Onderwerpen: Literatuur

  • Jáchym Topol is back

    Jáchym Topol is back

    Na zijn gymnasiumopleiding mocht Jáchym Topol, in 1962 geboren in Praag, niet naar de universiteit vanwege de dissidente activiteiten van zijn vader Josef Topol, die toneelschrijver en dichter was en vertaler van onder andere Shakespeare. Topol jr. had verschillende baantjes, zoals bouwvakker en kolenbezorger, en zat verschillende malen in de gevangenis. Maar al snel belandde hij in de schrijverswereld en groeide hij uit tot een van de grootste namen van de Tsjechische literatuur.

    The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’ 

    Uitgeverij Voetnoot bracht twee van zijn verhalen opnieuw uit: Supermarkt van sovjethelden en Een trip naar het station, in een vertaling van Edgar de Bruin. Het laatstgenoemde is volgens literatuursite Czechlit, ondanks de jonge leeftijd waarop Topol het schreef, ‘een soevereine, stilistisch buitengewone tekst, die tot het meest geslaagde werk van de auteur behoort’. Het bevat bovendien belangrijke kenmerken uit zijn oeuvre: ‘De nerveuze sfeer van het Praag uit die tijd, een nerveuze held, een nerveus verhaal en nerveuze taal: deze ingrediënten sieren het vroege proza van Jáchym Topol.’

    In het eerste verhaal zijn de helden vier mannen van middelbare leeftijd: twee schrijvers, een journalist en een uitgever, die door Polen en Slowakije reizen, op zoek naar Andrzej Stasiuk (een beroemde Poolse auteur die onder andere veel reisliteratuur schreef) en naar de ‘sporen van de heldendaden van de mannen en vrouwen van het leger van generaal Svoboda’. Topol maakte enkele jaren daarvoor dezelfde reis met drie maten. Hoewel de auteur het genre zelf omschreef als een ‘poging tot een kroniek’, hebben we hier volgens Czechlit eerder te maken met een uitzinnige reportage. The Guardian dicht de auteur veel humor toe, ‘zo stroperig zwart dat je er bijna in stikt’. 

    Jáchym Topol, Supermarkt van sovjethelden/Een trip naar het station, verscheen in een vertaling van Edgar de Bruin bij uitgeverij Voetnoot.

    Door Laura Weeda

  • De beste non-fictie van maart

    De beste non-fictie van maart

    Emotionele intelligentie – Daniel Goleman 

    Daniel Goleman laat ons kennismaken met het voelende deel van ons brein, dat zorgt voor zelfkennis, zelfbeheersing, geestdrift en het vermogen eigen emoties te herkennen en onszelf te motiveren. Emotionele vaardigheden zijn van doorslaggevend belang voor succes in werk en relaties.


    8 regels van de liefde – Jay Shetty 

    Op basis van oude wijsheden en de nieuwste wetenschappelijke inzichten laat Shetty zien welke regels de liefde volgt. Liefde is namelijk geen ingewikkeld concept of een verzameling van clichés, maar een vaardigheid die je aan de hand van praktische stappen kunt ontwikkelen.


    Het liefdesbegrip bij Augustinus – Hannah Arendt

    Dit proefschrift is een kritische bezinning op de wijze waarop Augustinus de liefde doordenkt en doorleeft, van de bedrieglijke amor mundi naar de onbedrieglijke amor dei, de liefde tot God, tot de poging die laatste in de naastenliefde te integreren in de wereld. 


    De geopolitieke tragedie – Robert D. Kaplan

    Kaplan onderzoekt aan de hand van het werk van de oude Grieken, Shakespeare, Duitse filosofen en moderne tragedieschrijvers hoe de menselijke drama’s, conflicten en dilemma’s die zij uitdiepten weerklinken in de internationale politiek. Wijze lessen voor de hedendaagse wereldpolitiek.


