het verstrijken van de tijd en de ouderdom. Misschien is dat de reden dat deze roman vol nostalgie en verlangen zit. Hoofdpersoon Azpilcueta is ervan doordrongen en gaat zijn verlangens en ideeën op den duur als een mogelijkheid in plaats van een utopie beschouwen.’  

    ‘Een essay over criolla-muziek als wondermiddel om de verdeeldheid en ongelijkheid in het land op te lossen’

    Volgens Ricardo Baixeras van El Periódico komt die utopische stelling erop neer ‘dat het niet de marxistische krachten zullen zijn die het land verenigen, maar de componisten, zangers van walsen en zeelieden’. Tegelijkertijd constateert Baixeras dat Vargas Llosa in zijn laatste boeken ‘steeds meer is gaan reflecteren en fictie en essay vermengt. Daarbij blijft zijn verhalende ritme intact, net als de soepele dialogen. Hij schrijft onberispelijk nauwkeurig en baseert zich op overweldigend onderzoek.’   

    ‘Een essay over criolla-muziek als magisch wondermiddel om de verdeeldheid en ongelijkheid in het land op te lossen,’ concludeert Domingo Rodenas de Moya in El País. ‘Vargas schreef het niet als eerbetoon aan zijn geliefde muziekgenre maar om te laten zien hoe goedbedoeld idealisme tot bedrog, nederlaag en melancholie kan leiden’. 

    Le dedico mi silencio van Mario Vargas Llosa werd door Mariolein Sabarte Belacortu in het Nederlands vertaald als Ik draag mijn stilte op aan jou en verschijnt half januari bij uitgeverij Meulenhoff.

  • Huckleberry Finn, maar dan anders

    Huckleberry Finn, maar dan anders

    De Amerikaanse schrijver Percival Everett (67), internationaal bekend van zijn romans Erasure (2001) en I Am Not Sidney Poitier (2009), publiceerde dit jaar James, waarin het slavernijverleden prominent aan bod komt. Everett neemt The Adventures of Huckleberry Finn van Mark Twain als ­leidraad, maar vertelt zijn verhaal vanuit het perspectief van de zwarte, van de plantage gevluchte Jim.

    ‘Geen literaire gimmick, maar een prachtige roman’, schrijft Maureen Coorigan voor NPR. ‘Omdat Everett vol humor de absurditeiten van het racisme blootlegt. Waar Twain niet dramatiseert, laat Everett de barbaarsheid van de plantagetijd zien.’ 

    ‘Een liefdesbrief aan het geschreven woord’

    Ron Charles van The Washington Post denkt dat het boek niet op een beter moment had kunnen verschijnen: ‘Precies nu ons land wordt verscheurd door vragen over het in de ban doen van bepaalde boeken en over de juiste manier om onderwijs over de Afro-Amerikaanse geschiedenis te geven.’ 

    ‘Een liefdesbrief aan het geschreven woord’, vindt Garrett Biggs in Chicago Review of Books. Volgens hem speelt Everett subtiel met de Engelse taal: ‘Zo leert Jim zwarte kinderen hoe ze precies de verkeerde, ongrammaticale zinnen moeten gebruiken om hun blanke kwelgeesten in de waan van ­superioriteit te laten.’  

    James, van Percival Everett, werd in het Nederlands vertaald door Peter Bergsma, verscheen bij Atlas Contact en stond op de shortlist van de Booker Prize. 

  • Han Kang stelt wezenlijke vragen over de mensheid

    Han Kang stelt wezenlijke vragen over de mensheid

    Terwijl de naam van de Koreaanse dichter Ko Un regelmatig werd genoemd in verband met de Nobelprijs voor de Literatuur, werd deze uiteindelijk uitgereikt aan auteur Han Kang (1970). ‘Dit is de tweede Nobelprijs voor Korea, na de Nobelprijs voor de Vrede’, somt de Koreaanse nieuwssite Donga Ilbo trots op. ‘Han Kang is (…) de zesde Aziatische schrijver en de eerste Aziatische vrouw die deze onderscheiding ontvangt.’