    Zo verzet je je tegen een dictator – Maria Ressa

    Hoe de democratie wereldwijd langzaam ten onder gaat en hoe sociale media een serieuze bedreiging vormen voor onze vrijheid. Betoogd vanuit de frontlinie van de digitale oorlog, is dit een dringende oproep aan ons allemaal om op te staan en actie te ondernemen.

  • De beste non-fictie van februari

    De beste non-fictie van februari

    Alleen – Daniel Schreiber 

    Nog nooit hebben zo veel mensen alleen geleefd, en niet eerder werd het zo duidelijk hoe wreed zelfverkozen vrijheid kan omslaan in eenzaamheid. Is het mogelijk om alleen gelukkig te zijn? Hoe kan het dat in onze individualistische samenleving zo veel mensen zich schamen om alleen te leven? 


    De adel en de nazi’s – Stephan Malinowski 

    De Duitse keizersfamilie Hohenzollern raakte al haar landerijen, kastelen en kunst kwijt in de Tweede Wereldoorlog. Met rechtszaken, intimidatie en manipulatie proberen ze nog steeds hun verloren eigendommen terug te krijgen. Alles draait om de vraag: waren de Hohenzollerns goed of fout?


    Reserve – Prins Harry

    Bij de dood van prinses Diana vroegen veel mensen zich af hoe de levens van William en Harry zich zouden ontwikkelen. Dat is nu te lezen in het niets-ontziende Reserve een grensverleggend boek vol inzichten, onthullingen en zwaarbevochten wijsheid over hoe liefde het uiteindelijk wint van verdriet. 


    Gerechtigheid voor dieren – Martha C. Nussbaum 

    Of het nu gaat over de gruwelijke mishandeling in de vleesindustrie, de jacht, de vernietiging van de natuurlijke omgeving of de verwaarlozing van huisdieren: de positie van dieren vraagt dringend om een wereldwijd ethisch reveil, om een bewustzijnsverandering van internationale proporties. 


    De butler van de wereld – Oliver Bullough 

    Van miljoenen aan steekpenningen van Russische oligarchen tot het cultiveren van Gibraltar als offshore-gokparadijs: hoe heeft Groot-Brittannië ooit kunnen uitgroeien van internationale supermacht tot de bediende van ’s werelds rijkste en meest corrupte mannen?

  • Schlink plaatst neonazisme in historisch perspectief  

    Schlink plaatst neonazisme in historisch perspectief  

    Na de dood van zijn vrouw Birgit stuit boekhandelaar Kaspar op het manuscript van haar autobiografische roman. Zo komt hij tot de ontdekking dat ze kort voor hun huwelijk in de jaren zestig een dochter op de wereld heeft gezet die is achtergebleven in het voormalige Oost-Duitsland. Kaspar weet de familie op te sporen en zet vervolgens alles in het werk om de veertienjarige kleindochter Sigrun te ontdoen van het extreem nationalistische gedachtegoed waarmee ze is geïndoctrineerd. 

    Op de NDR-site stelt Annemarie Stoltenberg dat Schlink het verhaal ‘niet alleen tegen de achtergrond van historische gebeurtenissen presenteert, maar tegelijkertijd zorgvuldig probeert te achterhalen wat de politieke systemen met de ziel van de burgers hebben gedaan.’ 

    Volgens Peter Mohr in Kulturmagazin vertelt Schlink zijn verhaal ‘met verve, heeft hij voorbeeldige research verricht en zijn de beschrijvingen van het radicaal-rechtse milieu volledig authentiek.’ Niettemin vergelijkt Mohr de missie van hoofdpersoon Kaspar met ‘een oefening op de evenwichtsbalk van een oudere turnster. Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen.’  

    ‘Schlinks poging is goed bedoeld, maar doet pijn bij het lezen’

    Ook Dorothea Westphal van Deutschlandfunk heeft een ambivalent gevoel over de roman. Ze vindt dat Schlink helder inzicht biedt in de extreemrechtse gemeenschap en goed laat zien hoe lastig het is om te vechten tegen een hardnekkige ideologie. ‘Daar staat tegenover dat de gesprekken tussen beide hoofdpersonen houterig verlopen, waardoor de hoofdpersonages niet geloofwaardig overkomen.’