    ‘Ik kan niets anders doen als ik schrijf. Ik kan niet bewegen. Ik kan niet lopen of eten’

    Kangs poëtische schrijfstijl richt zich intens op de hoofdpersoon, die vaak een slachtoffer is, kenschetst de Koreaanse krant Hankyoreh. In een interview zegt de auteur: ‘Ik kan niets anders doen als ik schrijf. Ik kan niet bewegen. Ik kan niet lopen of eten. Niets is belangrijker dan het schrijven en de woorden die op papier verschijnen (…) Een andere manier is er niet.’

    De impact van de Gwangju-democratiseringsbeweging in mei 1980, waarbij demonstranten in opstand kwamen tegen het militaire regime van Chun Doo-hwan, vormt een centraal thema in Kangs werk, schrijft de krant Joongang. Toen haar vader haar toen ze dertien was een fotoalbum toonde met afbeeldingen van de slachtoffers, vormde dat voor Kang aanleiding tot ‘fundamentele vragen over de mensheid’, wat resulteerde in haar roman De Vegetariër, die de International Booker Prize won.  

    In het Nederlands verschijnt Kangs werk bij Nijgh en Van Ditmar, in vertalingen van Monique Eggermont (via het Engels) en Mattho Mandersloot (uit het Koreaans).

  • Het bezoedelde imago van Bill Gates

    Het bezoedelde imago van Bill Gates

    Na eerdere boeken over Bill Gates komt nu ook Anupreeta Das, financieel redacteur van The New York Times, met een biografie over de tech-miljardair: Billionaire, Nerd, Saviour, King. Charlie English schrijft in The Guardian dat het boek weinig toevoegt aan wat we al weten over de ondernemer en filantroop: ‘Das heeft geen nieuwe smoking gun gevonden over wat Gates heeft gedaan. De titel van het voorlaatste hoofdstuk, ‘Cancel Bill’, zegt genoeg, stelt English: ‘Zo voelt het hele boek: een oproep aan de publieke opinie om Gates af te schrijven. Vooralsnog, en in vergelijking met wat andere Amerikaanse miljardairs doen en waarmee ze wegkomen, lijkt dat een beetje oneerlijk.’

    ‘Das heeft geen nieuwe smoking gun gevonden over wat Gates heeft gedaan’

    Richard Wateren van Financial Times vindt dat Gates’ ‘gecreëerde publieke imago van wereldwijde ziener en weldoener is bezoedeld door zijn contacten met zedendelinquent Jeffrey Epstein, de affaire met een Microsoft-medewerkster en de scheiding van zijn vrouw Melinda’. Dat rechtvaardigt volgens hem een nieuwe biografie ‘waarin de focus ligt op de impact van zijn filantropische werk. Das neemt daarin een genuanceerd standpunt in.’  

    Billionaire, Nerd, Saviour, King – Bill Gates and His Quest to Shape Our World van Anupreeta Das werd in augustus uitgebracht door Avid Reader Press, en is (nog) niet vertaald in het Nederlands.

  • De tweede van Brodesser-Akner is nóg beter

    De tweede van Brodesser-Akner is nóg beter

    ‘Laten we dit maar meteen duidelijk maken: de titel van Taffy Brodesser-Akners nieuwe roman, Long Island Compromise, verwijst naar anale seks. Dat zegt iets over de subtiliteit van het verhaal’, schrijft Ron Charles in The Washington Post. ‘Niet dat iemand zich tot Brodesser-Akner wendt voor subtiliteit. Haar vorige roman (…) was een oogverblindende explosie van komische genialiteit die bewees dat de New York Times-schrijver nog buitensporiger boeiend kon zijn als ze haar eigen personages verzon.’ Dit ‘intelligente en uiterst boeiende debuut’ (The Guardian), Fleishman Is in Trouble, was een internationale hit en werd bovendien tot Disney+-serie verwerkt. 

    ‘Dit is haar Big American Reform Jewish Novel’

    Ook de Britse krant noemt de ‘zelfbewuste verteller die onze aandacht opeist’ als belangrijk kenmerk van deze tweede roman, waarbij de eerste zin van het boek meteen de toon legt: ‘Wil je een verhaal horen met een vreselijk einde?’ Tweede boeken kunnen natuurlijk fataal zijn, benoemt onder andere Sloane Crosley van The New York Times, maar ‘Ik zal nieuwsgierige lezers de spanning besparen en de (…) vraag beantwoorden: is dit boek net zo goed? Het is beter. Dit is haar Big American Reform Jewish Novel. Dit keer doet het minder denken aan Roth (Philip of Henry) en meer aan Franzen (Jonathan)’. Apple TV+ heeft de rechten al gekocht.

    Long Island Compromis verscheen 30 augustus bij Prometheus in een vertaling van Petra van Eerden en Frank Lekens.

  • Intieme ode aan het leven van de boer

    Intieme ode aan het leven van de boer

    Zeker duizend jaar lang vormden boeren overal ter wereld de grootste beroepsgroep. Tegenwoordig is nog maar een paar procent van de beroepsbevolking actief in de landbouw. Vanuit dat perspectief schreef Patrick Joyce, emeritus hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, met zijn boek Remembering Peasants: A Personal History of a Vanished World ‘een klaagzang over de boer en zijn kenmerkende manier van leven’, stelt Jonathan Sumption in The Spectator. ‘Geen geschiedenisboek, maar een ode aan en een daad van verering van Joyce’ boerenfamilie op het Ierse platteland.’ 

    Het is ‘een lofzang op een levenswijze en een manier om de wereld te begrijpen’

    Fintan O’Toole noemt het in The New York Times een ‘prachtig geschreven’ boek: ‘Een ontroerende en gevoelige overpeinzing over het historische lot van deze “aardgebonden” mensen.’ Tegelijkertijd is het volgens O’Toole ‘een lofzang op een levenswijze en een manier om de wereld te begrijpen’.

    Volgens Peter Mandler in History Today schetst Joyce ‘een levendig beeld’ van het boerenleven en laat hij de ‘dunne scheidslijnen zien tussen natuur, het bovennatuurlijke en religie in het plattelandsleven. Onder het oppervlak sluimert altijd woede, die uitbreekt in geweld tegen landeigenaren, de staat of stedelijke elites.’  

    Boerencultuur: Hoe het platteland verdwijnt uit onze herinnering, uit het Engels vertaald door Rob Kuitenbrouwer en Frank Lekens, verscheen begin juni bij De Arbeiderspers

  • Colm Tóibín keert terug met Long Island

    Colm Tóibín keert terug met Long Island

    De Ierse schrijver Colm Tóibín verwierf wereldfaam met zijn geromantiseerde biografieën over Thomas Mann (De Tovenaar) en Henry James (De Meester). Met Long Island schreef hij het vervolg op zijn lovend ontvangen en verfilmde roman Brooklyn uit 2009. 

    Daarmee keert Tóibín volgens Ellen Akins in LA Times terug naar het andere genre waarmee hij succesvol is: ‘de bedrieglijk eenvoudige vertelling van gewone levens’. Lezing van het eerste boek is geen voorwaarde om van het tweede te genieten, schrijft Akins. ‘Maar als je vertrouwd bent met de personages, scènes en complicaties, grijpt het verhaal je wel meer aan.’ Het draait om roddel en geheimhouding in een Iers dorpje waar hoofdpersoon Eilis terugkeert nadat haar leven in New York een dramatische wending heeft genomen: ‘De hoofdpersonen doen hun uiterste best om vooral niets te zeggen, uit angst om het evenwicht in de gemeenschap te verstoren. Maar ook niets zeggen kan grote gevolgen hebben en Tóibín laat dat op meesterlijke wijze zien.’ 