    In de Süddeutsche Zeitung mist Christian Mayer het evenwicht bij de sleutelfiguren: ‘De auteur ontpopt zich als een romanticus van de oude stempel. Tegen beter weten in hoopt hij mensen tot inkeer te brengen, zodra ze daartoe de kans krijgen.’

    Terwijl Hans-Rüdi Kugler zich in het Zwitserse Tagblatt afvraagt hoe ver Schlink kan gaan met deze geëngageerde literatuur. ‘Met hoeveel goede bedoelingen hij de opkomst van rechts-extremistische groeperingen uit de geschiedenis ook probeert te verklaren, ondanks zijn verhalende elegantie lijkt dit boek meer een casestudy voor maatschappelijk werkers.’

    Die Enkelin van Bernard Schlink, door Marcel Misset uit het Duits vertaald als De kleindochter, verscheen begin december bij uitgeverij Cossee.

    Door Diederik Samwel

  • Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    Dagermans tijdloze waarschuwing tegen radicalisering

    De schrijver Stig Dagerman waarschuwde in 1948 al voor radicalisering in zijn roman Bränt barn. Het boek wordt deze maand opnieuw uitgegeven. In tijden van polarisatie een absolute must-read.

    Stig Dagerman heeft ‘kunst in zijn vingers’, citeert Sweden Posts English de Zweedse journalist Ivar Harrie over Dagermans roman Bränt barn uit 1948. ‘Hij breekt los van de experimentele mogelijkheden van literaire techniek.’ De Zweedse auteur Sven Stolpe noemde het uitzonderlijk om een boek te schrijven dat tegelijk zo ontroerend en zo bedachtzaam is. Het meest onvergetelijk noemt hij ‘de stevige greep van de auteur op zijn jonge held’, die met enige afstandelijkheid wordt benoemd als ‘de zoon’. Deze jonge held, de twintigjarige Bengt, schrijft na de dood van zijn moeder brieven aan zichzelf, die, zoals zij voorspeld had, moeten helpen tegen zijn verdriet. Maar al snel ziet de lezer hoe zijn woede en onmacht alleen maar toenemen, helemaal als hij erachter komt dat zijn drankzuchtige vader een nieuwe vriendin heeft. ‘Het wordt duidelijk dat er een vreselijke afrekening in het verschiet ligt; de enige vraag is tot welke specifieke puinhoop die zal leiden,’ schrijft John Self in The Guardian

    Als Dagerman de roman schrijft, is hij zelf ook nog jong, wat volgens Self tot uiting komt in ‘een overdaad aan emoties en details, cynisme dat grenst aan nihilisme’. Maar in dit geval werken deze kenmerken in zijn voordeel, aldus de Britse recensent, die in de roman een tijdloze waarschuwing ziet tegen radicalisering. De Zweedse auteur Viveka Heyman, die overigens bekendstond vanwege haar felle recensies, zag in de jonge leeftijd van de auteur evenmin een nadeel; ze vond zijn voorgaande werk juist sterker. Ondanks ‘alle ingrediënten voor een meesterlijke Dagerman-roman’ bekroop haar tijdens het lezen steeds het gevoel dat dit ‘al eerder en beter was gedaan’.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven

    Dagerman schreef het manuscript in enkele zomermaanden in een vissersdorpje in Bretagne; ‘in grote eenzaamheid in een afgesloten kamer’, meldt hij zijn uitgever, aangehaald door LitteraturMagazinet. Het zal een roman worden ‘over liefde en verdriet in een arbeidershuis in Söder [een stadsdeel in Stockholm]’, aldus de schrijver, wiens moeder enige maanden na zijn geboorte vertrok om nooit terug te keren. Omdat zijn vader niet voor hem kon zorgen, groeide hij op bij zijn grootouders.