    ‘Een verpletterende roman van een van ’s werelds beste nog levende schrijvers’

    ‘Een verpletterende roman van een van ’s werelds beste nog levende schrijvers,’ vindt Joan Frank in The Boston Globe. Ze denkt dat Tóibíns kracht ligt in ‘zijn zuinigheid en gedistilleerde precisie, opgediend in stabiel en rustig taalgebruik, waardoor de impact van elke scène alleen maar sterker wordt’.

    In Columbia Magazine schrijft Rebecca Shapiro dat Tóibín ‘schittert zodra hij de innerlijke wereld van hoofdpersoon Eilis weergeeft. Hij schrijft prachtig over de strijd tussen de troost van wat vertrouwd is en de hoop op iets beters.’ Volgens Shapiro gaat het verhaal net zo goed over plekken als over mensen: ‘Wat maakt dat je je ergens thuis voelt? En hoe vind je je weg tussen twee werelden?’

    Long Island van Colm Tóibín, uit het Engels vertaald door Nadia Ramer, is half mei verschenen bij uitgeverij De Geus.

  • Salman Rushdies reis van overleving en kracht

    Salman Rushdies reis van overleving en kracht

    ‘Om een indruk te geven van deze gruwel’ heeft Alice in 24HeuresduLivre een sonnet van Shakespeare afgedrukt: ‘Rushdie schrijft dat de 27 seconden die de steekpartij duurden, lang genoeg zijn om het voor te dragen.’ De criticus vindt dat hij door zijn ontmoeting, verkering en huwelijk met de dertig jaar jongere Amerikaanse dichter en romanschrijfster Rachel Eliza Griffith te beschrijven ‘dynamiek toevoegt aan dit openhartige en aangrijpende relaas’.

    ‘Een hartverscheurend maar ongelooflijk opbeurend boek’

    Volgens de recensent van West Observer nodigt Rushdie de lezer uit om ‘zijn reis van overleving, genezing en de blijvende kracht van de menselijke geest mee te maken. De manier waarop hij ruimte vindt voor humor en vergeving getuigt van een niet-aflatende mentale kracht.’ Ook Dwight Garner roemt in The New York Times Rushdies gevoel voor humor: van de schrik dat zijn mooie Ralph Lauren-pak onder het bloed kwam te zitten tot zijn vreugde over 27 kilo gewichtsverlies, ‘al zou hij niemand deze afslankingskuur aanbevelen’. Wel moest Garner bijkomen van de ‘scherpe twist’ tegen het einde van Knife. In plaats van een gesprek met zijn aanvaller koos Rushdie voor een fictief interview: ‘Daarin gaat het over radicalisering, meedogenloosheid en de kortzichtige overtuiging dat je strijdt voor een rechtvaardige zaak.’ Het deed hem denken aan de woorden van Charb, de bij de terroristische aanslag in 2015 vermoorde hoofdredacteur van Charlie Hebdo: ‘Als we mensen gaan respecteren die ons niet respecteren, kunnen we de tent net zo goed sluiten.’

    ‘Een hartverscheurend maar ongelooflijk opbeurend boek’, vindt de recensent van het Indiase Literature Today. ‘Rushdie biedt een diepgaande meditatie over de fijne kneepjes van het bestaan en de veerkracht om de donkerste periodes te overleven. Een meesterwerk waarin de tijdloze kracht van literatuur wordt onthuld.’  

    Salman Rushdie, Mes. Gedachten na een poging tot moordvertaald uit het Engels door Karina van Santen en Martine Vosmaer, uitgeverij Pluim. 

  • Een lockdownroman met een sterrencast

    Een lockdownroman met een sterrencast

    Tijdens de eerste lockdown van de covidpandemie verzamelden New Yorkse flatgenoten zich ’s avonds op het dak om hun steun aan hulpverleners te betuigen door op potten en pannen te slaan. Later begonnen ze elkaar verhalen te vertellen waarin ze ook iets over zichzelf moesten prijsgeven. Dit gegeven vormde het uitgangspunt voor het boek Veertien dagen. Zesendertig schrijvers leverden een bijdrage, onder wie Margaret Atwood en Preston Douglas, die gezamenlijk de redactie voerden.  

    Het boek doet Alex Clark in The Guardian denken aan de Decamerone van Boccaccio en aan ‘de grote roman over het leven in een appartement: Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec’. Volgens Clark keren in elk verhaal van Veertien dagen ‘het meedogenloze verdriet en de onzekerheid van begin 2020 terug. Spookverhalen wedijveren met verhalen over verloren liefde, ruige hondenverhalen met het alledaagse, zwarte humor met het zoete en sentimentele. Het eindresultaat is een immens plezierig product van een immens onplezierige tijd.’ 

    ‘Kwesties als immigratie, racisme, politiegeweld en PTSS komen allemaal aan bod in deze monologen,’ staat te lezen op de site 24heuresdulivre. ‘Dankzij Atwood en Preston komt de lezer niet in de verleiding om telkens te kijken wie welk hoofdstuk heeft geschreven.’ De criticus concludeert dat ‘de naden misschien glad zijn, maar dat het wel een gekke lappendeken heeft opgeleverd’. 

    Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.

    Ook Rob Merrill van The Washington Post houdt het op ‘een allegaartje, zoals te verwachten met drie dozijn schrijvers’. Wat ze gemeen hebben, is dat ze proberen ‘het zinloze te begrijpen en orde te scheppen in de wanorde. Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.’ 

    In The Scotsman geeft Stuart Kelly aan dat hij het lezen van Veertien dagen als een spelletje beleefde: ‘Wie schreef wat? Nou, probeer dan maar eens het verschil tussen Dave Eggers en John Grisham uit te leggen.’ Meer algemeen heeft hij er veel plezier aan beleefd: ‘Al zit het er dik in dat geen enkele lezer van elk verhaal zal genieten.’ 

    Fourteen Days, onder redactie van Margaret Atwood en Douglas Preston, vertaald door Liedwien Biekmann als Veertien dagen, verscheen in februari bij De Arbeiderspers. 

    Door Diederik Samwel 

  • Postume erkenning voor Shi Tiesheng

    Postume erkenning voor Shi Tiesheng

    ‘Mijn beroep is ziek zijn, mijn hobby is schrijven’, zou de Chinese auteur Shi Tiesheng (1951-2010) hebben gezegd. Op 21-jarige leeftijd raakte hij verlamd tijdens een ongeluk op het platteland van de Chinese provincie Shaanxi, en hij kreeg bovendien al vroeg last van nierfalen. Volgens Helen Deng, in een necrologie op Shenzhen Daily, is dit mogelijk een van de redenen dat zijn werk zo invloedrijk was: ‘Omdat hij lichamelijk beperkt was en bijna dagelijks met de dreiging van de dood werd geconfronteerd, was zijn perceptie van de wereld zeer spiritueel en zijn kijk op het leven helderder dan die van de meeste gezonde mensen.’

    Anders dan andere Chinese schrijvers uit zijn tijd zou hij niet bezig zijn geweest met lucratief schrijven; zijn boeken zijn ‘het resultaat van lang en diep nadenken’.  Toch kreeg hij volgens velen niet de erkenning die hij verdiende. In een artikel van China Daily wordt ‘Ik en de tempel van de aarde’ (銌与礜坛) uitgeroepen tot een van de beste Chinese essays van de twintigste eeuw. Zijn Notities van een theoreticus (务虚笔记), dat in 1996 uitkwam, werd in een ander China Daily-artikel ‘vergelijkbaar met, maar beter dan Zielenberg (▲秺舝◎, 1989) van Nobelprijswinnaar Gao Xingjian’ genoemd en uitgeroepen tot ‘vergeten klassieker’.  Op 59-jarige leeftijd vond Tiesheng als gevolg van zijn ziekten de dood. ‘Je hoeft de dood niet tegemoet te rennen. De dood is iets wat je niet zult missen, een vakantie die vroeg of laat begint’, citeert Deng.  