    Self betreurt in The Guardian dat we nooit zullen weten hoe Dagerman op latere leeftijd zou schrijven: hij stopte in 1949, op zijn zesentwintigste, met het schrijven van fictie en beroofde zich vijf jaar later van het leven.

    Bränt barn wordt in december heruitgegeven bij uitgeverij Koppernik als Het verbrande kind, in een vertaling van Bernlef

  • De beste non-fictie van december

    De beste non-fictie van december

    Onbeschikbaarheid – Hartmut Rosa

    De drijvende culturele kracht van het wereldbeeld dat wij ‘modern’ noemen, is het verlangen om de wereld beschikbaar te maken: wetenschappelijk kenbaar, juridisch berekenbaar, politiek beheersbaar en technisch controleerbaar. Maar een volledig beheerste wereld is een dode wereld, schrijft Rosa.


    Surrender– Bono

    U2-zanger Bono schrijft voor het eerst zelf over zijn buitengewone leven en degenen met wie hij het heeft gedeeld. Hij neemt de lezer mee naar zijn jeugd in Dublin, beschrijft het verlies van zijn moeder toen hij 14 was en hoe zijn band onverwacht een van de invloedrijkste rockbands ter wereld werd.


    Lichter– Yung Pueblo

    Yung Pueblo laat in zijn debuut zien hoe je verder kunt komen in je helingsproces; van het ontwikkelen van zelfcompassie tot loslaten en emotioneel volwassen worden. Naarmate de zwaarte wegvalt en je hoofd niet meer overladen is, kun je je verbinden met het heden.


    Het lied van de cel – Siddhartha Mukherjee

    Siddhartha Mukherjee biedt de lezer een panoramische én intieme blik op wat het betekent om mens te zijn. Hij schrijft over de wereld van de cellen en verweeft de verhalen van wetenschappers, medici en patiënten met zijn eigen ervaringen als arts en onderzoeker.


    Het licht in ons – Michelle Obama

    Met humor, openhartigheid en betrok- kenheid deelt Michelle Obama haar persoonlijke ervaringen. Ze biedt originele inzichten over verandering, uitdaging en kracht, waaronder haar overtuiging dat als we het licht in ons laten stralen voor anderen, we ook de wereld om ons heen kunnen verlichten.

  • De tragische ondergang van moeras en veengrond

    De tragische ondergang van moeras en veengrond

    Pulitzerprijswinnaar Annie Proulx, 87 inmiddels, maakt zich in haar nieuwste boek Fen, Bog & Swamp hard voor het belang van veen- en moerasgebieden voor natuur en klimaat.

    Proulx is vooral bekend van haar romans Scheepsberichten en Brokeback Mountain. NPR-redacteur Julie Depenbrock omschrijft haar nieuwe boek als ‘een liefdesbrief aan ecosystemen die in rap tempo verdwijnen: de Amerikaanse wetlands.’

    In ScienceNews stelt Anna Gibbs dat Proulx met verve de uitdaging aangaat om moerassen en veenlanden te zien als natuur om van te houden. ‘Niet langer als onaangenaam waterland waar alleen een wezen als Shrek zich thuisvoelt.’ Ook Luanne Wilkes is diep onder de indruk van Proulx’ nieuwste werk, schrijft ze op de Britse natuursite NHBS. Niet alleen omdat ze de natuur en de mensen die ervandaan komen zo fraai beschrijft, maar ook door het taalgebruik: ‘Verliezen we deze natuurlijke habitat, dan gaat een hele waslijst aan zelfstandig en bijvoeglijk naamwoorden verloren.’  

    Romanschrijvers die zich verdiepen in ecologische thema’s vormen een ‘onweerstaanbaar subgenre’, vindt Rohan Silva in The Guardian. Omdat journalisten objectief horen te blijven, zijn ze bijna nooit in staat om de échte betekenis van de ondergang van de natuur duidelijk te maken. ‘Daar zijn romanciers voor nodig, die het subjectieve in hun non-fictie laten doorsijpelen.’ Silva vindt dat Proulx er glansrijk in slaagt om de bedreiging van moeras- en zwampgebieden over te brengen: ‘In magnifiek proza maakt ze levensechte personages van een poel of een stuk veengrond. Zoals ze ook in Scheepsberichten de zee tot leven wist te wekken.’ 