  • Claudel legt gebreken van moderne tijd bloot

    Claudel legt gebreken van moderne tijd bloot

    Crépuscule, de nieuwe roman van de Franse schrijver Philippe Claudel, speelt zich af aan het begin van de vorige eeuw. In een Midden-Europees dorp vinden twee kinderen het ondergesneeuwde lijk van de priester. Binnen de kortste keren worden moslims verdacht. Daarop breekt een bloedige godsdienstoorlog uit, waarbij de autoriteiten angstvallig aan de kant blijven staan. 

    Sylvain Sarrazin van La Presse is er nog niet uit of hij ‘een politieke fabel, een sociale roman of een thriller’ heeft gelezen. Voor de criticus staat wel vast dat Claudel een metafoor voor ogen had waarmee hij ‘de tekortkomingen van de moderne tijd wilde blootleggen’. Dat blijkt ook uit het feit dat Claudel er bijna tien jaar aan heeft gewerkt, meent Sarrazin: ‘Zo kon hij recente politieke en sociale omwentelingen, demagogen met flexibele opvattingen over de waarheid en de #MeToo-discussie erin verwerken.’ 

    De meest geslaagde pagina’s laten de lezer achter met de smaak van as

    In Le Nouvel Observateur noemt Elisabeth Philippe het een ‘niet erg verlichte roman’ die haar doet denken aan het werk van Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk. ‘Ook hier een onbestemde locatie waarin de auteur racisme en islamofobie aan de kaak kan stellen.’ Claudel moet volgens haar wel oppassen dat hij zijn hand niet overspeelt: ‘Dat een van de hoofdpersonen zwaar is geobsedeerd door perverse seksuele fantasieën, levert nogal gênante taferelen op. Dat ondermijnt de parabool. De meest geslaagde pagina’s laten de lezer achter met de smaak van as.’ 

    ‘Een zure roman over de eeuwige terugkeer van het kwaad,’ vindt Jean-Claude Raspien­geas in La Croix. ‘Een wreed verhaal over de absolute duisternis van de menselijke natuur.’ Volgens de recensent ‘struint de scherpe portrettist Claudel als vanouds rond over zijn favoriete terrein: dat van gekwelde zielen die in een verwaarloosd land zijn overgeleverd aan impulsen, passies en problemen. Tot dusver zijn donkerste en meest ambitieuze boek.’    

    Volgens Christian Desmeules van Le Devoir heeft Claudel met Crépuscule ‘opnieuw een boeiend universum gecreëerd in een tijdperk waarin de wereld eenvoudiger én complexer was. Zo slaagt hij erin te resoneren naar ons huidige tijdsgewricht dat wordt gedomineerd door verzengende passies, snelle meningen en subtiele manipulaties.’   

    Crépuscule van Philippe Claudel, door Manik Sarkar vertaald als Schemering, verscheen half september bij De Bezige Bij  

    Door Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van oktober

    De beste non-fictie van oktober

    De opkomst en heerschappij van de zoogdieren – Steve Brusatte

    Paleontoloog Brusatte vertelt met aanstekelijk enthousiasme over het leven van de zoogdieren, dat nog verder teruggaat dan dat van de dinosauriërs. Speurwerk leidde tot verrassende ontdekkingen. Dit is het verhaal van hun – en onze – oorsprong.


    Vita contemplativa – Byung-Chul Han

    De Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han brengt een ode aan het nietsdoen, een inspirerend alternatief voor het Vita activa van Hannah Arendt. Inactiviteit is volgens Han namelijk geen ontkenning, geen weigering, niet louter de afwezigheid van activiteit, maar een onafhankelijk vermogen.


    Japanse mythen – Joshua Frydman

    Mythologie is een levend onderdeel van de Japanse samenleving. Japanse mythen vertelt niet alleen de oude verhalen opnieuw, maar beschouwt ook hun plaats binnen religie, cultuur en geschiedenis, zodat de lezer de diepe banden tussen heden en verleden in Japan kan begrijpen.


    De Holocaust – Dan Stone

    Dan Stone, hoogleraar moderne geschiedenis en directeur van het Holocaust Research Institute, schrijft over onder meer het gebrek aan bereidheid om onder ogen te zien dat de Holocaust niet had kunnen plaatsvinden zonder de hulp van talrijke actoren die niet gelieerd waren aan het naziregime.


    Power – Kemi Nekvapil

    Kemi Nekvapil laat andere vrouwen zien hoe ook zij hun leven kunnen veranderen door baas te worden over hun eigen verhaal. Daarnaast breekt ze traditionele machtsparadigma’s af, onderzoekt ze waarom vrouwen zo gemakkelijk macht weggeven en laat ze zien hoe kracht valt terug te winnen.

  • De beste non-fictie van september

    De beste non-fictie van september

    De perfectieparadox – Thomas Curran

    Thomas Curran onderzoekt de negatieve effecten van perfectionisme op onze gezondheid en ons mentale welzijn en toont aan hoe perfectionisme in alle facetten van ons leven opduikt, van onderwijs tot de arbeidsmarkt en van ouderschap tot sociale media.


    Huid – Sergio Del Molino

    Op basis van onze huid delen we elkaar in op kleur, leeftijd, sociale klasse, gezondheid en geschiktheid als bedpartner. Het is onze huid die ons met anderen verbindt, maar ons ook van anderen scheidt. En als onze huid ziek is, vormt hij een bron van schaamte en pijn.


    Alledaags Utopia – Kristen Ghodsee

    De zoektocht naar andere manieren om huishouden, opvoeding, relaties, familie, wonen en bezit te organiseren, zullen we buiten de lijntjes van het alledaagse moeten kleuren. De utopische feministische visies uit het verleden kunnen ons daarbij helpen en inspireren.


    Denken in systemen – Donella Meadows

    De problemen van onze tijd, zoals ziekte, oorlog, armoede en het klimaat, zijn in essentie systeemfouten. Ze kunnen niet opgelost worden door aan één geïsoleerd knopje te draaien, omdat de effecten op het geheel voor ons niet te overzien zijn. Denken vanuit het grotere systeem biedt een uitweg.


    De eenzaamheid van moed – Roberto Saviano

    In dit meeslepende boek reconstrueert Roberto Saviano op basis van een enorm aantal bronnen, procesverslagen en gesprekken met betrokkenen het historische proces tegen de maffia en de jarenlange strijd van onderzoeksrechter Falcone tegen Totò Riina en de Italiaanse onderwereld.

  • Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Magisch-realistische satire over Sri Lanka

    Sri Lanka, midden jaren tachtig. De jonge, heimelijk homoseksuele oorlogsfotograaf Maali Almeida komt zichzelf tegen in het hiernamaals. Hij heeft geen flauw idee hoe hij aan zijn einde is gekomen. Hebben ze hem vermoord in de burgeroorlog? Net als in het dagelijks leven in Colombo stuit Almeida op een muur van bureaucratie. Dan krijgt hij met terugwerkende kracht zeven manen de tijd om zijn geliefden te vinden en aan de hand van zijn foto’s een nationaal schandaal te onthullen.

    Zo begint The Seven Moons of Maali Almeida van Shehan Karunatilaka. De Sri Lankaanse auteur won er vorig jaar de Booker Prize mee en trad daarmee in de voetsporen van de in Sri Lanka geboren Canadees Michael Ondaatje, die de prijs in 1992 won met The English Patient.