    Door Diederik Samwel

    Veen, dras, moeras, het onderschatte belang van veengebieden voor onze planeet, vertaald door Alexander van Kesteren, verscheen bij uitgeverij De Geus.

  • De beste non-fictie van november

    De beste non-fictie van november

    Rebelse genieën De eerste romantici en de uitvinding van het ik van Andrea Wulf

    Aan de hand van een aantal briljante figuren uit de geschiedenis vertelt Andrea Wulf hoe de dunne lijn tussen egoïsme, vrije wil en individuele vrijheden is ontstaan en hoe wij onszelf als middelpunt zijn gaan beschouwen. 


    Te groot om ons voor te stellen van Amitav Gosh

    Wat zeiden kunst en literatuur begin 21ste eeuw over het vooruitzicht dat de zee op een dag steden als New York en Bangkok zou verzwelgen? Als toekomstige generaties ooit antwoorden op die vraag zoeken, zullen ze snel rond zijn. 


    De fantasten – Friedrich Weinreb, een Chinese prinses en de masseur van Himmler van Ian Buruma

    Ian Buruma slaagt erin om drie complexe levens die bepaald werden door de Tweede Wereldoorlog met elkaar te verbinden. Alle drie brachten ze hun tijdgenoten en latere historici in de war. Maar bovenal lieten zij hun bedrog zelfbedrog worden.   


    De jonge Alexander – De wording van Alexander de Grote van Alex Rowson

    Dit buitengewone boek gaat over de stormachtige relatie tussen Alexanders ouders, koning Philippus II en prinses Olympias, over zijn opleiding door Aristoteles en over zijn strenge militaire training, waarin de basis werd gelegd voor Alexanders ontembare ambitie.


    Tussen twee werelden – Wat bijna doodgaan mij leerde over het leven van Suleika Jaouad

    Dit is Suleika Jaouads ongelooflijke verhaal over rouw en dankbaarheid, gebaseerd op haar column ‘Life, Interrupted’ in The New York Times, die bekroond werd met een Emmy Award.

  • De beste non-fictie van oktober

    De beste non-fictie van oktober

    Het verhaal van Rusland – Mythe en macht van Orlando Figes

    Orlando Figes maakt duidelijk dat de Russische geschiedenis altijd vervlochten is geweest met mythische ideeën. Het land gaat al eeuwen gebukt onder de grillen van de heersende ideologie. Van Vladimir de Grote en Ivan de Verschrikkelijke tot Vladimir Poetin. 


    De kruik van Pandora – Vrouwen in Griekse mythen van Natalie Haynes

    Vrouwen komen er meestal bekaaid van af in de Griekse mythen, of ze worden afgeschilderd als wraakzuchtig of gewoon kwaadaardig. Natalie Haynes herstelt het evenwicht en laat stemmen horen van Hera, Artemis, Penelope en vele andere vrouwen.


    Oerland – Een reis door de werelden die achter ons liggen van Thomas Halliday

    Terugreizend in de tijd dompelt Thomas Halliday ons onder in oeroude landschappen. Van de mammoetsteppe in de ijstijd en de regenwouden van het Antarctica in het eoceen naar het Australië van het ediacarium. 


    De reis van de mensheid van Johannes Krause en Thomas Trappe

    De bestsellerauteurs laten op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten zien hoe wij in het verleden het hoofd wisten te bieden aan oorlogen, pandemieën en migratie, en welke gevaren schuilgaan achter de ongebreidelde macht van de mens. 


    Tweewielers – Verleden, heden en toekomst van de fiets van Jody Rosen

    Rosen ontvouwt de evolutie van de fiets tot aan de huidige tijd, waarin het vehikel wordt gezien als een icoon van duurzaamheid, een ‘groene machine’, in een wereld die wordt geteisterd door pandemieën en klimaatverandering.