    Ranjan Hulugalle schrijft in Lanka Business Online dat de lezer in deze roman ‘geen flatteus beeld’ krijgt van Sri Lanka. ‘Of het nu gaat om de cultuur, de bloedige politieke strijd van de Tamiltijgers of de complexe beleving van seksualiteit. Dat geeft aanvankelijk een ongemakkelijk gevoel, maar wie doorleest ontdekt dat die ongepolijste waarheid tot verrassende inzichten leidt.’

    ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties’

    Recensent Tomiwa Owolade van The Guardian vergelijkt ‘deze magisch-realistische roman’ met het werk van Salman Rushdie en Gabriel García Márquez, en tegelijkertijd met het surrealisme van Nikolaj Gogol en Michail Boelgakov. ‘Het boek zit vol levendige en schokkende vergelijkingen en absurde situaties, maar de auteur vermengt het met zo veel soms sardonische humor en consideratie dat je als lezer voortdurend alert blijft.’

    Volgens Helen Elliott van The Sydney Morning Herald houdt Karunatilaka’s roman het midden tussen een ‘moordmysterie en politieke, sociaal-maatschappelijke satire’. Ook Elliott ontwaart een duidelijke parallel met een beroemde schrijver: Kurt Vonnegut. ‘Die wist door de werkelijkheid te overdrijven chaos te creëren om zo zijn punt te maken. Karunatilaka doet hetzelfde.’

    Ron Charles begrijpt wel dat de meeste uitgevers hun vingers aanvankelijk niet wilden branden aan een ‘manuscript met zo’n absurd gegeven en zo veel complexe context’, schrijft hij in The Washington Post. Maar Karunatilaka lost dat op met een ‘satirische begrippenlijst’ aan het begin van zijn verhaal: ‘Tamiltijgers: bereid burgers af te slachten voor het goede doel.’ Of: ‘Indian Peace Keeping Force, gestuurd door onze buren om de vrede te bewaren. Branden desnoods een paar dorpen plat om hun missie te volbrengen.’

    Shehan Karunatilaka’s roman is door Robert Neugarten in het Nederlands vertaald als De zeven manen van Maali Almeida en begin maart verschenen bij Spectrum Boeken.

    Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van april

    De beste non-fictie van april

    De onderwerping – Philip Blom

    Deze universele geschiedenis van de mens en zijn omgeving vertelt het verhaal van de onderwerping van de natuur, waarvan de negatieve gevolgen steeds duidelijker zichtbaar worden. Alleen als de mensheid zich kan ontdoen van het waanidee dat ze boven de natuur staat, heeft ze een kans van overleven.


    De vergeten dagboeken – Nina Siegal

    Toen Nina Siegal, opgegroeid in de VS, naar Nederland verhuisde, begon haar zoektocht naar het verleden van haar familie. Aan de hand van de dagboeken van drie Joden, twee nazisympathisanten, een verzetsstrijder en een fabrieksarbeider brengt ze de Tweede Wereldoorlog dichterbij dan ooit.


    Europa – Timothy Garton Ash

    Een persoonlijke geschiedenis van een periode van ongekende vooruitgang, en een heldere getuigenis van wat er is misgegaan: van de financiële crisis van 2008 tot de oorlog in Oekraïne. Alles wat we hebben bereikt, staat nu op het spel. Garton Ash roept ons op om wat we hebben bereikt te verdedigen.


    Manieren van zijn – James Bridle

    Wat kunnen we leren van andere vormen van intelligentie en identiteit, zoals dieren, planten en natuurlijke systemen? Vooral nu we ermee worden geconfronteerd hoe wij met onze nieuwe technologieën het uitsterven van andere intelligenties dreigen te veroorzaken, en daarmee uiteindelijk ook het onze.


    De droom van Odysseus – José Enrique Ruiz-Domènec

    Dit ambitieuze boek neemt ons mee op een culturele reis over de Middellandse Zee. Van de Trojaanse Oorlog tot de dood van Socrates, van Rome tot Karel de Grote, van Marco Polo tot De goddelijke komedie, en van vluchtelingen die op bootjes de oversteek wagen tot het steeds verder oprukkende toerisme.