  • MeToo vanuit een ander perspectief

    MeToo vanuit een ander perspectief

    De vrouwelijke verteller in Vladimir, de debuutroman van de Amerikaanse Julia May Jonas, doceert Engelstalige literatuur aan de universiteit. Ze loopt tegen de zestig en berust al een tijdje in haar positie als mislukt romancier, wanneer haar man, hoofd van dezelfde faculteit, het middelpunt blijkt van een MeTooschandaal. Ze hebben een open huwelijk waarin de wederzijdse verlangens allang zijn weggeëbd en ze begrijpt alle opwinding rond haar echtgenoot niet zo. Zijn affaires met studentes zijn gedateerd en bovendien, vroeger viel ze zelf ook als een blok voor oudere mannen in een machtspositie. Dan krijgt ze een nieuwe collega, Vladimir. Jong, knap en ook nog eens succesvol als romanschrijver. 

    In haar ‘energieke’ roman, schrijft Jessica Ferri in Los Angeles Times, laat Jonas het hoofdpersonage worstelen met de vraag ‘of ze Vladimir zelf wil veroveren of vooral jaloers is op zijn schrijverschap’. Volgens Ferri zet Jonas de hoofdpersoon zo ‘krachtig en vrijmoedig neer dat je als lezer alleen maar wil dat ze telkens andere akelige en gevaarlijke dingen onderneemt’.

    Criticus Molly Young vermoedt in The New York Times dat het de auteur niet zozeer is te doen om de vraag of ongewenst gedrag uit het verleden volgens de huidige standaard alsnog moet worden bestraft: ‘Ze wil vooral de venijnige controle op vrouwelijke verlangens naar seks, eten, affectie, geluk, macht en professionele erkenning onderzoeken.’

    Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie

    ‘Titel en cover vormen een duidelijke waarschuwing dat de lezer te maken krijgt met een ondermijnend en geraffineerd verhaal. Want natuurlijk verwijzen die naar Lolita van Vladimir Nabokov’, concludeert Maureen Corrigan op het Amerikaanse mediaplatform NPR. Tegelijkertijd vindt Corrigan dat Jonas met Vladimir ook aan de orde stelt hoe we de waarde van literatuur bepalen: ‘Óf we proberen datgene wat ons tegen de borst stuit te onderdrukken. Óf we laten ons meeslepen door wat verwarrend, aanstootgevend en intens verkeerd is. En wie het kunstige Vladimir leest, vermaakt zich daarbij ook nog.’

    In haar recensie in The Guardian vindt Lucy Atkins het ‘verbazingwekkend’ dat een debutante ‘zo zelfverzekerd’ voor de dag komt. Het slot van de roman vindt ze daarentegen ‘teleurstellend’ omdat de auteur het niet voor elkaar krijgt de ‘complexe thema’s in bedwang te houden. Maar die prijs is dit verrijkende en intelligente boek alleszins waard.’ 

    Marion Winik had nauwelijks drie pagina’s gelezen of ze voelde zich ‘als was in de handen van de auteur’, schrijft ze in The Washington Post. Ze geniet van het hoofdpersonage, dat ‘zichzelf haarscherp doorgrondt, vertrouwt op haar eigen beoordelingsvermogen en strooit met rake observaties en grappige wijsheden. Een kunstwerk op zich, deze vertelster, met op zijn minst één voet aan de verkeerde kant van de MeToodiscussie.’ 

    Vladimir van Julia May Jonas verscheen half augustus bij uitgeverij De Geus in de Nederlandse vertaling van Inge Pieters 

    Door Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van september

    De beste non-fictie van september

    De laatste kolonie – Philippe Sands  

    Na het veelgeprezen Oost-Weststraat en De rattenlijn komt Philippe Sands opnieuw met een indringend boek over internationale misdaden tegen de menselijkheid. Ditmaal richt hij zijn vizier op de Chagoseilanden en de bittere strijd van één vrouw in het bijzonder.  


    De psychiater die geloofde dat je de toekomst zou kunnen voorspellen – Sam Knight

    Psychiater John Barker richtte het Bureau van Voorgevoelens op om de vraag te onderzoeken of voorgevoelens rampen kunnen voorspellen. Een intrigerend waargebeurd verhaal over de uithoeken van de menselijke geest. 


    Horizonnen – James Poskett

    De wetenschap was en is nooit een uitsluitend Europees avontuur geweest. Copernicus gebruikte mathematische kennis uit Arabische geschriften, Newton keek naar Azië en Afrika, en Darwin raadpleegde een Chinese encyclopedie. Poskett schreef een eerbetoon aan mondiaal vergeten geleerden.  


    Nazimiljardairs  – David de Jong

    Een baanbrekend, meeslepend verhaal over de donkere geschiedenis van de meest welgestelde Duitse families en hoe zij zich tijdens de Tweede Wereldoorlog verrijkten met hun bedrijven als BMW, Dr. Oetker, Porsche en Volkswagen zonder dat er ingrijpende sancties volgden.  


    Femina – Janina Ramirez

    Ramirez nuanceert de ‘mannelijke’ kijk op de middeleeuwen en brengt vele invloedrijke vrouwen voor het voetlicht. Het resultaat is een fascinerende, meeslepende en misschien wel complete geschiedenis van die duizend jaar, die laat zien dat de middeleeuwen meer op onze tijd leken dan we dachten.

  • Weggezet als homoseksuele roman

    Weggezet als homoseksuele roman

    Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’. 

    ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’

    Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.

    Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.

    Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Door Laura Weeda

  • De beste non-fictie van juli

    De beste non-fictie van juli

    Meditaties over de eerste filosofie – René Descartes 

    In zes meditaties verwerpt Descartes alles waaraan maar enigszins getwijfeld kan worden, om vervolgens te onderbouwen wat wél absoluut zeker is. Meditaties over de eerste filosofie verscheen voor het eerst in 1641.


    Elke familie heeft een verhaal – Julia Samuel

    Onze relaties met anderen en met familie hebben een fundamentele invloed op onze gezondheid en geluk. Samuel analyseert op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten de meest voorkomende zaken, waaronder echtscheiding, stiefgezinnen, het lege nest, traumatische gebeurtenissen en verlies. 


    De psychiater die geloofde dat je de toekomst zou kunnen voorspellen – Sam Knight

    Een intrigerend waargebeurd verhaal over waanzin en verwondering, over de grenzen van de wetenschap en het geloof in het bovennatuurlijke – en een zoektocht naar de krachtigste uithoeken van de menselijke geest.


    Anders – Frans de Waal

    Tegenwoordig wordt vaak beweerd dat genderverschillen het resultaat zijn van sociale vorming, maar De Waal toont aan dat ze een biologische basis hebben. Hij behandelt aan gender gerelateerde onderwerpen en laat zien dat de evolutionaire biologie bijdraagt aan een genuanceerder cultureel begrip. 


    Liefde in tijden van haat – Florian Illies

    Liefde in tijden van haat is opnieuw een opwindende reis naar het verleden die leest als een commentaar op ons chaotische heden. Toen in de jaren dertig het politieke klimaat verkilde, bruiste het culturele leven: in Berlijn, Parijs, Ticino en de Rivièra en zetten grote namen zich schrap tegen naderend onheil.

  • Hartverscheurende beschrijvingen van depressie

    Hartverscheurende beschrijvingen van depressie

    Een drieëndertigjarige naamloze auteur in de VS zit compleet aan de grond, nadat het schrijven van zijn romandebuut is mislukt. Het voorschot van de uitgever is op, zijn relatie staat op springen en een zware depressie dient zich aan. Dan krijgt hij de opdracht om als ghostwriter de memoires van een beroemde Italiaanse natuurkundige te schrijven. Volgende probleem: deze man blijkt van de aardbodem verdwenen. Daarop reist de hoofdpersoon door Italië, waar hij opvallend vaak wordt geconfronteerd met situaties en personages uit de boeken die hij leest.

    Dat is het gegeven van The Red Arrow, de debuutroman van de Amerikaanse auteur William Brewer (33). Kevin Canfield van The San Francisco Chronicle vat het samen als een verhaal over een ‘verwarde man wiens leven door intensieve leesexperimenten op zijn kop wordt gezet’. Volgens Canfield is The Red Arrow een ‘pedant maar ook spiritueel en inventief boek, waarin verstandige dingen worden gezegd over geestesziekte, perceptie van de realiteit, creativiteit en psychedelische drugs. De manier waarop een depressie wordt beschreven is hartverscheurend.’ 

    ‘Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt’

    Jonathan Russell Clarke schrijft in Los Angeles Times dat er nog nooit zo ‘accuraat en inzichtelijk over depressie is geschreven. Vooral omdat duidelijk wordt dat de hoofdpersoon een relatie met zijn depressie heeft’. Aan het soms ‘exquise taalgebruik’ proeft Clarke dat Brewer oorspronkelijk een dichter is: ‘Maar als verteller is hij op zijn best. Stiekem schrijft hij zinnen van ruim een pagina, en het knappe is dat je dat als lezer niet in de gaten hebt.’

    ‘Een cerebrale, ietwat warrig geschreven roman’, concludeert de recensent van Publishers Weekly. ‘De pogingen van de schrijver om zijn gedachten te ordenen doen denken aan de elliptische monologen uit de serie True Detective. Die bleken uiteindelijk ook niet te werken.’ Bradley Babendir van The Boston Globe is daar juist wel van onder de indruk: ‘Brewer gaat op zoek naar het dunne lijntje tussen wat de hoofdpersoon zelf meemaakt en zijn leeservaringen. Om erachter te komen dat geen enkele zintuiglijke ervaring nog origineel kan zijn.’

    The Red Arrow van William Brewer, door René Kurpershoek vertaald als De rode pijl, is op 25 mei verschenen bij uitgeverij Spectrum.

    Door Diederik Samwel

  • De beste non-fictie van mei

    De beste non-fictie van mei

    De zee – Rachel Carson 

    Nu de oceanen en zeeën door toedoen van de mens in gevaar zijn, maakt deze klassieker van mariene bioloog Rachel Carson ons onverminderd bewust van de kwetsbaarheid en het belang van de oceaan, inclusief het leven dat erin huist, en van onze verantwoordelijkheid de planeet gezond te houden.


    Mevrouw Sapiens – Thomas Cirotteau

    In de prehistorie hielden mannen zich bezig met jagen. Volgens de lesboekje verzamelden vrouwen bessen, kookten en zorgden voor de kinderen. Maar klopt dit beeld? Een internationaal team van wetenschappers twijfelt er ernstig aan. Mevrouw sapiens blijkt machtiger en krachtiger dan lang is gedacht.


    De stilte voor de storm – Gal Beckerman 

    Grote politieke en maatschappelijke veranderingen vallen of staan met het werk van de vooruitstrevende denkers die achter de schermen het heft in eigen hand nemen – van zeventiende-eeuwse wetenschap tot het huidige sociale media-activisme. 


    De betutteling van de Amerikaanse geest – Jonathan Haidt & Greg Lukianoff

    Dit boek laat zien wat de cultuur van safe spaces aan Amerikaanse universiteiten doet met de geest van studenten. Het sterk doorvoeren van politieke correctheid brengt ons vermogen kritisch na te denken in gevaar. 


    Eenling zijn – Rüdiger Safranski 

    Rüdiger Safranski stelt dat ieder mens in de eerste plaats een individu is. De een zoekt liever aansluiting bij de groep, de ander heeft de ambitie om de eigenheid te cultiveren. Tussen de twee polen van eenling en gemeenschap zijn er indrukwekkende pogingen geweest om individueel te zijn.